Pfffffffffff, wat een weken zeg! De WIA procedure bij het UWV is inmiddels alweer bijna afgerond, een mens krijgt grijze haren van minder. Maar ook de uitslag van het bloedonderzoek van Peter was er ook eindelijk na een forse vertraging. Wat een spanningen allemaal, ik ben er helemaal hyper van...
Eerst even over het bloedonderzoek van Peter. Na een week de huisarts te hebben gestalkt met dagelijkse telefoontjes kregen we vorige week maandag eindelijk de langverwachte uitslag: negatief. Het afwijkende gen is niet gevonden bij Peter. Neeeeeeeeeee, echt ongelooflijk. We hadden allebei verwacht dat het positief zou zijn, de symptomen zijn zo herkenbaar. We kunnen het dan ook bijna niet geloven. Niet dat we zo graag willen dat Peter de ziekte van Bechterew heeft, allesbehalve, het leek ons alleen zo overduidelijk omdat de beschrijving één op één slaat op Peter’s klachten. En met een "etiketje" kun je tenminste verder gaan voor een behandeling. Het gaat de laatste tijd helemaal niet goed met hem, het wordt van kwaad tot erger. Hij loopt steeds krommer en kan zijn nek nauwelijks nog bewegen. Autorijden is lastiger, omdat hij niet goed kan kijken over zijn schouder, zelfs een vliegtuig kan hij niet volgen in de lucht, omdat hij zijn nek niet zover kan buigen. Niet normaal! En niet te vergeten de pijn, die is vreselijk. Slapen is ook een opgave, hij ligt ’s nachts uren wakker door de pijn, wat zijn rust niet ten goede komt natuurlijk.
Onze eigen huisarts was vorige week op vakantie en de vervangende huisarts wilde me na de uitslag aan de telefoon afschepen. Wel begrijpelijk, maar dan heeft ze de verkeerde aan de lijn. Ik vroeg om een verwijsbrief voor de reumatoloog om verder te onderzoeken, maar daarvoor wilde ze Peter eerst zelf zien. Of we moesten wachten tot onze eigen arts weer terug was. Na een pittige discussie stelde ze voor om alvast röntgenfoto's te laten maken van de wervelkolom. Dat zou een specialist toch ook doen, en dan hadden we daarvan alvast een uitslag als onze eigen huisarts weer terug is om een vervolg te bespreken. En dat leek ons een goed plan. Ik heb gelijk een afspraak gemaakt in het AMC voor vorige week woensdag. Er zijn heel wat foto’s gemaakt, we zijn erg benieuwd wat daar verder uitkomt. Opnieuw afwachten dus weer....
En dan de WIA procedure, die is alweer bijna achter de rug. Het UWV heeft er geen gras over laten groeien zeg! Op maandag 3 oktober werd ik gebeld voor een afspraak bij de verzekeringsarts van het UWV, dat gesprek heeft plaatsgevonden op 10 oktober. In dat gesprek worden vooral de medische zaken en beperkingen besproken, zodat de arts tot een oordeel kan komen over mijn mogelijkheden. Die mogelijkheden worden vervolgens door de arbeidsdeskundige bekeken om -theoretisch- te bepalen welke functies nog mogelijk zouden kunnen zijn. Het oordeel van de arts was zoals verwacht: communicatief beperkt, geen overleg in groepen en geen klantcontacten. Daarnaast kreeg ik ook een urenbeperking toegezegd, een hersteldag vanwege de energie die het kost om überhaupt te kunnen functioneren met zo'n groot gehoorverlies. Dat laatste is wel heel fijn, omdat ik daarmee mijn energie iets beter kan verdelen over de week en het ontslaat me van een sollicitatieplicht voor de volledige 40 uur.
Een paar dagen na het gesprek met de verzekeringsarts werd ik gebeld voor het vervolg: een gesprek met de arbeidsdeskundige. Dat gesprek heeft vorige week maandag plaatsgevonden, een week na het vorige gesprek dus. Ze kunnen blijkbaar ook daadkrachtig zijn bij het UWV.
Ik was in tijden niet zo zenuwachtig geweest, met knikkende knieën toog ik naar Almere. Nergens voor nodig, want ze bijten heus niet en er is ook weinig te beïnvloeden in zo’n gesprek. Maar dat kon ik rationeel dan wel beredeneren, mijn gevoel was niet rustig te krijgen. De adrenaline gierde door mijn keel. De arbeidsdeskundige stelde me een aantal vragen over mijn huidige –tijdelijke- werk bij mijn werkgever, dat niet zoveel voorstelt, en ze liep samen met mij door mijn gegevens. In het systeem van het UWV stond dat ik een afgeronde universitaire opleiding heb, maar dat klopt niet. Ik heb weliswaar een tijdje bedrijfskunde gestudeerd aan de universiteit in Rotterdam, maar die opleiding heb ik niet afgemaakt. Feitelijk heb ik niet eens een afgeronde HBO opleiding, omdat ik mijn SPD opleiding niet heb afgemaakt. Ik ben na 5 vakken (van de 7) namelijk overgestapt op een Post-HBO opleiding bedrijfskunde na een pittige toelatingstoets, en daarvan heb ik wel een diploma (cum laude zelfs!). Maar goed, het systeem van het UWV slikt blijkbaar alleen HBO of WO, en niets daartussenin. Ik heb geen idee wat ze nu eigenlijk aangekruist heeft.
Het ontbreken van een universitair diploma betekende dat één van de door het UWV geselecteerde functies afviel, de rest van de lijst bleef overeind. Omdat communicatie in groepen niet meer mogelijk is, en ook klantcontacten door de arts worden afgeraden, blijven er niet zoveel leuke passende functies over. Wat volgens het UWV nog mogelijk is voor mij is een functie als koekjes-inpakster of administratief medewerkster bij een overheidsinstantie. Geen functies waar ik vrolijk van word, dat mag duidelijk zijn. Ik kijk er niet op neer, helemaal niet, maar het niveau is wel vele malen lager dan mijn capaciteiten. Het is ook niet zo dat ik die functies moet gaan uitoefenen, maar voor de berekening van het WIA percentage is het van belang om functies te selecteren die nog passend kunnen zijn. Daar hangt namelijk een salaris aan, en daarmee kunnen ze de berekening maken hoeveel inkomen ik nog kan verdienen in de uren die ik nog kan werken.
De arts heeft aangegeven dat ik maximaal 30 uur mag werken, en met 30 uur administratief werk of koekjes inpakken kan ik natuurlijk niet zoveel verdienen als ik deed met 36 uur werk op een hoog management niveau. De uitwerking daarvan is dat ik voor ongeveer 75% afgekeurd zal worden. Hoewel, dat mag je tegenwoordig niet meer zo noemen, maar ik weet geen goede andere term. Door in Nederland premies af te dragen voor de volksverzekeringen (oftewel ons sociale stelsel) ben je in feite verzekerd voor het inkomen dat je verdient, al is dat gekoppeld aan een maximum. Boven dat maximum dien je jezelf bij te verzekeren, vaak kan dat via je werkgever. De WIA staat voor de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen en hij bestaat uit 2 regelingen: de regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) en de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA). Met mijn situatie val ik onder de laatste. Dat betekent dat het UWV er vanuit gaat dat je zelf nog kunt verdienen, in mijn geval dus nog 25% van mijn oude salaris. Ik word ook geacht dat te doen, en alleen het restant wordt aangevuld tot een maximum dagloon. Boven dat maximum ben ik aangeleverd op mijn eigen WIA-verzekering die het gat gedeeltelijk zal dichten tussen het maximum dagloon waarmee het UWV rekent en mijn oude salaris. Als ik niet in staat ben om dat inkomen van 25% nog zelf te verdienen, dan word ik flink gekort op mijn uitkering. Niet dat ik nu voor altijd op die uitkering kan rekenen, dat is ook nog gemaximeerd tot 37 maanden. Na die periode gaat je inkomen weer fors omlaag. Maar goed, het geeft me zo’n 3 jaar de tijd om zelf weer iets op te bouwen in een beroep waarmee ik een inkomen kan verdienen waarmee we ons kunnen redden, en hopelijk heb ik de uitkering dan helemaal niet meer nodig.
Ik moet eerlijk zeggen dat het gesprek best meeviel. De arbeidsdeskundige toonde veel empathie. Ik voelde me netjes behandeld, dat moet gezegd worden. Dat neemt niet weg dat ik toch wel geschrokken ben van de impact. Het voelde als een behoorlijke confrontatie. Natuurlijk heb ik deze keuring zien aankomen, en natuurlijk ben ik er mentaal op voorbereiden, maar evengoed voelde het als een klap in mijn gezicht. Ik had het hoge percentage niet verwacht, evenmin had ik die lijst met functies verwacht. Ik weet, het is een papieren tijger, maar het slaat toch weer een deuk in mijn zelfvertrouwen. Doordat de focus zo gelegd wordt op wat ik allemaal niet meer kan, krijg ik het gevoel dat mijn kwaliteiten en capaciteiten opeens niets meer waard zijn. Pijnlijk en verdrietig. Ik voelde de energie uit me wegstromen. En hoewel ik mezelf stevig heb toegesproken, kon ik niet voorkomen dat ik even wegzakte in een kleine depressie vorige week.
Dat het zo heftig zou zijn, zo emotioneel, had ik eigenlijk niet verwacht. Maar volgens mijn loopbaanconsulent en Peter is het heel begrijpelijk. Het vraagt even tijd om zaken een plekje te geven. En gelukkig duurt dat bij mij geen weken, maar kan ik mezelf al snel weer bij elkaar rapen. Gelukkig maar! Goed beschouwd is de uitslag niet eens zo slecht. Ik had er heel wat slechter af kunnen komen. Als het percentage lager dan 35% zou zijn uitgevallen bijvoorbeeld, zou ik alleen maar kunnen terugvallen op een WW uitkering voor een korte periode, en die is veel lager dan de WIA uitkering. Bovendien zou ik dan ook geen aanspraak kunnen maken op mijn verzekering. Ook de hoogte van de uitkering wordt positief beïnvloed door het hoge percentage. Maar dat heeft ook een keerzijde. Als ik in staat ben om een hoger inkomen te verdienen dan de uitgerekende 25%, moet ik daarvan 75% afstaan aan het UWV. Daarvan zie ik dus maar weinig terug in mijn eigen portemonnee. Ach, we zullen wel zien hoe het gaat lopen.
Voorlopig heb ik nog geen ander werk gevonden namelijk. Ik raak mijn baan kwijt, als de WIA geëffectueerd is, hoeft mijn werkgever mij ook geen salaris meer te betalen. Ik raak dan ook mijn voorzieningen kwijt, zoals de telefoon, mijn onkostenvergoedingen en natuurlijk mijn auto. Dat betekent dat ik vanaf ongeveer december officieel werkloos zal zijn. En de economische tijden zitten niet bepaald mee. Het valt voor niemand mee een baan te vinden momenteel, laat staat voor iemand als ik, die ook nog een hele rij beperkingen meeneemt. Als ik die vooruitzichten bekijk, zakt me af en toe de moed in de schoenen. Maar aan de andere kant zijn er ook kansen. Wie kan nu een carrièreswitch maken zonder daarvoor te investeren? Niemand toch? Ik heb goede begeleiding van Van Ede, en ik mag ook nog rekenen op financiële ondersteuning. Ik weet zeker dat ik op de langere termijn ook weer op mijn pootjes terecht zal komen, van mijn zelfvertrouwen is nog genoeg over om dat te kunnen zeggen.
Nu is het afwachten op de rapportage van het UWV, daarna kunnen we andere zaken formeel gaan regelen. Zoals de aanvraag van een aanvullende uitkering bij de verzekering, maar ook het formele einde van mijn dienstverband. Kortom, de spannende periode is nog niet voorbij. Ik zal blij zijn als ik precies weet waar ik aan toe ben, ik een goede regeling heb kunnen treffen met mijn werkgever en ik de dure decembermaand financieel kan overleven dit jaar. Daarna komt het allemaal weer goed!
maandag 24 oktober 2011
dinsdag 4 oktober 2011
Bechterew versus Spit
Zou het kunnen, dat ik gewoon even met de neus op de feiten gedrukt wordt door het universum? Niet dat ik me gestraft voel, allesbehalve dat, maar relativeren is wel aan de orde. "Hoezo?" hoor ik jullie denken.
Peter kampt al jaren met pijn, veel pijn, die leek te zijn ontstaan na zijn hartinfarct in 2006. Langzaam verergert de situatie door de jaren heen, en door veel doctoren en specialisten wordt een verband gelegd tussen de medicijnen die hij moet slikken om een nieuwe infarct te voorkomen en de bijwerkingen die door sommige medicijnen kunnen worden veroorzaakt. Zo is bij veel mensen wel bekend dat de statine in cholesterolverlagers spierpijn kan veroorzaken. Stoppen met de medicijnen is voor Peter geen optie, maar wel is er gezocht naar de beste combinatie. Behalve dat, werd echter door veel doctoren een link gelegd met de spanningen die het trauma zou hebben veroorzaakt, waarmee ze eigenlijk zeggen dat zijn klachten deels "tussen zijn oren zouden zitten".
Dat is niet tegen dovemansoren gezegd, Peter heeft dat zeer serieus genomen en heeft de jaren na zijn infarct hard gewerkt om daar iets aan te doen. Onderzoek wees uit dat hij last had van een depressie, die zeker door een trauma kan worden getriggerd. Hij heeft daar hulp voor gezocht en de behandeling heeft een heel goed resultaat gehad. Psychotherapie in combinatie met medicijnen, die inmiddels al lang weer zijn afgebouwd, en ontspanningstherapie heeft hij gedaan met als resultaat dat hij inmiddels weer helemaal de oude is. Mentaal dan! Hij is weer vrolijk, van een depressie is niets meer te merken, en hij kan weer van het leven genieten. Natuurlijk heeft dat trauma wel heel veel impact gehad, en hij is er ook wel door veranderd, ik ook trouwens, maar terugkijkend kunnen we zeggen dat het een positieve impact is geweest. Niet dat we het nog eens willen meemaken, laten we daar geen misverstanden over verstaan, maar de intensiteit van zijn leven is wel heel positief veranderd.
Ondanks alles blijft de pijn echter aanwezig. Op sommige dagen beperkt die zijn hele functioneren, op andere dagen iets minder, maar altijd moet hij er rekening mee houden. Slapen is moeilijk, omdat hij wakker wordt van de pijn, en fysieke arbeid is al helemaal een opgave. Het is best frustrerend als je veel dingen niet meer kunt omdat je lichaam dat belet. Helaas is Peter ook erg gevoelig voor medicijnen, hij reageert er heftig op en heeft snel last van bijwerkingen, dus voor pijn durft hij niet veel te nemen. Ibuprofen mag überhaupt niet van zijn cardioloog, paracetamol is de enige optie. En dat helpt maar heel beperkt.
Bij controles in het ziekenhuis, zowel bij de cardioloog, de internist als ook bij de huisarts heeft Peter al vaak zijn klachten besproken, maar nooit is daar iets wezenlijks uitgekomen. We weten dat in zijn bloedwaardes zijn leverfunctie niet optimaal is, maar de oorzaak daarachter is nooit achterhaald. Hij heeft er min of meer mee leren leven, en heeft geaccepteerd dat het is zoals het is. En ik moet eerlijk zeggen: dat doet hij een heel stuk beter dan ik. Chapeau!
Ook moet ik eerlijk zeggen dat ik hem niet altijd zo serieus genomen heb. Vooral in het begin heb ik ook regelmatig gedacht dat hij een psychisch probleem had, en zich misschien ook wel enigszins aanstelde. Hij was zichzelf niet, gedroeg zich heel anders en was ook erg teruggetrokken. En als de artsen al niet weten wat het is en de klachten verwijzen naar "spanningen", dan ben je al snel geneigd daarin mee te gaan. Maar gaandeweg zag ik Peter mentaal enorm opknappen, terwijl hij fysiek niet verbeterde. Wat was er nu aan de hand? We hadden geen antwoord. Tot nu dan.
Al zo'n 3 jaar heeft Peter heel regelmatig last van ooginfecties. Heel vervelend, maar ook hier werd nooit een echte oorzaak gevonden. Het leek een allergie te zijn, maar wat dan? Dit jaar had hij na onze vakantie opnieuw last van zijn ogen, en de druppels die hij daarvoor normaal gebruikt wilden maar niet helpen. Terug naar de huisarts dus! Die schrok echter enorm van wat hij zag en maakte gelijk een spoedafspraak bij de oogarts in het ziekenhuis. Even leek het erop dat Peter last had van een netvliesloslating, maar dat bleek later gelukkig niet het geval te zijn. Wel had hij in beide ogen een irisinfectie, ook een ernstige aandoening, maar gelukkig goed behandelbaar. Een irisinfectie wordt niet veroorzaak door een virus of een bacterie hebben we ons laten vertellen, maar is een feite een reactie van het eigen lichaam op iets anders. Dat lichaam ziet een gevaar in de ogen en gaat een afweerreactie starten tegen de ogen om het gevaar af te stoten. Dat ontstaat niet vanzelf, en er moet een relatie zijn met andere problemen in het lichaam.
Toen de infectie was behandeld, werd Peter door de oogarts met een begeleidende brief opnieuw langs de huisarts gestuurd, met de opdracht verder te onderzoeken waar dat vandaan kwam. En dat was het moment dat bij de huisarts een lampje ging branden: de ziekte van Bechterew. De regelmatige ooginfecties, de stijfheid in bekken en rug, de pijn op de borst, de pijn in de nek, het zijn allemaal symptomen die daarbij horen. We wachten nu op de uitslag van het bloedonderzoek dat moet aantonen of er een bepaald gen bij Peter aanwezig is. Dat gen duidt op de ziekte, en 95% van de Bechterws-patiënten heeft dat gen. Als de uitslag positief is, wordt hij doorverwezen naar een reumatoloog voor verdere behandeling.
Thuisgekomen van de huisarts zijn we zelf op onderzoek uitgegaan en hebben we ons verdiept in deze ziekte. Een wereld van herkenning! Zo'n beetje alle problemen die worden genoemd zijn aanwezig, Peter lijkt wel het schoolvoorbeeld te zijn. Normaal wordt deze ziekte ontdekt tussen het 15e en 35e levensjaar. Peter is inmiddels al 44, en daarmee zou de diagnose dus ook rijkelijk laat zijn gesteld. Als we de beschrijving afgaan, zijn de klachten bij Peter ook al begonnen zo'n 14 jaar geleden. We weten allebei nog goed wanneer hij voor het eerst regelmatig last kreeg van zijn bekken. Maar goed, formeel is er nog niets vastgesteld, maar we vreten een bezem als het dit niet blijkt te zijn. Als dit allemaal klopt, heeft het dus niets te maken met zijn hartinfarct. Hoe kan het dat niemand ooit eerder deze samenhang heeft gezien?
Peter is vooral blij dat we eindelijk lijken te weten wat er aan de hand is, en hij is blij dat hij daarmee van het stigma afkomt dat hij psychisch niet in orde is. Hij is niet gek dus! Hoewel de ziekte niet te genezen is, zijn er wel verlichtende behandelingen mogelijk die we nu eindelijk kunnen starten. Ik maak me vooral zorgen: als je afgaat op de informatie loopt hij dus al veel te lang rond met deze ziekte zonder ervoor te zijn behandeld. Dat betekent ook dat het al een behoorlijk stadium is gevorderd. Peter heeft al last van zijn nek, en dat zou betekenen dat de stijfheid al ver is gevorderd. Zijn hele wervelkolom is dan al aangetast, en dat lijkt onomkeerbaar te zijn. Waarom hebben ze hem nooit serieus genomen? En eigenlijk ben ik ook erg boos op mezelf: waarom heb ik er niet meer werk van gemaakt? Heb ik het wel serieus genomen?
Het toeval wil ook nog dat ik sinds gisteren geveld ben door een aanval van spit. Nooit eerder heb ik dat gehad, ik schrok me dan ook een hoedje toen mijn rug ineens op slot schoot gisteren. Ik gilde het uit van de pijn, en kon me nauwelijks bewegen. Nerd als ik ben, wil ik gelijk weten wat spit is en waar het vandaan komt, en natuurlijk wat ik er het best aan kan doen. Natuurlijk ben ik ook naar de huisarts geweest. Die heeft me huiswaarts gestuurd met pijnstillers en de opdracht te proberen om toch zoveel mogelijk te bewegen, zodat het niet verergert. Op internet ontdekte ik dat spit en de ziekte van Bechterew op dezelfde plek beginnen: het SI gewricht. En het veroorzaakt een stijfrond van de wervelkolom. Het verschil is echter ook heel groot: Spit is tijdelijk, Bechterew niet. En daarmee werd ik eigenlijk met de neus op de harde feiten gedrukt. Wat ik nu ervaar, daar kampt Peter dus al jaren mee. En daar werd ik even stil van. En boos ook. Boos op de medische wereld die hem niet heeft kunnen helpen. Het relativeert enorm in elk geval. Ik voelde me op slag niet meer zielig, en de pijn werd een stuk minder erdoor.
Wat een opgave voor Peter. Ik hoop dat we snel uitsluitsel hebben en dat er nog een behandeling mogelijk is voor hem. Met mij gaat het alweer een stuk beter. De pijn is minder, ik blijf bewegen en als ik aan Peter denk voel ik het nauwelijks nog.
Peter kampt al jaren met pijn, veel pijn, die leek te zijn ontstaan na zijn hartinfarct in 2006. Langzaam verergert de situatie door de jaren heen, en door veel doctoren en specialisten wordt een verband gelegd tussen de medicijnen die hij moet slikken om een nieuwe infarct te voorkomen en de bijwerkingen die door sommige medicijnen kunnen worden veroorzaakt. Zo is bij veel mensen wel bekend dat de statine in cholesterolverlagers spierpijn kan veroorzaken. Stoppen met de medicijnen is voor Peter geen optie, maar wel is er gezocht naar de beste combinatie. Behalve dat, werd echter door veel doctoren een link gelegd met de spanningen die het trauma zou hebben veroorzaakt, waarmee ze eigenlijk zeggen dat zijn klachten deels "tussen zijn oren zouden zitten".
Dat is niet tegen dovemansoren gezegd, Peter heeft dat zeer serieus genomen en heeft de jaren na zijn infarct hard gewerkt om daar iets aan te doen. Onderzoek wees uit dat hij last had van een depressie, die zeker door een trauma kan worden getriggerd. Hij heeft daar hulp voor gezocht en de behandeling heeft een heel goed resultaat gehad. Psychotherapie in combinatie met medicijnen, die inmiddels al lang weer zijn afgebouwd, en ontspanningstherapie heeft hij gedaan met als resultaat dat hij inmiddels weer helemaal de oude is. Mentaal dan! Hij is weer vrolijk, van een depressie is niets meer te merken, en hij kan weer van het leven genieten. Natuurlijk heeft dat trauma wel heel veel impact gehad, en hij is er ook wel door veranderd, ik ook trouwens, maar terugkijkend kunnen we zeggen dat het een positieve impact is geweest. Niet dat we het nog eens willen meemaken, laten we daar geen misverstanden over verstaan, maar de intensiteit van zijn leven is wel heel positief veranderd.
Ondanks alles blijft de pijn echter aanwezig. Op sommige dagen beperkt die zijn hele functioneren, op andere dagen iets minder, maar altijd moet hij er rekening mee houden. Slapen is moeilijk, omdat hij wakker wordt van de pijn, en fysieke arbeid is al helemaal een opgave. Het is best frustrerend als je veel dingen niet meer kunt omdat je lichaam dat belet. Helaas is Peter ook erg gevoelig voor medicijnen, hij reageert er heftig op en heeft snel last van bijwerkingen, dus voor pijn durft hij niet veel te nemen. Ibuprofen mag überhaupt niet van zijn cardioloog, paracetamol is de enige optie. En dat helpt maar heel beperkt.
Bij controles in het ziekenhuis, zowel bij de cardioloog, de internist als ook bij de huisarts heeft Peter al vaak zijn klachten besproken, maar nooit is daar iets wezenlijks uitgekomen. We weten dat in zijn bloedwaardes zijn leverfunctie niet optimaal is, maar de oorzaak daarachter is nooit achterhaald. Hij heeft er min of meer mee leren leven, en heeft geaccepteerd dat het is zoals het is. En ik moet eerlijk zeggen: dat doet hij een heel stuk beter dan ik. Chapeau!
Ook moet ik eerlijk zeggen dat ik hem niet altijd zo serieus genomen heb. Vooral in het begin heb ik ook regelmatig gedacht dat hij een psychisch probleem had, en zich misschien ook wel enigszins aanstelde. Hij was zichzelf niet, gedroeg zich heel anders en was ook erg teruggetrokken. En als de artsen al niet weten wat het is en de klachten verwijzen naar "spanningen", dan ben je al snel geneigd daarin mee te gaan. Maar gaandeweg zag ik Peter mentaal enorm opknappen, terwijl hij fysiek niet verbeterde. Wat was er nu aan de hand? We hadden geen antwoord. Tot nu dan.
Al zo'n 3 jaar heeft Peter heel regelmatig last van ooginfecties. Heel vervelend, maar ook hier werd nooit een echte oorzaak gevonden. Het leek een allergie te zijn, maar wat dan? Dit jaar had hij na onze vakantie opnieuw last van zijn ogen, en de druppels die hij daarvoor normaal gebruikt wilden maar niet helpen. Terug naar de huisarts dus! Die schrok echter enorm van wat hij zag en maakte gelijk een spoedafspraak bij de oogarts in het ziekenhuis. Even leek het erop dat Peter last had van een netvliesloslating, maar dat bleek later gelukkig niet het geval te zijn. Wel had hij in beide ogen een irisinfectie, ook een ernstige aandoening, maar gelukkig goed behandelbaar. Een irisinfectie wordt niet veroorzaak door een virus of een bacterie hebben we ons laten vertellen, maar is een feite een reactie van het eigen lichaam op iets anders. Dat lichaam ziet een gevaar in de ogen en gaat een afweerreactie starten tegen de ogen om het gevaar af te stoten. Dat ontstaat niet vanzelf, en er moet een relatie zijn met andere problemen in het lichaam.
Toen de infectie was behandeld, werd Peter door de oogarts met een begeleidende brief opnieuw langs de huisarts gestuurd, met de opdracht verder te onderzoeken waar dat vandaan kwam. En dat was het moment dat bij de huisarts een lampje ging branden: de ziekte van Bechterew. De regelmatige ooginfecties, de stijfheid in bekken en rug, de pijn op de borst, de pijn in de nek, het zijn allemaal symptomen die daarbij horen. We wachten nu op de uitslag van het bloedonderzoek dat moet aantonen of er een bepaald gen bij Peter aanwezig is. Dat gen duidt op de ziekte, en 95% van de Bechterws-patiënten heeft dat gen. Als de uitslag positief is, wordt hij doorverwezen naar een reumatoloog voor verdere behandeling.
Thuisgekomen van de huisarts zijn we zelf op onderzoek uitgegaan en hebben we ons verdiept in deze ziekte. Een wereld van herkenning! Zo'n beetje alle problemen die worden genoemd zijn aanwezig, Peter lijkt wel het schoolvoorbeeld te zijn. Normaal wordt deze ziekte ontdekt tussen het 15e en 35e levensjaar. Peter is inmiddels al 44, en daarmee zou de diagnose dus ook rijkelijk laat zijn gesteld. Als we de beschrijving afgaan, zijn de klachten bij Peter ook al begonnen zo'n 14 jaar geleden. We weten allebei nog goed wanneer hij voor het eerst regelmatig last kreeg van zijn bekken. Maar goed, formeel is er nog niets vastgesteld, maar we vreten een bezem als het dit niet blijkt te zijn. Als dit allemaal klopt, heeft het dus niets te maken met zijn hartinfarct. Hoe kan het dat niemand ooit eerder deze samenhang heeft gezien?
Peter is vooral blij dat we eindelijk lijken te weten wat er aan de hand is, en hij is blij dat hij daarmee van het stigma afkomt dat hij psychisch niet in orde is. Hij is niet gek dus! Hoewel de ziekte niet te genezen is, zijn er wel verlichtende behandelingen mogelijk die we nu eindelijk kunnen starten. Ik maak me vooral zorgen: als je afgaat op de informatie loopt hij dus al veel te lang rond met deze ziekte zonder ervoor te zijn behandeld. Dat betekent ook dat het al een behoorlijk stadium is gevorderd. Peter heeft al last van zijn nek, en dat zou betekenen dat de stijfheid al ver is gevorderd. Zijn hele wervelkolom is dan al aangetast, en dat lijkt onomkeerbaar te zijn. Waarom hebben ze hem nooit serieus genomen? En eigenlijk ben ik ook erg boos op mezelf: waarom heb ik er niet meer werk van gemaakt? Heb ik het wel serieus genomen?
Het toeval wil ook nog dat ik sinds gisteren geveld ben door een aanval van spit. Nooit eerder heb ik dat gehad, ik schrok me dan ook een hoedje toen mijn rug ineens op slot schoot gisteren. Ik gilde het uit van de pijn, en kon me nauwelijks bewegen. Nerd als ik ben, wil ik gelijk weten wat spit is en waar het vandaan komt, en natuurlijk wat ik er het best aan kan doen. Natuurlijk ben ik ook naar de huisarts geweest. Die heeft me huiswaarts gestuurd met pijnstillers en de opdracht te proberen om toch zoveel mogelijk te bewegen, zodat het niet verergert. Op internet ontdekte ik dat spit en de ziekte van Bechterew op dezelfde plek beginnen: het SI gewricht. En het veroorzaakt een stijfrond van de wervelkolom. Het verschil is echter ook heel groot: Spit is tijdelijk, Bechterew niet. En daarmee werd ik eigenlijk met de neus op de harde feiten gedrukt. Wat ik nu ervaar, daar kampt Peter dus al jaren mee. En daar werd ik even stil van. En boos ook. Boos op de medische wereld die hem niet heeft kunnen helpen. Het relativeert enorm in elk geval. Ik voelde me op slag niet meer zielig, en de pijn werd een stuk minder erdoor.
Wat een opgave voor Peter. Ik hoop dat we snel uitsluitsel hebben en dat er nog een behandeling mogelijk is voor hem. Met mij gaat het alweer een stuk beter. De pijn is minder, ik blijf bewegen en als ik aan Peter denk voel ik het nauwelijks nog.
zondag 2 oktober 2011
Cultuur: impact van de omgeving
Voor mijn loopbaantraject ben ik druk bezig met het voeren van gesprekken, om allerlei informatie op te halen en mijn plannen en ideeën te delen met anderen. Dat levert namelijk bruikbare feedback op, en niet te vergeten goede tips en adviezen. En precies daarom is het ook te doen! Dat helpt je namelijk in de verdere aanscherping van het aanbod op de arbeidsmarkt. Zo was ik de afgelopen week bij Miele voor een gesprek met een topmanager, hij was mijn leidinggevende in één van mijn vorige functies.
Hoewel ik zeker van het merk Miele gehoord heb, en ook weet dat het hier gaat om producten in het topsegment van de markt, heb ik zelf geen enkel product van hen in huis. Simpelweg omdat ik het te duur vind en de prijs niet vind opwegen tegen de kwaliteit. Maar ik moet bekennen dat ik mezelf ook nog nooit verdiept heb in het merk en de service die ze bieden, en de manier waarop dat wordt gepresenteerd. Maar daar kwam deze week dus verandering in door mijn ontmoeting.
Ik was onder de indruk bij aankomst bij het kantoor. Niet zozeer door de architectuur, maar door de manier waarop die is gepositioneerd in de omgeving. Fascinerend! De tuin om het pand heen is erg indrukwekkend en schitterend aangelegd, duidelijk onder architectuur. Grote waterpartijen en prachtige planten, ook de bestrating is luxe. Je kunt merken dat Miele zijn bezoekers (of is het haar bezoekers?) wil inspireren, en dat werkt in elk geval bij mij. Je wordt als een vorst onthaald, zo voelt het.
Als je het pand binnenkomt wordt je ontvangen door een team van gastvrouwen. Allen onberispelijk gekleed in prachtige bedrijfskleding, ze zagen er uit als door een ringetje te halen. Het leek wel alsof ik een luxe modewinkel binnentrad in combinatie met een dure parfumerie. Ik werd begeleid naar een zitruimte, waar op een verhoging prachtige zitjes stonden, van waar je een geweldig uitzicht had op de begane grond. Links van de zitjes bevond zich een bar met een enorme wand espresso machines erachter. Tegenover de zitjes bevond zich een soort café-restaurant achter een acquarium, en achter de zitjes een grote doorzichtige sfeerhaard met uitzicht op de tuin. Rechts van de zitjes keek je uit op het Inspirience Center met de ontvangstbalie. In prachtige opstellingen worden daar alle apparaten van Miele geshowd. Tegen de wand was de Nederlandse vlag in rood-wit-blauw gemaakt van stofzuigers. Bizar maar mooi! Ik had nauwelijks plaatsgenomen of ik werd al bediend door een andere gastvrouw die mijn bestelling voor een drankje op kwam nemen.
Mijn afspraak liet een half uur op zich wachten en daardoor heb ik de omgeving op me kunnen laten inwerken. Ik was in eerste instantie zwaar onder de indruk, en ik vond het leuk om de omgeving te observeren. Niet alleen de omgeving, maar ook de mensen die erin vertoeven. Ik merkte dat het zelfs bij mij een gevoel van trots opriep, en ik was nog maar een bezoeker. Ik wordt wel geïnspireerd door esthetische schoonheid. Ik wist dat eerder al van mezelf, maar op dat moment voelde ik het extra duidelijk.Wat me opviel was de sereniteit, de schoonheid van alles, maar ook de steriliteit. Alles glansde, nergens een vleugje stof of vingervlekken. De medewerkers die er passeerden pasten naadloos in de sfeer. Iedereen zag er onberispelijk uit. Alle dames liepen op hoge hakken, de heren hadden zonder uitzondering een stropdas om, en de meestal waren in pak. En werkelijk alles was in design. Ik zag een medewerker passeren met prachtige karren waarin was leek te zitten, en ik zag iemand passeren met kantoorbenodigdheden op een soort van palletwagen-de-luxe. Werkelijk alles was in stijl! De deelwanden tussen de verschillende ruimtes waren van hoogglans materiaal en bleken allemaal naadloze kasten te bevatten, aan de buitenkant nauwelijks zichtbaar.
Mijn afspraak nodigde me uit plaats te nemen in het café-restaurant, waar we uiteraard weer uiterst correct werden bediend door een gastvrouw. Alles werd onberispelijk gepresenteerd ook, in prachtig servies en met oog voor details. Koffie en thee werden geserveerd op een design-plankje. Nadeel van het café-restaurant gedeelte voor mij was wel het gebrek aan stilte, wat de communicatie iets moeilijker maakt. Toch hadden we een heel geanimeerd en prettig gesprek. Behalve mijn loopbaantraject en de vragen waarvoor ik hem had benaderd, bespraken we ook Miele als organisatie. Natuurlijk kon ik mijn observatie niet voor me houden, en ik kreeg van mijn ex-collega een kijkje in de keuken. Eerst door zijn verhalen, later kreeg ik nog een korte rondleiding.
Hij vertelde over de doelstelling van Miele en de achtergrond van het bedrijf: kwaliteit staat boven alles! Prijs speelt geen hoofdrol, ook niet in de aankleding. En dat is te zien, dat mag duidelijk zijn. Hij vertelde ook dat deze inrichting en styling ook gedrag en houding afdwingt bij de medewerkers, en het roept een gevoel van trots op. De medewerkers zijn trots op het bedrijf, hetgeen ook is gebleken uit een tevredenheidsonderzoek. Tijdens presentaties worden de medewerkers ook met U aangesproken, iets dat ook wel past bij de omgeving. Behalve uitstraling staat ook de klant in een hoog vaandel bij Miele, zo begreep ik. In het callcenter worden andere regels gevolgd om de klant van dienst te zijn. Zo krijgt een klant gelijk iemand aan de lijn, zonder zich een weg te hoeven banen door een menu van keuzes. Verder mag een klant altijd eerst zijn verhaal doen voordat een medewerker vraagt naar naam en serienummers, hoe lang het ook duurt. Productiviteit wordt niet gemeten aan de duur van een telefoongesprek. Bij een servicebezoek zal een medewerker na het afronden van de service altijd nog vragen of hij nog iets kan doen voor de klant. Moet er nog iets worden uitgelegd over een apparaat? Of zijn er nog andere vragen? Of is er nog een apparaat dat misschien niet helemaal goed werkt? Hij beent niet gelijk de deur uit naar de volgende afspraak.
Potentiële klanten zijn erg welkom in het Inspirience Center om de apparaten te bekijken en te proberen. Ze krijgen advies en worden geholpen door kundige adviseurs die zelf niets verkopen, maar de adviezen weer terugkoppelen aan de dealers. Klanten kunnen na een adviesafspraak of een onaangekondigd bezoek bovendien nog blijven om een hapje te eten in het café-restaurant op kosten van het bedrijf. Best bijzonder, toch?
Behalve de ruimtes die ik zojuist beschreven werd ik door mijn afspraak ook nog rondgeleid door twee andere paradepaartjes: het stoomtheater en het culinaire instituut. In het stoomtheater kunnen mensen zich inschrijven voor een demonstratie van de Miele keukenapparatuur. Hier worden apparaten getoond, recepten klaargemaakt in een high-tech omgeving. Het ziet er nog veel gelikter uit als de mooiste studio op tv, de keuken van Jamie Oliver en Gordon Ramsey zijn er niets bij! In een heuse theateropstelling staan echte lederen zitkuipjes achter gestroomlijnde hoogglanzende designtafels. De zitjes lopen over een geleiderail naar achteren en naar voren. Het is gewoon niet mogelijk om hier chaos te maken! Als er wordt gekookt in het theater en de oven gaat open, gaat er automatisch een camera draaien met bijpassende verlichting en wordt de inhoud van de oven op een groot scherm getoond. Wauw! Kosten nog moeite zijn hier gespaard.
Het culinaire instituut bestaat uit een aantal super-de-luxe keukenopstellingen waar groepen kunnen werken. Mensen kunnen zich op internet tegen betaling inschrijven voor workshops, maar ook bedrijven en groepen kunnen hier terecht voor personeelsavonden. Miele verhuurt zelfs vergaderruimtes in het gebouw om het nuttige met het aangename te verenigen. Als je apparatuur koopt van Miele, zoals een stoomoven, krijg je een tegoedbon waarmee je een workshop kunt volgen en zo kunt leren het apparaat goed te gebruiken. Miele heeft 6 koks in vaste dienst, en werkt bovendien samen met een aantal grote topkoks in den lande die de ruimtes ook gebruiken voor speciale workshops. Naast de grote keukenruimte, is er een prachtig ingerichte restaurantruimte met grote ronde tafels die gedekt zijn alsof je je in een restaurant bevindt met 3 michelinsterren. Je kijkt vanaf de tafel uit op de prachtige tuin rond het gebouw, en hebt geen enkel moment het idee dat je ergens op een industrieterrein zit. Indrukwekkend! En al deze faciliteiten biedt Miele vanuit de gedachte dat mensen op deze manier in aanraking komen met het merk en de producten en ze daarna ook zullen aanschaffen. Ik vraag me wel af of je het succes van zo'n investering ook kunt meten. Ik zou wel eens een kijkje in de financiële keuken willen hebben en kosten en baten met elkaar willen vergelijken. Betaalt de klant niet ook enorm veel voor deze vorm van marketing?
Na de rondleiding nam ik afscheid van mijn gesprekspartner, ik was erg blij dat hij tijd had vrijgemaakt voor me. En onderweg naar huis analyseerde ik deze ervaring voor mezelf. Na zo'n middagje rondleiding en observeren merkte ik toch ook dat voor mij de glans er al snel weer afgaat. In eerste instantie werd ik erg geïnspireerd, maar toch voelde ik me er niet echt thuis. Het is wel erg over de top! Duur, het geld spat ervan af. En al die aandacht voor uitstraling en design geeft me ook wel het gevoel dat alles zo oppervlakkig is. Mogen mensen hier wel zichzelf zijn? Draait het alleen om uiterlijk, of is inhoud ook erg belangrijk? Mag je afwijken van de rest? Interessante vragen waarop ik het antwoord niet heb, waarschijnlijk kom je daar pas achter als je het daadwerkelijk mag beleven. Maar voor mij werd wel weer duidelijk hoe belangrijk de omgeving is, jij en je omgeving moeten wel bij elkaar passen. En dat is een inzicht dat ik zeker zal meenemen in mijn nieuwe toekomst.
NB: de foto's komen niet van mijn hand, deze heb ik geleend van internet.
Hoewel ik zeker van het merk Miele gehoord heb, en ook weet dat het hier gaat om producten in het topsegment van de markt, heb ik zelf geen enkel product van hen in huis. Simpelweg omdat ik het te duur vind en de prijs niet vind opwegen tegen de kwaliteit. Maar ik moet bekennen dat ik mezelf ook nog nooit verdiept heb in het merk en de service die ze bieden, en de manier waarop dat wordt gepresenteerd. Maar daar kwam deze week dus verandering in door mijn ontmoeting.
Als je het pand binnenkomt wordt je ontvangen door een team van gastvrouwen. Allen onberispelijk gekleed in prachtige bedrijfskleding, ze zagen er uit als door een ringetje te halen. Het leek wel alsof ik een luxe modewinkel binnentrad in combinatie met een dure parfumerie. Ik werd begeleid naar een zitruimte, waar op een verhoging prachtige zitjes stonden, van waar je een geweldig uitzicht had op de begane grond. Links van de zitjes bevond zich een bar met een enorme wand espresso machines erachter. Tegenover de zitjes bevond zich een soort café-restaurant achter een acquarium, en achter de zitjes een grote doorzichtige sfeerhaard met uitzicht op de tuin. Rechts van de zitjes keek je uit op het Inspirience Center met de ontvangstbalie. In prachtige opstellingen worden daar alle apparaten van Miele geshowd. Tegen de wand was de Nederlandse vlag in rood-wit-blauw gemaakt van stofzuigers. Bizar maar mooi! Ik had nauwelijks plaatsgenomen of ik werd al bediend door een andere gastvrouw die mijn bestelling voor een drankje op kwam nemen.
Mijn afspraak nodigde me uit plaats te nemen in het café-restaurant, waar we uiteraard weer uiterst correct werden bediend door een gastvrouw. Alles werd onberispelijk gepresenteerd ook, in prachtig servies en met oog voor details. Koffie en thee werden geserveerd op een design-plankje. Nadeel van het café-restaurant gedeelte voor mij was wel het gebrek aan stilte, wat de communicatie iets moeilijker maakt. Toch hadden we een heel geanimeerd en prettig gesprek. Behalve mijn loopbaantraject en de vragen waarvoor ik hem had benaderd, bespraken we ook Miele als organisatie. Natuurlijk kon ik mijn observatie niet voor me houden, en ik kreeg van mijn ex-collega een kijkje in de keuken. Eerst door zijn verhalen, later kreeg ik nog een korte rondleiding.
Hij vertelde over de doelstelling van Miele en de achtergrond van het bedrijf: kwaliteit staat boven alles! Prijs speelt geen hoofdrol, ook niet in de aankleding. En dat is te zien, dat mag duidelijk zijn. Hij vertelde ook dat deze inrichting en styling ook gedrag en houding afdwingt bij de medewerkers, en het roept een gevoel van trots op. De medewerkers zijn trots op het bedrijf, hetgeen ook is gebleken uit een tevredenheidsonderzoek. Tijdens presentaties worden de medewerkers ook met U aangesproken, iets dat ook wel past bij de omgeving. Behalve uitstraling staat ook de klant in een hoog vaandel bij Miele, zo begreep ik. In het callcenter worden andere regels gevolgd om de klant van dienst te zijn. Zo krijgt een klant gelijk iemand aan de lijn, zonder zich een weg te hoeven banen door een menu van keuzes. Verder mag een klant altijd eerst zijn verhaal doen voordat een medewerker vraagt naar naam en serienummers, hoe lang het ook duurt. Productiviteit wordt niet gemeten aan de duur van een telefoongesprek. Bij een servicebezoek zal een medewerker na het afronden van de service altijd nog vragen of hij nog iets kan doen voor de klant. Moet er nog iets worden uitgelegd over een apparaat? Of zijn er nog andere vragen? Of is er nog een apparaat dat misschien niet helemaal goed werkt? Hij beent niet gelijk de deur uit naar de volgende afspraak.
Potentiële klanten zijn erg welkom in het Inspirience Center om de apparaten te bekijken en te proberen. Ze krijgen advies en worden geholpen door kundige adviseurs die zelf niets verkopen, maar de adviezen weer terugkoppelen aan de dealers. Klanten kunnen na een adviesafspraak of een onaangekondigd bezoek bovendien nog blijven om een hapje te eten in het café-restaurant op kosten van het bedrijf. Best bijzonder, toch?
Behalve de ruimtes die ik zojuist beschreven werd ik door mijn afspraak ook nog rondgeleid door twee andere paradepaartjes: het stoomtheater en het culinaire instituut. In het stoomtheater kunnen mensen zich inschrijven voor een demonstratie van de Miele keukenapparatuur. Hier worden apparaten getoond, recepten klaargemaakt in een high-tech omgeving. Het ziet er nog veel gelikter uit als de mooiste studio op tv, de keuken van Jamie Oliver en Gordon Ramsey zijn er niets bij! In een heuse theateropstelling staan echte lederen zitkuipjes achter gestroomlijnde hoogglanzende designtafels. De zitjes lopen over een geleiderail naar achteren en naar voren. Het is gewoon niet mogelijk om hier chaos te maken! Als er wordt gekookt in het theater en de oven gaat open, gaat er automatisch een camera draaien met bijpassende verlichting en wordt de inhoud van de oven op een groot scherm getoond. Wauw! Kosten nog moeite zijn hier gespaard.
Na de rondleiding nam ik afscheid van mijn gesprekspartner, ik was erg blij dat hij tijd had vrijgemaakt voor me. En onderweg naar huis analyseerde ik deze ervaring voor mezelf. Na zo'n middagje rondleiding en observeren merkte ik toch ook dat voor mij de glans er al snel weer afgaat. In eerste instantie werd ik erg geïnspireerd, maar toch voelde ik me er niet echt thuis. Het is wel erg over de top! Duur, het geld spat ervan af. En al die aandacht voor uitstraling en design geeft me ook wel het gevoel dat alles zo oppervlakkig is. Mogen mensen hier wel zichzelf zijn? Draait het alleen om uiterlijk, of is inhoud ook erg belangrijk? Mag je afwijken van de rest? Interessante vragen waarop ik het antwoord niet heb, waarschijnlijk kom je daar pas achter als je het daadwerkelijk mag beleven. Maar voor mij werd wel weer duidelijk hoe belangrijk de omgeving is, jij en je omgeving moeten wel bij elkaar passen. En dat is een inzicht dat ik zeker zal meenemen in mijn nieuwe toekomst.
NB: de foto's komen niet van mijn hand, deze heb ik geleend van internet.
zaterdag 1 oktober 2011
Energiestoring
Bulkte ik twee weken geleden nog van energie in mijn loopbaantraject, nu heb ik last van een storing. Geen orkaan op het niveau van windkracht 12, maar meer windkracht 8 die nu voorbij komt. Wat is er gebeurd?
Woensdag 21 september had ik een afspraak met de arbeidsdeskundige van Werkpad. Mijn werkgever had een herziening aangevraagd van het arbeidsdeskundig onderzoek dat in 2010 is uitgevoerd, omdat ze daarmee willen aantonen aan het UWV dat er echt geen passende functies zijn voor mij. Zeker niet, nu mijn gehoor ook nog eens is verslechterd. Een kwestie van indekken dus, want veel moeite om te zoeken naar een passende oplossing hebben ze niet gedaan. Maar goed, het gesprek met de arbeidsdeskundige ging over mijn situatie en het advies dat hij moest afgeven aan mijn werkgever en daarmee aan het UWV.
De arbeidsdeskundige is een specialist op het gebied van mijn beperking. Ik had hem voor de afspraak mijn laatste testgegevens digitaal doorgestuurd. Hieronder een weergave van mijn audiogram zoals dat er nu uitziet. Een aantal jaren geleden heb ik al eens uitgebreid geschreven over de betekenis van slechthorendheid en mijn achtergrond daarin in deze weblog. Daarin kun je meer uitleg teruglezen over het audiogram, net als de status van toen. Vroeger was mijn gehoor aan beide oren ongeveer gelijk, maar nu is er een groot verschil ontstaan tussen links en rechts, en met name rechts is mijn gehoor erg verslechterd.
Uiteraard had de arbeidsdeskundige mijn testgegevens uitgebreid bestudeerd. Maar behalve dat, had hij het audiogram ook nog eens voorgelegd aan de audioloog en de directeur van zijn organisatie, beiden experts op dit gebied. Die mensen kennen mij namelijk niet, en hij was benieuwd hoe zij erop zouden reageren. Hij vroeg hen welk persoon zij dachten dat hierachter zat. Hun antwoord: "deze mevrouw zal nauwelijks kunnen spreken, laat staan dat zij kan functioneren in een normale omgeving zoals in werk". Toen vertelde de arbeidsdeskundige over mij: "ik kan met haar een normaal gesprek voeren zoals ik dat met jou heb, ik kan met haar telefoneren en zij werkt al jaren op hoog niveau". Dat konden zij maar moeilijk geloven.
De arbeidsdeskundige vertelde me dat verhaal om duidelijk te maken hoe bijzonder mijn situatie is. Hoe bijzonder het is dat ik nog steeds zo kan functioneren zoals ik doe, daarmee ben ik een heel grote uitzondering. Hij wilde me daarmee niet speciaal maken, maar vooral duidelijk maken dat mijn functioneren wel een enorme inspanning moet vragen. Technisch is het eigenlijk niet mogelijk namelijk. Maar ik doe het maar mooi wel! Inderdaad, het vergt wel een grote inspanning, dat merk ik zelf maar al te goed. Lastig is het, dat de buitenwereld dat helemaal niet door heeft. Die ziet namelijk een "normaal" persoon en merkt van de beperking nauwelijks iets, behalve als de omstandigheden heel slecht worden. Maar hoe hard ik daarvoor moet werken, dat is aan de buitenkant niet zichtbaar. En dat maakt het dus ook een grote valkuil...
Tijdens het gesprek kwam ook mijn loopbaantraject aan de orde, en de opties die ik daarin momenteel onderzoek voor mijn nieuwe toekomst. Zo vertelde ik dus ook over mijn plannen om misschien als adviseur en coach aan de slag te gaan, en dan liefst als zelfstandige. Hij waarschuwde me echter voor een aantal zaken. Zoals: focus je niet teveel op communicatie 1-op-1. Dat gaat nu misschien wel goed, maar hoe lang nog? Met andere woorden: misschien gaat mijn gehoor wel verder achteruit, en dan wordt 1-op-1 communicatie ook steeds moeilijker. Ook moet ik oppassen niet teveel uren met communicatie bezig te zijn, ook al is dat 1-op-1, omdat het nog steeds veel energie vraagt, al gaat het wel gemakkelijker dan een overleg in groepen. Zijn advies was om naast communicatieve activiteiten ook te zorgen voor voldoende bureauwerk, omdat ik daarin kan herstellen en weer energie kan opbouwen. "Hoe ga jij acquisitie doen als zelfstandige?" was ook één van zijn vragen. Telefoneren is namelijk heel moeilijk voor mij, zeker met mensen die mij onbekend zijn. Niet alleen acquisitie is dan moeilijk, überhaupt het aannemen van telefoon is dan heel lastig. Is dat niet een heel grote beperking voor klanten? Weten ze me nog wel te bereiken dan? Of gaan ze op zoek naar iemand die gemakkelijker bereikbaar is?
Verder wist hij me te vertellen dat ik als zelfstandige ook al mijn voorzieningen van het UWV kwijtraak. Zo worden mijn hoorapparaten nu grotendeels vergoed door het UWV, omdat ik zonder hoorapparaten niet kan werken. Digitale apparaten zijn erg duur, en de zorgverzekering vergoedt per apparaat maar een klein deel. Behalve mijn apparaten, die elke 5 jaar moeten worden vervangen, vergoedt het UWV ook andere hulpmiddelen die het mogelijk maken om te werken, zoals een vergaderset met microfoons. En ook heb ik via het UWV een budget voor schrijftolken, die ik kan inzetten bij een overleg. Die voorzieningen raak ik allemaal kwijt als ik zelfstandig zou worden. Volgens het UWV zijn die voorzieningen namelijk bedoeld voor werknemers, en niet voor werkgevers. Als zelfstandige moet ik die dingen dus zelf bekostigen. En dat is best een opgave als beginnend ondernemer natuurlijk. En dat was dus ook een behoorlijke domper voor me. Hoe ga ik dat ooit verdienen als beginnend zelfstandige?
Na het gesprek liep ik dan ook naar buiten met mijn ziel onder de arm. Het gaat me vast nooit lukken, dat was het gevoel dat langzaam bij me naar boven kroop en mijn energie opslokte. Ik werd er verdrietig van, maar ook boos. Boos op de sociale staat van de BV Nederland. Ik heb namelijk de afgelopen 20 jaar als werknemer wel altijd forse premies afgedragen voor al deze voorzieningen, en daar kan ik als zelfstandige dus geen aanspraak meer op maken. Ik heb dus betaald voor al die mensen die zelf geen verantwoordelijkheid namen in die tijd, die zich lieten "pamperen" door de Nederlandse overheid en zich als een slachtoffer gedroegen. Dat ik wellicht als zelfstandige op termijn weer zoveel kan verdienen dat ik geen uitkering van het UWV nodig heb, dat is voor het UWV geen argument om de vergoeding te blijven verstrekken. In hun ogen kan ik beter aan de slag als werknemer. Ik moet dan maar een functie gaan doen waar ik helemaal geen communicatie voor nodig heb. Als dat betekent dat ik daarmee heel weinig kan verdienen, dan krijg ik dus wel een uitkering, terwijl ik die misschien als zelfstandige helemaal niet nodig heb. Hoe dubbel is dat?
Kortom, de moed is me even in de schoenen gezakt de afgelopen week, al komt die nu wel weer langzaam terug. Ik heb even alle doemscenario's afgewerkt de laatste week, en dat waren er nogal wat. Het gedrag van mijn werkgever helpt daar niet bij. Het indekken tegenover het UWV is daar een voorbeeld van, nog even snel alle documenten op orde maken om aan te tonen dat ze me echt niet kunnen gebruiken. Dat doet toch meer pijn dan ik had gedacht. Ze grijpen daar allerlei argumenten voor aan, dat werd me wel duidelijk in dat gesprek met de arbeidsdeskundige. Jammer! Maar het is niet anders. Ik ben een blok aan hun been, dat had ook anders kunnen zijn in mijn ogen.
Ik ben behoorlijk bang dat ik een groot deel van mijn inkomen kwijt raak, dat het UWV zal oordelen dat ik niet meer dan 35% arbeidsongeschikt ben. Onder de 35% moet ik het inkomensverlies namelijk zelf dekken, en dat is nogal wat. Ik ben hoofdkostwinnaar thuis, en als ik veel inkomen kwijt raak, moeten we wellicht de eindjes aan elkaar gaan knopen. Kunnen we dat wel? Kunnen we het huis wel blijven betalen? Als mijn inkomen daalt, wordt de hypotheekrente-aftrek ook een stuk kleiner, en dus wordt het huis ook nog eens duurder. Als de hypotheek niet meer kunnen ophoesten, wordt het probleem alleen maar groter. We hebben dit huis gekocht vlak voor de crisis, en verkopen zou ons momenteel opzadelen met een restschuld. Op slechte dagen zie ik dan ook een persoonlijk faillissement op ons afkomen.
Ik probeer hard om er niet te diep in weg te zakken. Doemscenario's kosten alleen maar energie, en hoeveel zin heeft het om je zorgen te maken over dingen die mogelijk zouden kunnen gebeuren? Moet ik nu al rekening houden met een verdere achteruitgang van mijn gehoor? Moet ik nu al interen op wat kan gebeuren in de toekomst? Wat blijft er dan nog over van mijn leven nu? Mijn verstand is nu aan het woord, gevoelsmatig liggen er toch wel veel gevaren op de loer die me erg onrustig maken. Ik probeer er vertrouwen in te hebben dat de keuring wel goed gaat, dat de arts realistisch is en dat ik een vangnet heb voor een periode. Dat vangnet is sowieso gelimiteerd en niet oneindig, maar een tijdelijk vangnet is voldoende om er weer bovenop te komen en een nieuwe toekomst op te bouwen. Ik kom er wel, toch?
Ik zou ik niet zijn als ik weer weet op te krabbelen! Het komt vast goed...... Een storm gaat altijd weer voorbij.
Woensdag 21 september had ik een afspraak met de arbeidsdeskundige van Werkpad. Mijn werkgever had een herziening aangevraagd van het arbeidsdeskundig onderzoek dat in 2010 is uitgevoerd, omdat ze daarmee willen aantonen aan het UWV dat er echt geen passende functies zijn voor mij. Zeker niet, nu mijn gehoor ook nog eens is verslechterd. Een kwestie van indekken dus, want veel moeite om te zoeken naar een passende oplossing hebben ze niet gedaan. Maar goed, het gesprek met de arbeidsdeskundige ging over mijn situatie en het advies dat hij moest afgeven aan mijn werkgever en daarmee aan het UWV.
De arbeidsdeskundige is een specialist op het gebied van mijn beperking. Ik had hem voor de afspraak mijn laatste testgegevens digitaal doorgestuurd. Hieronder een weergave van mijn audiogram zoals dat er nu uitziet. Een aantal jaren geleden heb ik al eens uitgebreid geschreven over de betekenis van slechthorendheid en mijn achtergrond daarin in deze weblog. Daarin kun je meer uitleg teruglezen over het audiogram, net als de status van toen. Vroeger was mijn gehoor aan beide oren ongeveer gelijk, maar nu is er een groot verschil ontstaan tussen links en rechts, en met name rechts is mijn gehoor erg verslechterd.
Uiteraard had de arbeidsdeskundige mijn testgegevens uitgebreid bestudeerd. Maar behalve dat, had hij het audiogram ook nog eens voorgelegd aan de audioloog en de directeur van zijn organisatie, beiden experts op dit gebied. Die mensen kennen mij namelijk niet, en hij was benieuwd hoe zij erop zouden reageren. Hij vroeg hen welk persoon zij dachten dat hierachter zat. Hun antwoord: "deze mevrouw zal nauwelijks kunnen spreken, laat staan dat zij kan functioneren in een normale omgeving zoals in werk". Toen vertelde de arbeidsdeskundige over mij: "ik kan met haar een normaal gesprek voeren zoals ik dat met jou heb, ik kan met haar telefoneren en zij werkt al jaren op hoog niveau". Dat konden zij maar moeilijk geloven.
De arbeidsdeskundige vertelde me dat verhaal om duidelijk te maken hoe bijzonder mijn situatie is. Hoe bijzonder het is dat ik nog steeds zo kan functioneren zoals ik doe, daarmee ben ik een heel grote uitzondering. Hij wilde me daarmee niet speciaal maken, maar vooral duidelijk maken dat mijn functioneren wel een enorme inspanning moet vragen. Technisch is het eigenlijk niet mogelijk namelijk. Maar ik doe het maar mooi wel! Inderdaad, het vergt wel een grote inspanning, dat merk ik zelf maar al te goed. Lastig is het, dat de buitenwereld dat helemaal niet door heeft. Die ziet namelijk een "normaal" persoon en merkt van de beperking nauwelijks iets, behalve als de omstandigheden heel slecht worden. Maar hoe hard ik daarvoor moet werken, dat is aan de buitenkant niet zichtbaar. En dat maakt het dus ook een grote valkuil...
Tijdens het gesprek kwam ook mijn loopbaantraject aan de orde, en de opties die ik daarin momenteel onderzoek voor mijn nieuwe toekomst. Zo vertelde ik dus ook over mijn plannen om misschien als adviseur en coach aan de slag te gaan, en dan liefst als zelfstandige. Hij waarschuwde me echter voor een aantal zaken. Zoals: focus je niet teveel op communicatie 1-op-1. Dat gaat nu misschien wel goed, maar hoe lang nog? Met andere woorden: misschien gaat mijn gehoor wel verder achteruit, en dan wordt 1-op-1 communicatie ook steeds moeilijker. Ook moet ik oppassen niet teveel uren met communicatie bezig te zijn, ook al is dat 1-op-1, omdat het nog steeds veel energie vraagt, al gaat het wel gemakkelijker dan een overleg in groepen. Zijn advies was om naast communicatieve activiteiten ook te zorgen voor voldoende bureauwerk, omdat ik daarin kan herstellen en weer energie kan opbouwen. "Hoe ga jij acquisitie doen als zelfstandige?" was ook één van zijn vragen. Telefoneren is namelijk heel moeilijk voor mij, zeker met mensen die mij onbekend zijn. Niet alleen acquisitie is dan moeilijk, überhaupt het aannemen van telefoon is dan heel lastig. Is dat niet een heel grote beperking voor klanten? Weten ze me nog wel te bereiken dan? Of gaan ze op zoek naar iemand die gemakkelijker bereikbaar is?
Verder wist hij me te vertellen dat ik als zelfstandige ook al mijn voorzieningen van het UWV kwijtraak. Zo worden mijn hoorapparaten nu grotendeels vergoed door het UWV, omdat ik zonder hoorapparaten niet kan werken. Digitale apparaten zijn erg duur, en de zorgverzekering vergoedt per apparaat maar een klein deel. Behalve mijn apparaten, die elke 5 jaar moeten worden vervangen, vergoedt het UWV ook andere hulpmiddelen die het mogelijk maken om te werken, zoals een vergaderset met microfoons. En ook heb ik via het UWV een budget voor schrijftolken, die ik kan inzetten bij een overleg. Die voorzieningen raak ik allemaal kwijt als ik zelfstandig zou worden. Volgens het UWV zijn die voorzieningen namelijk bedoeld voor werknemers, en niet voor werkgevers. Als zelfstandige moet ik die dingen dus zelf bekostigen. En dat is best een opgave als beginnend ondernemer natuurlijk. En dat was dus ook een behoorlijke domper voor me. Hoe ga ik dat ooit verdienen als beginnend zelfstandige?
Na het gesprek liep ik dan ook naar buiten met mijn ziel onder de arm. Het gaat me vast nooit lukken, dat was het gevoel dat langzaam bij me naar boven kroop en mijn energie opslokte. Ik werd er verdrietig van, maar ook boos. Boos op de sociale staat van de BV Nederland. Ik heb namelijk de afgelopen 20 jaar als werknemer wel altijd forse premies afgedragen voor al deze voorzieningen, en daar kan ik als zelfstandige dus geen aanspraak meer op maken. Ik heb dus betaald voor al die mensen die zelf geen verantwoordelijkheid namen in die tijd, die zich lieten "pamperen" door de Nederlandse overheid en zich als een slachtoffer gedroegen. Dat ik wellicht als zelfstandige op termijn weer zoveel kan verdienen dat ik geen uitkering van het UWV nodig heb, dat is voor het UWV geen argument om de vergoeding te blijven verstrekken. In hun ogen kan ik beter aan de slag als werknemer. Ik moet dan maar een functie gaan doen waar ik helemaal geen communicatie voor nodig heb. Als dat betekent dat ik daarmee heel weinig kan verdienen, dan krijg ik dus wel een uitkering, terwijl ik die misschien als zelfstandige helemaal niet nodig heb. Hoe dubbel is dat?
Kortom, de moed is me even in de schoenen gezakt de afgelopen week, al komt die nu wel weer langzaam terug. Ik heb even alle doemscenario's afgewerkt de laatste week, en dat waren er nogal wat. Het gedrag van mijn werkgever helpt daar niet bij. Het indekken tegenover het UWV is daar een voorbeeld van, nog even snel alle documenten op orde maken om aan te tonen dat ze me echt niet kunnen gebruiken. Dat doet toch meer pijn dan ik had gedacht. Ze grijpen daar allerlei argumenten voor aan, dat werd me wel duidelijk in dat gesprek met de arbeidsdeskundige. Jammer! Maar het is niet anders. Ik ben een blok aan hun been, dat had ook anders kunnen zijn in mijn ogen.
Ik ben behoorlijk bang dat ik een groot deel van mijn inkomen kwijt raak, dat het UWV zal oordelen dat ik niet meer dan 35% arbeidsongeschikt ben. Onder de 35% moet ik het inkomensverlies namelijk zelf dekken, en dat is nogal wat. Ik ben hoofdkostwinnaar thuis, en als ik veel inkomen kwijt raak, moeten we wellicht de eindjes aan elkaar gaan knopen. Kunnen we dat wel? Kunnen we het huis wel blijven betalen? Als mijn inkomen daalt, wordt de hypotheekrente-aftrek ook een stuk kleiner, en dus wordt het huis ook nog eens duurder. Als de hypotheek niet meer kunnen ophoesten, wordt het probleem alleen maar groter. We hebben dit huis gekocht vlak voor de crisis, en verkopen zou ons momenteel opzadelen met een restschuld. Op slechte dagen zie ik dan ook een persoonlijk faillissement op ons afkomen.
Ik probeer hard om er niet te diep in weg te zakken. Doemscenario's kosten alleen maar energie, en hoeveel zin heeft het om je zorgen te maken over dingen die mogelijk zouden kunnen gebeuren? Moet ik nu al rekening houden met een verdere achteruitgang van mijn gehoor? Moet ik nu al interen op wat kan gebeuren in de toekomst? Wat blijft er dan nog over van mijn leven nu? Mijn verstand is nu aan het woord, gevoelsmatig liggen er toch wel veel gevaren op de loer die me erg onrustig maken. Ik probeer er vertrouwen in te hebben dat de keuring wel goed gaat, dat de arts realistisch is en dat ik een vangnet heb voor een periode. Dat vangnet is sowieso gelimiteerd en niet oneindig, maar een tijdelijk vangnet is voldoende om er weer bovenop te komen en een nieuwe toekomst op te bouwen. Ik kom er wel, toch?
Ik zou ik niet zijn als ik weer weet op te krabbelen! Het komt vast goed...... Een storm gaat altijd weer voorbij.
vrijdag 16 september 2011
Jaar van de algehele revisie
Wat een beetje aandacht voor jezelf al niet teweeg kan brengen........
Het schrijven van de zelfanalyse aan het begin van het loopbaantraject heeft op mij een heel therapeutisch effect gehad. Door de aanpak en de vragen waarmee je aan de slag gaat, doorzie je patronen bij jezelf en je herkent een rode draad. Eén van die rode draden was dat ik eigenlijk best wat liever voor mezelf mag zijn. Ik ben veeleisend en vind niet gauw iets goed genoeg bij mezelf, heb behoorlijk wat zelfkritiek en vroeg me regelmatig af of ik er eigenlijk wel mocht zijn.
Natuurlijk mag ik er zijn, en ik ben niet afhankelijk van anderen om daarvoor bevestiging te krijgen. Die moet ik bij mezelf zoeken! Een groot inzicht, maar wel één die behoorlijk wat radertjes in beweging heeft gezet.
Een van die radertjes gaat over mijn gewicht. Al jaren kamp ik met een behoorlijk overgewicht en ik word er ook niet jonger op. Dit jaar ben ik 40 geworden. Oké, het is nog niet oud, maar toch kun je niet meer voorbij aan het feit dat het getal langzaam omhoog klimt. In mijn familie komt diabetes type 2 veel voor, en ik was als de dood dat daar ook mee te maken zou krijgen. Verder heeft overgewicht een ondermijnend effect op mijn zelfvertrouwen, en het werkt ook niet bevorderend voor de energie. En energie is mijn grootste probleem, mijn energiehuishouding moet goed gemanaged worden! Ik gebruik nu eenmaal veel meer energie door mijn slechtere gezondheid en door mijn slechthorendheid, daar kan ik niet veel aan veranderen.
Een aantal jaren geleden had ik me al eens gewaagd aan afvallen, maar met heel weinig succes. Zelfs met heel intensief sporten onder begeleiding, dagelijkse beweging en een gezond eetpatroon viel ik in 3 maanden tijd slechts 1 kg af. Niet echt motiverend! Ik had me dan ook voorgenomen om dat niet meer te proberen! Waar het aan lag? Daar had ik toen nog geen flauw idee van, maar inmiddels weet ik de oorzaak. Die hangt samen met mijn hormoonhuishouding, die is namelijk helemaal van de wap. Dat weet ik inmiddels, omdat we ook al heel wat jaren hebben besteed aan het zwanger worden.
Ten tijde van mijn eerste afvalpoging waren we aan het begin van het proberen-zwanger-te-worden-traject en ik bleek toen PCOS te hebben. Mijn lichaam produceerde een enorme hoeveelheid eitjes, maar die kwamen niet voldoende tot rijping en nestelden zich in de wand van de eileider. En met de diagnose PCOS is het algemeen bekend dat afvallen bijna onmogelijk is, vanwege die hormoonhuishouding. Bij die diagnose is het echter niet gebleven, want uiteindelijk zijn de ICSI pogingen niet geslaagd doordat ik geen eitjes meer heb. Je zou kunnen spreken van een vervroegde overgang, hoewel de doktoren daar nog geen overeenstemming over hebben. Er zijn blijkbaar verschillende definities voor de overgang. Wat wel duidelijk is, is dat mijn hormoonhuishouding niet goed functioneert. Hoe ik zo versneld ben getransformeerd van PCOS naar de vervroegde overgang is ook niet helemaal duidelijk, maar ik ben wel het gewend om in de medische wereld voor de nodige vraagtekens te zorgen. Hoe dan ook, aan de symptomen kan ik niet voorbij. Niet alleen was ik tijdens elke IVF poging nog meer aangekomen, na de IVF werd mijn cyclus ondraaglijk. Ik ben dus onder behandeling nu om die cyclus enigszins onder controle te houden, al is dat behoorlijk lastig, en daarnaast proberen we ook de vervroegde overgang te vertragen. Daarvoor gebruik ik nu medicijnen en met die medicijnen functioneert mijn lichaam weer iets beter, waardoor afvallen opeens wel tot de mogelijkheden behoort.
Door de zelfanalyse vond ik de knop die ik moest omdraaien bij mezelf: ik ging het niet proberen, ik ging het gewoon doen! Ik wilde niet afvallen omdat ik streng was voor mezelf, nee ik wilde liever zijn voor mezelf. En dat blijkt een goede motivatie kan ik vertellen! Door de medicijnen werd het lichamelijk ook mogelijk gemaakt. Half maart ben ik gestart met mijn nieuwe levensstijl, en inmiddels ben ik zo'n 15 kg lichter. En dat voelt fantastisch! Ik hoef niet meer te winkelen in de grote-maten-winkels, maar kan op veel meer plekken terecht. Voor ik aan de afvalpoging begon had ik maat 48/50, nu zit ik op maat 44. Groot verschil dus! Vorige week heb ik een groot deel van mijn wintergarderobe naar de kleermaker gebracht om ze te laten innemen, en natuurlijk heb ik ook wat nieuwe dingetjes gekocht. Het kost een rib uit mijn lijf, maar zelfs daar kan ik niet chagrijnig van worden!
Een ander project dat ik heb opgepakt is mijn haar. Mijn haar zorgde ook nogal voor wat hoofdbrekens, en ondermijnde mijn zelfvertrouwen enorm. Niet alleen kostte het me enorm veel tijd en moeite om er -naar mijn maatstaven- enigszins goed uit te zien, het probleem werd fysiek ook steeds groter. Zelfs mijn kapper vond het tijd worden om het probleem bij de kop te vatten. Wat er aan de hand is? Diffuse alopecia is de diagnose. En die diagnose heb ik al heel wat jaren geleden laten vaststellen, al wist ik de naam pas sinds dit voorjaar. Het hangt ook weer allemaal samen met mijn hormoonhuishouding die zo van de wap is. Ik heb namelijk mannelijke haarzakjes, en van mannelijke haren is bekend dat ze meer dan gemiddeld uitvallen. Alleen is dat voor vrouwen op mijn leeftijd helemaal niet zo vanzelfsprekend. Ik werd dus langzaam steeds kaler boven op mijn hoofd, de spoeling werd steeds dunner. Met goede kapsels en veel tijd en energie kun je nog wel een en ander maskeren, maar het roept ook veel stress op. Niet alleen kost het veel moeite, het zakt ook heel snel in elkaar bij een beetje regen bijvoorbeeld, of bij hevige wind. En daarvan hebben genoeg in ons kikkerlandje.
Een oplossing: een gedeeltelijk haarwerk. Mijn kapster verraste me vorig jaar met een simpele oplossing: een heel klein haarwerkje dat je plakt op de scheiding van je eigen haar, verkrijgbaar in verschillende kleuren. Die schafte ik aan, en het verschil was enorm. Toch zaten er ook heel wat nadelen aan: je kunt niet fatsoenlijk douchen, omdat de plakstrip niet nat mag worden. Bovendien was het een heel kostbare oplossing, niet alleen in aanschaf maar ook door de plakstrippen die je 3 keer per week moest vervangen en een vermogen kosten. Na een half jaar ben ik daarom op zoek gegaan naar een professionele oplossing. Ik had inmiddels geproefd aan een verbetering, en wilde niet meer terug naar de oude situatie.
Ik oriënteerde me op verschillende mogelijkheden en leveranciers en kwam uit op een gedeeltelijk haarwerk van echt haar in de vorm van een netje dat je met klemmetjes aan je eigen haar bevestigt. Dit haarwerk wordt gemaakt in elke gewenste kleur en dichtheid, zodat het goed past bij je eigen haar. In vaktermen heet het een topper, en het is vergelijkbaar met een toupet. Helaas is dit ook een kostbare oplossing, maar wel een meer duurzame. Het plakstripje met de haren had een levensduur van 4 - 6 maanden, terwijl een topper van echt haar met een goede verzorging 1 tot 2 jaar bruikbaar is. Bovendien wordt een topper deels vergoed door de ziektekostenverzekering, al dekt dat de kosten maar voor 1/3.
In maart heb ik het haarwerk mogen afhalen en is het in model geknipt. En hoewel het daar behoorlijk mis ging, ben ik toch heel blij met de verbetering! Het model is korter geknipt dan we hadden afgesproken. Ik wilde namelijk graag een coupe tot net boven de kaaklijn, maar nu is het tot op mijn oren geknipt. Hoe dan ook: de verbetering is enorm! 's Avonds doe ik het haarwerk af, en 's ochtends zet ik het weer op. Mijn eigen haar komt er gewoon onderuit en is in het model meegeknipt. Nu kan ik net als ieder ander 's ochtends ook in een half uur klaar zijn voor de dag, dat lukte eerder nooit in minder dan 1 à 1,5 uur. Heerlijk! Het haarwerk was ik gemiddeld eens in 7 tot 10 dagen. Inclusief mijn eigen opsmuk ben ik dan 1 à 1,5 uur bezig, en niet meer dagelijks dus. Vaker wassen hoeft niet, want het wordt niet zo snel vet en bovendien wordt de houdbaarheid daardoor ook verkort. Goed verzorgen is het devies, met goede producten, en weinig haarlak en andere troep. Dat heb je trouwens ook nauwelijks nodig!
Nu ben ik alleen nog verwikkeld in een juridisch gevecht met de leverancier voor de fouten die ze hebben gemaakt. De zaak is in behandeling van een geschillencommissie, en dat duurt nog wel even voordat ik een uitspraak heb. Ik hoop dat ik in mijn gelijk gesteld zal worden! Jammer daaraan is dat ik mijn haar nu niet kan verder kan laten aanpassen. Ik wil het graag nog korter laten knippen, zodat het iets vlotter wordt, maar daarmee moet ik wachten tot ik een uitspraak heb. Ik heb een aantal maanden geleden de grootste fouten laten herstellen, zodat ik in elk geval niet meer voor joker loop, en nu is het even afwachten. Maar wat ze me niet meer kunnen afnemen is de groei in mijn zelfvertrouwen!
En het volgende project is de verbetering van mijn tanden. Ook daar loop ik al een tijdje tegenaan te hikken! Deze week waren we bij onze nieuwe tandarts in het dorp, en heb ik de situatie nog eens goed laten beoordelen. Nu heb ik een heel goed gebit, en is er met mijn tanden op zich ook niet veel mis, ze zijn alleen in de loop der jaren een stuk korter geworden door het tandenknarsen dat ik veelvuldig gedaan heb. Het knarsen is wel verminderd gelukkig! En eigenlijk heb ik ook geen last van mijn tanden, ik vind het alleen niet meer mooi uitzien. In mijn pubertijd heb ik jaren met een beugel gelopen om de rij netjes te maken, en nu zie je ze nauwelijks nog omdat ze wegvallen achter mijn lippen. En volgende week vrijdag gaat daar iets aan gebeuren!
Mijn vorige tandarts had een heel dure oplossing voorgesteld die me ongeveer €4.000 zou kosten. Mijn verzekering vergoed daarvan slechts €1.500, dus een flinke investering. Bovendien had ik het gevoel dat hij zich tegoed deed aan omzetverhogende ingrepen, in plaats van een oplossing die bij mijn probleem paste. En mijn nieuwe tandarts had een veel beter idee, dat met een uitgave van €500 ook nog eens een heel stuk goedkoper is en gewoon vergoed wordt door mijn verzekering. Yay! Het is pijnloos, in 2 uurtjes gepiept en daarna ziet mijn bekkie er dus weer heel anders uit. Spannend!
Wat ook een wisseling trekt op je fysieke uitstraling, is je eigenwaarde en je zelfvertrouwen heb ik gemerkt. Mijn zelfvertrouwen is enorm gegroeid door alle fysieke veranderingen, maar ook door mijn traject bij van Ede en de gesprekken met de psycholoog in dat traject. Mijn eigenwaarde is gegroeid, en ik ben een heel stuk meer ontspannen geworden. The Work van Byron Katie heeft me veel goeds gedaan in dat opzicht. Ik kan het iedereen aanraden! Ik hoor regelmatig van anderen dat ik er zo ontspannen uitzie en dat doet natuurlijk ook iets voor je uitstraling.
Met al deze dingen kun je toch wel spreken van een algehele revisie, toch? Met vooral fysieke resultaten: ik zie er anders uit. Slanker, met meer haar rond een ontspannen gezicht met een mooiere zichtbare rij tanden vanaf volgende week!
Het schrijven van de zelfanalyse aan het begin van het loopbaantraject heeft op mij een heel therapeutisch effect gehad. Door de aanpak en de vragen waarmee je aan de slag gaat, doorzie je patronen bij jezelf en je herkent een rode draad. Eén van die rode draden was dat ik eigenlijk best wat liever voor mezelf mag zijn. Ik ben veeleisend en vind niet gauw iets goed genoeg bij mezelf, heb behoorlijk wat zelfkritiek en vroeg me regelmatig af of ik er eigenlijk wel mocht zijn.
Natuurlijk mag ik er zijn, en ik ben niet afhankelijk van anderen om daarvoor bevestiging te krijgen. Die moet ik bij mezelf zoeken! Een groot inzicht, maar wel één die behoorlijk wat radertjes in beweging heeft gezet.
Een van die radertjes gaat over mijn gewicht. Al jaren kamp ik met een behoorlijk overgewicht en ik word er ook niet jonger op. Dit jaar ben ik 40 geworden. Oké, het is nog niet oud, maar toch kun je niet meer voorbij aan het feit dat het getal langzaam omhoog klimt. In mijn familie komt diabetes type 2 veel voor, en ik was als de dood dat daar ook mee te maken zou krijgen. Verder heeft overgewicht een ondermijnend effect op mijn zelfvertrouwen, en het werkt ook niet bevorderend voor de energie. En energie is mijn grootste probleem, mijn energiehuishouding moet goed gemanaged worden! Ik gebruik nu eenmaal veel meer energie door mijn slechtere gezondheid en door mijn slechthorendheid, daar kan ik niet veel aan veranderen.
Een aantal jaren geleden had ik me al eens gewaagd aan afvallen, maar met heel weinig succes. Zelfs met heel intensief sporten onder begeleiding, dagelijkse beweging en een gezond eetpatroon viel ik in 3 maanden tijd slechts 1 kg af. Niet echt motiverend! Ik had me dan ook voorgenomen om dat niet meer te proberen! Waar het aan lag? Daar had ik toen nog geen flauw idee van, maar inmiddels weet ik de oorzaak. Die hangt samen met mijn hormoonhuishouding, die is namelijk helemaal van de wap. Dat weet ik inmiddels, omdat we ook al heel wat jaren hebben besteed aan het zwanger worden.
Ten tijde van mijn eerste afvalpoging waren we aan het begin van het proberen-zwanger-te-worden-traject en ik bleek toen PCOS te hebben. Mijn lichaam produceerde een enorme hoeveelheid eitjes, maar die kwamen niet voldoende tot rijping en nestelden zich in de wand van de eileider. En met de diagnose PCOS is het algemeen bekend dat afvallen bijna onmogelijk is, vanwege die hormoonhuishouding. Bij die diagnose is het echter niet gebleven, want uiteindelijk zijn de ICSI pogingen niet geslaagd doordat ik geen eitjes meer heb. Je zou kunnen spreken van een vervroegde overgang, hoewel de doktoren daar nog geen overeenstemming over hebben. Er zijn blijkbaar verschillende definities voor de overgang. Wat wel duidelijk is, is dat mijn hormoonhuishouding niet goed functioneert. Hoe ik zo versneld ben getransformeerd van PCOS naar de vervroegde overgang is ook niet helemaal duidelijk, maar ik ben wel het gewend om in de medische wereld voor de nodige vraagtekens te zorgen. Hoe dan ook, aan de symptomen kan ik niet voorbij. Niet alleen was ik tijdens elke IVF poging nog meer aangekomen, na de IVF werd mijn cyclus ondraaglijk. Ik ben dus onder behandeling nu om die cyclus enigszins onder controle te houden, al is dat behoorlijk lastig, en daarnaast proberen we ook de vervroegde overgang te vertragen. Daarvoor gebruik ik nu medicijnen en met die medicijnen functioneert mijn lichaam weer iets beter, waardoor afvallen opeens wel tot de mogelijkheden behoort.
Door de zelfanalyse vond ik de knop die ik moest omdraaien bij mezelf: ik ging het niet proberen, ik ging het gewoon doen! Ik wilde niet afvallen omdat ik streng was voor mezelf, nee ik wilde liever zijn voor mezelf. En dat blijkt een goede motivatie kan ik vertellen! Door de medicijnen werd het lichamelijk ook mogelijk gemaakt. Half maart ben ik gestart met mijn nieuwe levensstijl, en inmiddels ben ik zo'n 15 kg lichter. En dat voelt fantastisch! Ik hoef niet meer te winkelen in de grote-maten-winkels, maar kan op veel meer plekken terecht. Voor ik aan de afvalpoging begon had ik maat 48/50, nu zit ik op maat 44. Groot verschil dus! Vorige week heb ik een groot deel van mijn wintergarderobe naar de kleermaker gebracht om ze te laten innemen, en natuurlijk heb ik ook wat nieuwe dingetjes gekocht. Het kost een rib uit mijn lijf, maar zelfs daar kan ik niet chagrijnig van worden!
Een ander project dat ik heb opgepakt is mijn haar. Mijn haar zorgde ook nogal voor wat hoofdbrekens, en ondermijnde mijn zelfvertrouwen enorm. Niet alleen kostte het me enorm veel tijd en moeite om er -naar mijn maatstaven- enigszins goed uit te zien, het probleem werd fysiek ook steeds groter. Zelfs mijn kapper vond het tijd worden om het probleem bij de kop te vatten. Wat er aan de hand is? Diffuse alopecia is de diagnose. En die diagnose heb ik al heel wat jaren geleden laten vaststellen, al wist ik de naam pas sinds dit voorjaar. Het hangt ook weer allemaal samen met mijn hormoonhuishouding die zo van de wap is. Ik heb namelijk mannelijke haarzakjes, en van mannelijke haren is bekend dat ze meer dan gemiddeld uitvallen. Alleen is dat voor vrouwen op mijn leeftijd helemaal niet zo vanzelfsprekend. Ik werd dus langzaam steeds kaler boven op mijn hoofd, de spoeling werd steeds dunner. Met goede kapsels en veel tijd en energie kun je nog wel een en ander maskeren, maar het roept ook veel stress op. Niet alleen kost het veel moeite, het zakt ook heel snel in elkaar bij een beetje regen bijvoorbeeld, of bij hevige wind. En daarvan hebben genoeg in ons kikkerlandje.
Een oplossing: een gedeeltelijk haarwerk. Mijn kapster verraste me vorig jaar met een simpele oplossing: een heel klein haarwerkje dat je plakt op de scheiding van je eigen haar, verkrijgbaar in verschillende kleuren. Die schafte ik aan, en het verschil was enorm. Toch zaten er ook heel wat nadelen aan: je kunt niet fatsoenlijk douchen, omdat de plakstrip niet nat mag worden. Bovendien was het een heel kostbare oplossing, niet alleen in aanschaf maar ook door de plakstrippen die je 3 keer per week moest vervangen en een vermogen kosten. Na een half jaar ben ik daarom op zoek gegaan naar een professionele oplossing. Ik had inmiddels geproefd aan een verbetering, en wilde niet meer terug naar de oude situatie.
Ik oriënteerde me op verschillende mogelijkheden en leveranciers en kwam uit op een gedeeltelijk haarwerk van echt haar in de vorm van een netje dat je met klemmetjes aan je eigen haar bevestigt. Dit haarwerk wordt gemaakt in elke gewenste kleur en dichtheid, zodat het goed past bij je eigen haar. In vaktermen heet het een topper, en het is vergelijkbaar met een toupet. Helaas is dit ook een kostbare oplossing, maar wel een meer duurzame. Het plakstripje met de haren had een levensduur van 4 - 6 maanden, terwijl een topper van echt haar met een goede verzorging 1 tot 2 jaar bruikbaar is. Bovendien wordt een topper deels vergoed door de ziektekostenverzekering, al dekt dat de kosten maar voor 1/3.
In maart heb ik het haarwerk mogen afhalen en is het in model geknipt. En hoewel het daar behoorlijk mis ging, ben ik toch heel blij met de verbetering! Het model is korter geknipt dan we hadden afgesproken. Ik wilde namelijk graag een coupe tot net boven de kaaklijn, maar nu is het tot op mijn oren geknipt. Hoe dan ook: de verbetering is enorm! 's Avonds doe ik het haarwerk af, en 's ochtends zet ik het weer op. Mijn eigen haar komt er gewoon onderuit en is in het model meegeknipt. Nu kan ik net als ieder ander 's ochtends ook in een half uur klaar zijn voor de dag, dat lukte eerder nooit in minder dan 1 à 1,5 uur. Heerlijk! Het haarwerk was ik gemiddeld eens in 7 tot 10 dagen. Inclusief mijn eigen opsmuk ben ik dan 1 à 1,5 uur bezig, en niet meer dagelijks dus. Vaker wassen hoeft niet, want het wordt niet zo snel vet en bovendien wordt de houdbaarheid daardoor ook verkort. Goed verzorgen is het devies, met goede producten, en weinig haarlak en andere troep. Dat heb je trouwens ook nauwelijks nodig!
Nu ben ik alleen nog verwikkeld in een juridisch gevecht met de leverancier voor de fouten die ze hebben gemaakt. De zaak is in behandeling van een geschillencommissie, en dat duurt nog wel even voordat ik een uitspraak heb. Ik hoop dat ik in mijn gelijk gesteld zal worden! Jammer daaraan is dat ik mijn haar nu niet kan verder kan laten aanpassen. Ik wil het graag nog korter laten knippen, zodat het iets vlotter wordt, maar daarmee moet ik wachten tot ik een uitspraak heb. Ik heb een aantal maanden geleden de grootste fouten laten herstellen, zodat ik in elk geval niet meer voor joker loop, en nu is het even afwachten. Maar wat ze me niet meer kunnen afnemen is de groei in mijn zelfvertrouwen!
En het volgende project is de verbetering van mijn tanden. Ook daar loop ik al een tijdje tegenaan te hikken! Deze week waren we bij onze nieuwe tandarts in het dorp, en heb ik de situatie nog eens goed laten beoordelen. Nu heb ik een heel goed gebit, en is er met mijn tanden op zich ook niet veel mis, ze zijn alleen in de loop der jaren een stuk korter geworden door het tandenknarsen dat ik veelvuldig gedaan heb. Het knarsen is wel verminderd gelukkig! En eigenlijk heb ik ook geen last van mijn tanden, ik vind het alleen niet meer mooi uitzien. In mijn pubertijd heb ik jaren met een beugel gelopen om de rij netjes te maken, en nu zie je ze nauwelijks nog omdat ze wegvallen achter mijn lippen. En volgende week vrijdag gaat daar iets aan gebeuren!
Mijn vorige tandarts had een heel dure oplossing voorgesteld die me ongeveer €4.000 zou kosten. Mijn verzekering vergoed daarvan slechts €1.500, dus een flinke investering. Bovendien had ik het gevoel dat hij zich tegoed deed aan omzetverhogende ingrepen, in plaats van een oplossing die bij mijn probleem paste. En mijn nieuwe tandarts had een veel beter idee, dat met een uitgave van €500 ook nog eens een heel stuk goedkoper is en gewoon vergoed wordt door mijn verzekering. Yay! Het is pijnloos, in 2 uurtjes gepiept en daarna ziet mijn bekkie er dus weer heel anders uit. Spannend!
Wat ook een wisseling trekt op je fysieke uitstraling, is je eigenwaarde en je zelfvertrouwen heb ik gemerkt. Mijn zelfvertrouwen is enorm gegroeid door alle fysieke veranderingen, maar ook door mijn traject bij van Ede en de gesprekken met de psycholoog in dat traject. Mijn eigenwaarde is gegroeid, en ik ben een heel stuk meer ontspannen geworden. The Work van Byron Katie heeft me veel goeds gedaan in dat opzicht. Ik kan het iedereen aanraden! Ik hoor regelmatig van anderen dat ik er zo ontspannen uitzie en dat doet natuurlijk ook iets voor je uitstraling.
Met al deze dingen kun je toch wel spreken van een algehele revisie, toch? Met vooral fysieke resultaten: ik zie er anders uit. Slanker, met meer haar rond een ontspannen gezicht met een mooiere zichtbare rij tanden vanaf volgende week!
woensdag 14 september 2011
Veel energie voor de nieuwe toekomst
Ik bruis van energie! Heerlijk gevoel is dat. Ik krijg meer zicht op mijn nieuwe toekomst, en ik kan niet wachten om die verder te onderzoeken.
Waar ik me in eerste instantie op focus is een carrière als coach en adviseur, waarbij ik me wil richten op de doelgroep financiële managers, controllers en financieel professionals en hen wil ondersteunen bij organisatorische vraagstukken rondom het functioneren van de financiële afdelingen in relatie tot de rest van de organisatie. Een hele mond vol! De afgelopen weken is mijn aanbod steeds iets specifieker geworden, en nu ben ik zover om ermee de boer op te gaan.
Dat betekent vooral dat ik ga netwerken om mijn ideeën te bespreken, en om antwoorden te zoeken op mijn vragen. Ik kan natuurlijk wel een aanbod bedenken, maar ik moet ook weten of daar wel vraag naar is! Ik moet marktonderzoek doen dus, en tegelijkertijd moet ik ook gaan onderzoeken hoe ik dat wil doen. Ga ik als zelfstandige verder? Of ga ik in loondienst bij een organisatie? Of een maatschap?
En ik heb 1001 vragen op het gebied van zelfstandig worden. Ik vind het namelijk doodeng, en spannend. Geen zekerheid meer, maar ik ben ook bang voor eenzaamheid. Ik vind het namelijk wel heel fijn om ook ergens bij te horen en om collega's te hebben waar je mee kunt sparren en waar je soms even stoom kunt afblazen. Als je zelfstandig bent, is dat allemaal minder vanzelfsprekend. Dat zijn dus wel dingen die ik moet organiseren. En hoe kom je aan opdrachten? Als je zelfstandig bent, moet je ook aan acquisitie doen. Maar inmiddels heb ik ook wel begrepen dat je in loondienst als senior adviseur ook verwacht wordt actief aan acquisitie te doen. Bummer, maar het hoort er nu eenmaal bij. En ik wil natuurlijk wel een goed inkomen kunnen verdienen. Als zelfstandige kun je helemaal zelf bepalen hoe je je werk aanpakt, in loondienst moet je je vaker schikken naar de denkbeelden van de "organisatie" waarvoor je werkt. En soms moet je ook opdrachten doen die je niet zo leuk vind, maar dat moet je waarschijnlijk ook als zelfstandige wel eens. Er moet natuurlijk wel brood op de plank komen.
En als ik coaching ga doen: hoe vind ik coachees? En wat heb ik nog nodig aan opleidingen? En hoe vinden mijn potentiële klanten mij? En welke thema's zijn als coach aan de orde? Kortom, genoeg gespreksstof dus, en genoeg vragen.
Ik ben mijn netwerk dus actief aan het onderhouden, en zoek goede gesprekspartners die me verder kunnen helpen in mijn persoonlijk onderzoek. Dus: als er lezers zijn die daarin een rol willen en kunnen spelen: let's meet!
Ik heb mijn resumé nu zo goed als klaar, en ik ben er heel tevreden over. Een resumé is eigenlijk een toekomstgericht CV. Het is geen opsomming van je loopbaan, maar vooral een profiel van jezelf, een weergave van je talenten en ervaring en de manier waarop je die wil gaan inzetten in de toekomst. Een resumé gebruik je vooral met netwerken, om informatie te verstrekken en eventueel achter te laten bij je gesprekspartners. Die informatie kunnen zij dan weer gebruiken in hun netwerk, en breid de "olievlek" zich steeds verder uit.
Met mijn CV ben ik nog even aan het stoeien. Ik heb hem helemaal omgegooid, en in plaats van een chronologisch CV ben ik overgestapt op een functioneel, ervaringsgericht CV. Ik wil namelijk meer de focus leggen op mijn profiel en op de dingen die ik daarmee kan doen, en niet meer een opsomming geven van mijn verantwoordelijkheden in het verleden. Ik wil me nu richten op de toekomst, en dat is lastiger met een chronologisch CV in mijn geval. Maar goed, ik heb nog wel even de tijd om het CV te finetunen, want aan solliciteren kom ik voorlopig nog niet toe.
Ook heb ik de afgelopen weken wat workshops gevolgd bij Van Ede. Vorige week maandag ben ik een hele dag bezig geweest met "personal branding". Het was superleuk, en ik heb er weer ontzettend veel van geleerd. En gelukkig ging het me ook goed af, daar ben ik wel blij om. Het is wel belangrijk dat je je verhaal goed over de bühne kunt brengen, dat verhoogt de succeskans enorm. Vooral als je in de toekomst iets heel anders wil gaan doen, dan is het wel belangrijk dat je je gesprekspartner goed kunt uitleggen wat je wil, en ook waarom je dat zou kunnen. Het is natuurlijk heel simpel om iemand uit te leggen wat je altijd gedaan hebt, maar een nieuw verhaal vergt toch wel wat oefening. Onzekerheid speelt daarbij ook een grote rol! Want je kunt natuurlijk wel bedenken wat je graag zou willen doen, en ook nog wel waarin je goed bent, maar denkt de ander daar ook zo over? Kan ik het eigenlijk wel? En zitten ze eigenlijk wel op mij te wachten? Bij tijd en wijle steken kleine duiveltjes de kop op die je zelfvertrouwen ondermijnen. Ik heb ontdekt dat je vooral dicht bij jezelf moet blijven, congruent zijn in je woorden en je gevoel en spreken vanuit je hart: dan komt het allemaal wel goed. En gelukkig doe ik dat eigenlijk van nature al wel, ik ben niet iemand die zich anders voordoet. Ik vond het erg leuk om te horen dat ik heel krachtig overkom bij anderen, en ik kreeg veel complimentjes over hoe ik met mijn beperking omga.
Afgelopen maandag heb ik deelgenomen aan de workshop "wat voor trainer ben jij?", om te ervaren wat je als trainer en coach nodig hebt, en wat je al in huis hebt daarvoor. Het was deels kennisoverdracht, maar vooral ook ervaring. We deden ervaring op met verschillende werkvormen, en natuurlijk hebben we ook geoefend. Na eerst te hebben gehoor welke soorten trainingen er allemaal zijn, moesten we een keuze daaruit maken en ten overstaan van de groep na een korte voorbereiding een training van 10 minuten doen. Ik ging solistisch aan de slag en koos ervoor om een boodschap over te dragen voor een groep. Met werkvormen heb ik al veel praktijkervaring, en ik wilde eens ervaren hoe dit zou gaan. Ik koos een onderwerp dicht bij mezelf: slechthorendheid. Ik wilde de groep laten ervaren wat slechthorendheid eigenlijk betekent, wat het met mij doen en wat een ander kan doen om te helpen. Een combinatie van een stukje uitleg en een stukje ervaring dus. Van een oude weblog die ik enkele jaren geleden schreef plukte ik wat bruikbare dingen en ik maakte een snelle opbouw van wat ik wilde doen. Ik wilde namelijk niet alleen spreken, maar ook interactief zijn.
Tijdens mijn presentatie heerste er een oorverdovende stilte, iedereen hing aan mijn lippen. Het ging me goed af, ik had mijn spiekbriefje nauwelijks nodig. Zonder haperen kwam het verhaal eruit, recht uit het hart. En dat werd goed opgepikt door de groep, die was laaiend enthousiast. De trainer kon niet geloven dat ik het nog nooit gedaan had, hij heeft dat wel 3 keer gevraagd aan me. Maar echt, ik had het nooit eerder gedaan. Ik heb er wel over geschreven, en ook wel over verteld, maar dat is toch anders dan een voordracht voor een groep. Ik kreeg unaniem het advies om hier mijn beroep van te maken en er verder mee te gaan. Ik was volgens hen een natuurtalent. Dat is natuurlijk fijn om te horen! Ik kon hun complimenten alleen maar in stilte en blozend in ontvangst nemen, ik wist niet meer wat te zeggen.
Ja, met die feedback moet je dus wel iets doen! Ik ga het dus meenemen in mijn verdere onderzoek. Wie weet kan ik inderdaad iets betekenen voor groepen mensen die iets aan mijn voorlichting en ervaringen kunnen hebben. Dat kunnen bijvoorbeeld ouders zijn van kleine kinderen, en wellicht kan ik in andere vorm ook nog wel iets voor die ouders betekenen en daar een boterham mee verdienen?
Verder heb ik vorige week een sparringsessie gehad met mijn oude afdeling om ze wat input en feedback te vragen, en daar kwamen ook een aantal heel leuke dingen uit. Ik vind het wel mooi om te merken dat de feedback steeds specifieker en bruikbaarder wordt, naarmate mijn eigen verhaal en richting ook steeds meer vorm begint te krijgen. Ik kreeg van hen de tip om eens te onderzoeken of het begeleiden van traineeprogramma's niet iets voor me zou kunnen zijn. En dat lijkt me erg leuk! Ik heb geen idee of dat eigenlijk veel bestaat, maar daar ga ik ook verder onderzoek in doen! Als ik het iets breder trek zou ik me wellicht kunnen bezighouden met het begeleiden van nieuwe medewerkers in grote bedrijven, of de begeleiding van young professionals die in een talent-ontwikkelprogramma zitten bijvoorbeeld. Ik vind het geweldig om jonge mensen te begeleiden in hun werk, dat heb ik in mijn functie als manager ook veel gedaan. Zo haalde ik altijd stagiairs naar binnen, en heb ik vaak jonge mensen aangenomen en ze dan zelf begeleid in hun ontwikkeling. En blijkbaar met succes, want de feedback is positief.
Leuke dingen dus om te onderzoeken, en dat geeft een grote dosis energie!
Waar ik me in eerste instantie op focus is een carrière als coach en adviseur, waarbij ik me wil richten op de doelgroep financiële managers, controllers en financieel professionals en hen wil ondersteunen bij organisatorische vraagstukken rondom het functioneren van de financiële afdelingen in relatie tot de rest van de organisatie. Een hele mond vol! De afgelopen weken is mijn aanbod steeds iets specifieker geworden, en nu ben ik zover om ermee de boer op te gaan.
Dat betekent vooral dat ik ga netwerken om mijn ideeën te bespreken, en om antwoorden te zoeken op mijn vragen. Ik kan natuurlijk wel een aanbod bedenken, maar ik moet ook weten of daar wel vraag naar is! Ik moet marktonderzoek doen dus, en tegelijkertijd moet ik ook gaan onderzoeken hoe ik dat wil doen. Ga ik als zelfstandige verder? Of ga ik in loondienst bij een organisatie? Of een maatschap?
En ik heb 1001 vragen op het gebied van zelfstandig worden. Ik vind het namelijk doodeng, en spannend. Geen zekerheid meer, maar ik ben ook bang voor eenzaamheid. Ik vind het namelijk wel heel fijn om ook ergens bij te horen en om collega's te hebben waar je mee kunt sparren en waar je soms even stoom kunt afblazen. Als je zelfstandig bent, is dat allemaal minder vanzelfsprekend. Dat zijn dus wel dingen die ik moet organiseren. En hoe kom je aan opdrachten? Als je zelfstandig bent, moet je ook aan acquisitie doen. Maar inmiddels heb ik ook wel begrepen dat je in loondienst als senior adviseur ook verwacht wordt actief aan acquisitie te doen. Bummer, maar het hoort er nu eenmaal bij. En ik wil natuurlijk wel een goed inkomen kunnen verdienen. Als zelfstandige kun je helemaal zelf bepalen hoe je je werk aanpakt, in loondienst moet je je vaker schikken naar de denkbeelden van de "organisatie" waarvoor je werkt. En soms moet je ook opdrachten doen die je niet zo leuk vind, maar dat moet je waarschijnlijk ook als zelfstandige wel eens. Er moet natuurlijk wel brood op de plank komen.
En als ik coaching ga doen: hoe vind ik coachees? En wat heb ik nog nodig aan opleidingen? En hoe vinden mijn potentiële klanten mij? En welke thema's zijn als coach aan de orde? Kortom, genoeg gespreksstof dus, en genoeg vragen.
Ik ben mijn netwerk dus actief aan het onderhouden, en zoek goede gesprekspartners die me verder kunnen helpen in mijn persoonlijk onderzoek. Dus: als er lezers zijn die daarin een rol willen en kunnen spelen: let's meet!
Ik heb mijn resumé nu zo goed als klaar, en ik ben er heel tevreden over. Een resumé is eigenlijk een toekomstgericht CV. Het is geen opsomming van je loopbaan, maar vooral een profiel van jezelf, een weergave van je talenten en ervaring en de manier waarop je die wil gaan inzetten in de toekomst. Een resumé gebruik je vooral met netwerken, om informatie te verstrekken en eventueel achter te laten bij je gesprekspartners. Die informatie kunnen zij dan weer gebruiken in hun netwerk, en breid de "olievlek" zich steeds verder uit.
Met mijn CV ben ik nog even aan het stoeien. Ik heb hem helemaal omgegooid, en in plaats van een chronologisch CV ben ik overgestapt op een functioneel, ervaringsgericht CV. Ik wil namelijk meer de focus leggen op mijn profiel en op de dingen die ik daarmee kan doen, en niet meer een opsomming geven van mijn verantwoordelijkheden in het verleden. Ik wil me nu richten op de toekomst, en dat is lastiger met een chronologisch CV in mijn geval. Maar goed, ik heb nog wel even de tijd om het CV te finetunen, want aan solliciteren kom ik voorlopig nog niet toe.
Ook heb ik de afgelopen weken wat workshops gevolgd bij Van Ede. Vorige week maandag ben ik een hele dag bezig geweest met "personal branding". Het was superleuk, en ik heb er weer ontzettend veel van geleerd. En gelukkig ging het me ook goed af, daar ben ik wel blij om. Het is wel belangrijk dat je je verhaal goed over de bühne kunt brengen, dat verhoogt de succeskans enorm. Vooral als je in de toekomst iets heel anders wil gaan doen, dan is het wel belangrijk dat je je gesprekspartner goed kunt uitleggen wat je wil, en ook waarom je dat zou kunnen. Het is natuurlijk heel simpel om iemand uit te leggen wat je altijd gedaan hebt, maar een nieuw verhaal vergt toch wel wat oefening. Onzekerheid speelt daarbij ook een grote rol! Want je kunt natuurlijk wel bedenken wat je graag zou willen doen, en ook nog wel waarin je goed bent, maar denkt de ander daar ook zo over? Kan ik het eigenlijk wel? En zitten ze eigenlijk wel op mij te wachten? Bij tijd en wijle steken kleine duiveltjes de kop op die je zelfvertrouwen ondermijnen. Ik heb ontdekt dat je vooral dicht bij jezelf moet blijven, congruent zijn in je woorden en je gevoel en spreken vanuit je hart: dan komt het allemaal wel goed. En gelukkig doe ik dat eigenlijk van nature al wel, ik ben niet iemand die zich anders voordoet. Ik vond het erg leuk om te horen dat ik heel krachtig overkom bij anderen, en ik kreeg veel complimentjes over hoe ik met mijn beperking omga.
Afgelopen maandag heb ik deelgenomen aan de workshop "wat voor trainer ben jij?", om te ervaren wat je als trainer en coach nodig hebt, en wat je al in huis hebt daarvoor. Het was deels kennisoverdracht, maar vooral ook ervaring. We deden ervaring op met verschillende werkvormen, en natuurlijk hebben we ook geoefend. Na eerst te hebben gehoor welke soorten trainingen er allemaal zijn, moesten we een keuze daaruit maken en ten overstaan van de groep na een korte voorbereiding een training van 10 minuten doen. Ik ging solistisch aan de slag en koos ervoor om een boodschap over te dragen voor een groep. Met werkvormen heb ik al veel praktijkervaring, en ik wilde eens ervaren hoe dit zou gaan. Ik koos een onderwerp dicht bij mezelf: slechthorendheid. Ik wilde de groep laten ervaren wat slechthorendheid eigenlijk betekent, wat het met mij doen en wat een ander kan doen om te helpen. Een combinatie van een stukje uitleg en een stukje ervaring dus. Van een oude weblog die ik enkele jaren geleden schreef plukte ik wat bruikbare dingen en ik maakte een snelle opbouw van wat ik wilde doen. Ik wilde namelijk niet alleen spreken, maar ook interactief zijn.
Tijdens mijn presentatie heerste er een oorverdovende stilte, iedereen hing aan mijn lippen. Het ging me goed af, ik had mijn spiekbriefje nauwelijks nodig. Zonder haperen kwam het verhaal eruit, recht uit het hart. En dat werd goed opgepikt door de groep, die was laaiend enthousiast. De trainer kon niet geloven dat ik het nog nooit gedaan had, hij heeft dat wel 3 keer gevraagd aan me. Maar echt, ik had het nooit eerder gedaan. Ik heb er wel over geschreven, en ook wel over verteld, maar dat is toch anders dan een voordracht voor een groep. Ik kreeg unaniem het advies om hier mijn beroep van te maken en er verder mee te gaan. Ik was volgens hen een natuurtalent. Dat is natuurlijk fijn om te horen! Ik kon hun complimenten alleen maar in stilte en blozend in ontvangst nemen, ik wist niet meer wat te zeggen.
Ja, met die feedback moet je dus wel iets doen! Ik ga het dus meenemen in mijn verdere onderzoek. Wie weet kan ik inderdaad iets betekenen voor groepen mensen die iets aan mijn voorlichting en ervaringen kunnen hebben. Dat kunnen bijvoorbeeld ouders zijn van kleine kinderen, en wellicht kan ik in andere vorm ook nog wel iets voor die ouders betekenen en daar een boterham mee verdienen?
Verder heb ik vorige week een sparringsessie gehad met mijn oude afdeling om ze wat input en feedback te vragen, en daar kwamen ook een aantal heel leuke dingen uit. Ik vind het wel mooi om te merken dat de feedback steeds specifieker en bruikbaarder wordt, naarmate mijn eigen verhaal en richting ook steeds meer vorm begint te krijgen. Ik kreeg van hen de tip om eens te onderzoeken of het begeleiden van traineeprogramma's niet iets voor me zou kunnen zijn. En dat lijkt me erg leuk! Ik heb geen idee of dat eigenlijk veel bestaat, maar daar ga ik ook verder onderzoek in doen! Als ik het iets breder trek zou ik me wellicht kunnen bezighouden met het begeleiden van nieuwe medewerkers in grote bedrijven, of de begeleiding van young professionals die in een talent-ontwikkelprogramma zitten bijvoorbeeld. Ik vind het geweldig om jonge mensen te begeleiden in hun werk, dat heb ik in mijn functie als manager ook veel gedaan. Zo haalde ik altijd stagiairs naar binnen, en heb ik vaak jonge mensen aangenomen en ze dan zelf begeleid in hun ontwikkeling. En blijkbaar met succes, want de feedback is positief.
Leuke dingen dus om te onderzoeken, en dat geeft een grote dosis energie!
zondag 11 september 2011
Nog zoveel meer...
Als je de laatste berichten leest, lijkt het alsof ik de afgelopen jaren alleen maar bezig geweest ben met met onze kinderwens en het afscheid van mijn ambitie, maar niets is minder waar. Er is nog zoveel meer gebeurd. En gelukkig ook heel veel leuke dingen.
Een opsomming in willekeurige volgorde:
Een opsomming in willekeurige volgorde:
- We zijn maar liefst 6 keer op vakantie geweest! Prachtige reizen waren het, waarvan we enorm hebben genoten. In 2008 hebben we de Pacific Northwest en de Canades Rockies uitgebreid verkend. Geweldig! In 2009 hebben we vertoefd in het Zuidoosten van Amerika en zijn we ontzettend verliefd geworden op Chicago. In 2010 hebben we het Zuidwesten van Amerika opnieuw verkend waarbij we vooral nieuwe dingen hebben gezien, en ook zijn we in het najaar een week naar Limburg geweest met onze hondjes. Zo leuk, en wat hadden we mazzel met het weer! En dit jaar hebben we in februari een geweldige reis gemaakt naar Rome ter ere van ons huwelijksjubileum, en in juni zijn we opnieuw naar de Pacific Northwest geweest in combinatie met Yellowstone. Wat een bofkonten zijn we toch!
- We zijn groot sushi-liefhebbers geworden. Je kunt ons er 's nachts voor wakker maken! Inmiddels zijn we redelijke kenners en we smullen van de meest exotische vissoorten. Vooral in Canada en Amerika is het heerlijk sushi eten, omdat ze daar veel meer soorten hebben, maar ook in Nederland laten we het ons goed smaken. Sashimi is onze favoriet. En dan eten we het liefst Hamachi, een Japanse vissoort, of coquilles. Maar ook unagi is zeer zeker aan ons besteed. Het water loopt me alweer in de mond.
- Peter is november 2009 zonder mij ook nog 2,5 week in Los Angeles geweest voor zijn werk. Hij zou eigenlijk maar een week gaan, maar dat liep enigszins uit...... En eigenlijk vond ik het best lekker om even het rijk voor mij alleen te hebben.
- We hebben onze parketvloer 2 keer moeten (laten) vervangen Tja, wat moet ik daar op zeggen? Dat we een heel goede verzekering hebben? De eerste keer hadden we waterschade, doordat ik per ongeluk met het wegruimen van onze stofzuiger de waterkraan in de meterkast hebt open gedraaid. En dat kort voordat we een lang weekend weggingen. Kun je nagaan hoe we stonden te soppen toen we 's zondagsavonds thuis kwamen :-(. De tweede keer was een goed jaar later, nadat ik een groot blik donkerblauwe verf had omgegooid bij het schilderen van onze kozijnen. Oeps.....
- We hebben ons gezin uitgebreid met 2 ontzettend lieve honden. Demi is een tri-color sheltie die sinds oktober 2008 bij ons woont. Het is een heel lief teefje dat erg gehecht is aan ons, en helaas doodsbang voor kleine kinderen. Bruno woont sinds oktober 2009 bij ons, een blue merle reutje dat ontzettend lief is. Het is een mooi stel samen, en wij zijn stapelgek op ze!
- Peter heeft een nieuwe baan, maar geen nieuwe collega's. Ra ra...
- We hebben allebei een andere lease-auto, Peter rijdt een C5 en ik een Honda Civic hybride. Bevallen goed! Helaas raak ik mijn auto binnenkort weer kwijt.
- Ik heb enorm leuke kerstfeesten gehad op mijn werk, in purple en als pooier ;-)
- We zijn dol op tv-series, en er zijn er heel wat de revue gepasseerd de afgelopen jaren. Een aantal keken we op DVD, maar tegenwoordig zijn we overgestapt op een digitale box waar we rechtstreeks vanaf de computer de laatste nieuwe aflevering rechtstreeks uit Amerika opslaan. We keken hele seizoenen achter elkaar door van The West Wing, The O.C., Boston Legal, Dawson Creek, the Gilmore Girls, One Tree Hill, the 4400, Off the Map, Brothers & Sisters, the Chicago Code, the Closer, V. Digitaal volgen we tegenwoordig Suits, White Collar, Covert Afairs, Royal Pains, the Walking dead, Being Erica, The Goodwife, Blue Bloods, Rizolli & Isles, Falling Skies, Rookie Blue. En naast al die series vinden we ook So You Think You Can Dance erg leuk, en natuurlijk The Voice of Holland. Heerlijk! En nee, gelukkig wisselen de uitzendschema's elkaar goed af, we zitten echt niet hele dagen voor de tv!
- We zijn in de bloesemtijd naar de Betuwe geweest en hebben er een prachtige fietstocht gemaakt. Wat kan ons eigen landje toch ook mooi zijn!
- Ik heb mijn opleiding bij het Sioo met veel succes afgerond.
- We hebben grote opruiming gehouden in huis, onder het mom van "een opgeruimd huis is een opgeruimd hoofd". Heerlijk om weer ruimte te hebben! Al mijn romans zijn de deur uit, ik lees tegenwoordig digitaal op een e-reader. Goede keuze en het scheelt veel ruimte! Alleen mijn informatieve boeken (voornamelijk reizen en management) heb ik nog in de kast staan. Op de heel ruime overloop boven heb ik een kleedruimte ingericht met behulp van Ikea, en de zolder is helemaal leeggeruimd. Veel spullen heb ik verkocht en de opbrengst geïnvesteerd in mijn fotografie apparatuur.
- En over fotografie apparatuur gesproken: ik heb nogal wat gewisseld de laatste jaren. Van een Canon 350d ben ik overgestapt op een Panasonic FZ28, een hybride camera. Ik vond vooral het gewicht van lenzen en statief een groot nadeel om steeds mee te slepen, en dat benam me het plezier om te fotograferen. Toch was die panasonic ook niet zo geweldig, ik miste toch wel heel wat functionaliteiten. De kwaliteit was wel goed, maar de mogelijkheden te beperkt. Toch maar naar een spiegelreflex: de olympus E-510, een van de lichtste camera's in dat segment toendertijd. Maar daar heb ik niet veel plezier van gehad: enorm veel ruis. In 2010 heb ik daarom toch maar weer de overstap gemaakt naar een Canon 550d. Ik heb er prachtige lenzen bij, en sinds dit jaar ook een carbon statief. Ik ben er nu heel blij mee!
- Samen met collega's heb ik meegedaan aan de stadsspelen in Amsterdam, met de kookwedstrijd! Van een mandje ingrediënten moet je een creatief gerecht maken onder tijdsdruk. En leuk dat het was! De eerste ronde hebben we overleefd, maar daarna zijn we afgevallen. Dat doet niet onder aan de pret, we hebben veel gelachen en plezier gemaakt!
- We hebben nog een blauwe maandag golflessen gehad in Amsterdam, maar uiteindelijk deze hobby toch maar aan de wilgen gehangen. Peter kan het niet goed meer met zijn gezondheid, en ik vind het toch wel heel veel tijd kosten en ook erg duur. Fotograferen vind ik ook eigenlijk nog leuker en een mens kan maar zoveel hobby's hebben, nietwaar?
- En om die reden heb ik ook het scrapbooking opgegeven. Ik heb veel spullen verkocht en maak tegenwoordig digitale albums van onze reizen. Het kost zoveel tijd en zoveel ruimte, en ik liep al jaren achter met het inplakken van alles. Ik houd het maar gewoon op fotograferen!
- We hebben oude vriendschappen opgehaald en andere vriendschappen afgesloten. Soms groei je gewoon teveel uit elkaar en wordt de fysieke afstand te groot. Gezinnen vragen veel tijd en energie! Maar mijn beste vriendin van de middelbare school heb ik via internet weer teruggevonden. Zo leuk!
- We zijn heel wat weekendjes weg geweest. Naar Drenthe om vrienden te bezoeken en naar Limburg voor onze familie, maar ook naar Berlijn met een goede vriendin.
- We zijn bijna elk jaar naar de Keukenhof geweest, behalve dit jaar. Ik vind het heerlijk om er met mijn camera helemaal los te gaan!
woensdag 31 augustus 2011
Korte metten maken met een tomeloze ambitie
Jee, het is eigenlijk wel een saaie bedoening zo hè? Die lange lappen tekst over de belevenissen in de afgelopen jaren. Sorry! Mijn eerste nieuwe post kreeg nog een aantal reacties, maar nu droogt het alweer op. Tja, ik kan het ook wel begrijpen. Maar dit is de laatste etappe in het terugkijken naar mijn loopbaantraject, dan zijn we aanbeland bij het heden. Ik hoop dat jullie het overleven en lekker blijven meelezen hier. Als ik jullie niet meeneem op deze terugblik, kan ik jullie ook niet aanhaken bij de dingen die nog steeds een grote rol spelen op dit moment. En ik wil jullie graag een kijkje geven in hoe ik die dingen beleef, niet alleen een opsomming geven van feiten en beslommeringen.
De laatste 8 maanden ben ik vooral heel druk geweest met het replacement traject bij Van Ede. Van Ede heeft een eigen werkwijze die wel een bepaalde structuur heeft, maar die qua snelheid helemaal is afgestemd op je eigen tempo en op de dingen die je zelf nodig hebt. Grofweg kun je het traject in 2 delen verdelen: de weg naar binnen en de weg naar buiten. Op de weg naar binnen doe je vooral zelfonderzoek om te ontdekken wat jouw aanbod is voor de arbeidsmarkt. De weg naar buiten gaat over het vermarkten van jouw aanbod. Als eerste ga je dus vooral met jezelf aan de slag, maar wel onder begeleiding van professionals van Van Ede. Er wordt in dat traject ook aandacht besteed aan het rouwproces, het loslaten van het oude en je leert jezelf veel beter kennen. Je gaat op zoek naar je talenten, je kracht, je drijfveren en je uniciteit.
Stap één op de weg naar binnen is het schrijven van een gedegen zelfanalyse: een uitgebreide levensbeschrijving van jezelf. Je schrijft aan de hand van een handleiding, waarin de hoofdstukken staan opgesomd met de vragen en onderwerpen die per hoofdstuk aan de orde moeten komen. Je schrijft over je hele levensloop, en alles dat daarin heel bepalend is geweest, dus niet alleen over je werk. Je kunt wel zeggen dat ik er veel werk van heb gemaakt, want ik ben inmiddels recordhoudster bij het kantoor in Amsterdam met een lijzig stuk van maar liefst 155 pagina's, en het was nog niet eens volledig af. Ik ben er in december 2010 aan begonnen en eind januari heb ik er een einde aan gemaakt. Het stuk was toen voor 95% klaar. Normaal gesproken schrijven cliënten die analyse in ongeveer 2 weken, maar het schrijven van een boek kost nu eenmaal meer tijd. In het begin had ik er ook moeite mee om "erin te komen". Ik zat in een moeilijke periode op het werk -in die functie op de afdeling kwaliteitszorg die niet helemaal lekker liep- waardoor ik moeite had om me te concentreren. Pas toen ik in januari mijn werk had neergelegd bij kwaliteitszorg kwam ik weer lekker op gang. Ik vond weer de broodnodige rust om ermee bezig te zijn en even heb ik me voor 100% geconcentreerd op het schrijven. Het werkte heel therapeutisch voor mij om mezelf eens stevig onder de loep te nemen. Ik heb veel nieuwe inzichten opgedaan en veel gebeurtenissen uit het verleden in een ander licht kunnen bekijken.
Na afronding van de zelfanalyse in januari heb ik bij Van Ede twee workshops gevolgd: een introductie en "aan de slag". De eerste is een kennismaking met de onderdelen van het traject dat je aflegt, de tweede is een creatieve dag rondom verschillende thema's die als doel heeft om je linker hersenhelft meer aan te spreken en los te komen van oude denkpatronen. Het leuke aan de groepsbijeenkomsten is dat je allemaal mensen treft die in een vergelijkbaar schuitje zitten, al is dat om verschillende redenen. Je ontdekt dat eigenlijk niemand zielig is. Sterker nog, we hebben met z'n allen een grote kans gekregen om een uitgebreid traject te volgen dat ons gaat helpen op weg naar een nieuwe toekomst. Niet iedereen krijgt zo'n kans!
Februari stond in het teken van gesprekken met een psycholoog over de zelfanalyse, en tevens heb ik een aantal testen gedaan die meer inzicht geven in het profiel. Ook gingen we ruim een week op vakantie naar Rome, om ons 12,5 jarig huwelijksjubileum te vieren, waar we erg van hebben genoten! Onze vakantie-belevenissen kun je hier teruglezen. Verder had ik eind februari een controleafspraak op het audiologisch centrum voor een nieuwe gehoortest, en de uitslag daarvan was een behoorlijke domper. Mijn gehoor bleek verder verslechterd, en voor het eerst werd duidelijk dat het spraakverstaan ook fors achteruit gaat.
De audioloog adviseerde me om door middel van aanpassing van de instellingen van mijn gehoorapparaten te proberen om het spraakverstaan te verbeteren. Hiervoor zouden we gebruik gaan maken van de digitale techniek van de apparaten om bepaalde geluiden te comprimeren. En zo zie je ook hoe een boemerang kan toeslaan: in 2008 besloot ik om geen gebruik te maken van de digitale technieken om geluiden te comprimeren, want ik kon me nog goed redden met de oude situatie. Maar nu werd ik mooi ingehaald door de werkelijkheid! Compressie van geluid is eigenlijk een sjiek woord voor vervorming van geluid. Geluiden worden gemanipuleerd om zo binnen een bandbreedte te komen die ik nog wel kan opvangen. Maar vervorming betekent ook dat geluiden anders klinken, en daar moet je aan wennen. Afgesproken werd om de aanpassing steeds in kleine stapjes te doen, zodat ik steeds goed kan wennen. Een grote aanpassing ineens zou namelijk een verslechtering tot gevolg hebben, in plaats van een verbetering. Met kleine stapjes worden steeds de grenzen opgezocht van het geluid dat ik nog kan "verdragen" zonder het gevoel te hebben dat alles verandert. De nieuwe instellingen liggen dan nog dicht genoeg bij de oude, maar zijn wel al een stapje in de goede richting. Als ik dan na een paar weken die nieuwe instellingen heb geadopteerd gaan we weer een stapje verder.
Maart luidde ik dus in met een reeks afspraken bij de audicien, die me het komende halfjaar bezig zouden houden. Maar ook mijn loopbaantraject lag niet stil. Zo volgde ik een workshop over LinkedIn, en een uitleg over het gebruik van het sociale netwerk, vooral voor zakelijke toepassingen. Leuk! Ik heb er ontzettend veel van geleerd. En verder ging ik aan de slag met een loopbaanconsulent. Ik kreeg als eerste van hem het handboek uitgereikt dat de afgelopen maanden een dankbare hulp is geweest in het hele traject: Reisgids naar een nieuwe toekomst. In dit boekje staan alle stappen in het traject beschreven met een goede uitleg en veel tips, maar ook de bijbehorende verwachtingen aan jou. Vooral nu merk ik dat ik er nog regelmatig op terugval. Verder maakte ik met mijn consulent de afspraak dat ik na elk gesprek een reflectieverslag zou maken, en natuurlijk kreeg ik ook na elk gesprek huiswerk mee ter voorbereiding op ons volgende gesprek.
Eind maart startte de driedaagse, een groepstraining die gericht is op visievorming rondom je eigen toekomst. Gedurende 3 dagen, met elk een week ertussen, ga je met een groep aan de slag onder leiding van 2 psychologen. Door middel van allerlei opdrachten en oefeningen krijg je veel feedback en veel informatie die heel behulpzaam is in je verdere traject. Ook moet je tussendoor huiswerk maken en opdrachten doen die weer input leveren voor de groepsbijeenkomsten. Je geeft jezelf behoorlijk bloot, maar daarin ben je niet de enige. En het levert goede feedback op waar je veel aan hebt! Zo ontdekte ik hier mijn belangrijkste gave, maar ook mijn belangrijkste drijfveren. Omdat je tijdens deze bijeenkomsten steeds vanuit je diepste verlangens de oefeningen doet -daar kom je via een vorm van begeleidde meditatie- werd ook duidelijk dat ik nog een heel belangrijk appeltje te schillen had met mezelf: accepteren van mijn beperking. Ik ontdekte dat er diep in mij nog steeds het grote verlangen gloorde om topmanager of directeur te worden van een organisatie, terwijl ik eigenlijk rationeel al lang weet dat dat niet meer tot de mogelijkheden behoort. Ik kán het misschien wel, maar dan vraag ik zoveel van mezelf op het gebied van energie dat ik mezelf voorbij streef en te gronde richt door een burn-out. Ik had nog ergens de hoop dat ik het wel zou kunnen, maar dan in een andere omgeving dan bij mijn huidige werkgever. En als je serieus ruimte wil creëren voor een nieuwe richting, moet je toch wel afscheid nemen van de oude, een rouwproces heet dat. Moeilijk!
De laatste oefening tijdens de driedaagse was het schrijven van een ode aan jezelf, een lofzang. Serieus! En je moest hem nog voordragen ook, met trots. Je moest erin geloven. Ik schreef een prachtige ode aan mezelf, en ik zou er ook graag in willen geloven, maar dat is niet altijd gemakkelijk. Af en toe lees ik hem nog eens terug, soms met een cynische blik, maar soms ook met meer trots. Het werkt als een affirmatie voor me, als ik hem vaak genoeg lees ga ik meer erin geloven. Het leuke is dat het teruglezen van die ode me ook steeds een beetje bevestiging geeft over het feit dat ik op de goede weg ben.
Na de driedaagse werkte ik met mijn consulent verder aan mijn profiel. Het profiel bestaat uit een aantal onderwerpen die je kenmerken in je werk: kernkwaliteiten (met de bijbehorende kernkwadranten van Daniel Ofman), drijfveren, gaven, competenties, ervaring, expertise en ontwikkelpunten. Met het maken van je profiel krijg je langzaam meer zicht op wat jouw aanbod kan zijn op de arbeidsmarkt, en het eindigt dan ook met een opsomming van je zoekrichtingen: de mogelijk nieuwe toekomstrichtingen die je verder gaat onderzoeken. Bovenaan mijn zoekrichting prijkte dus nog steeds die functie van topmanager/directeur, dat appeltje was nog te schillen. Maar daar is het niet bij gebleven. Andere belangrijke zoekrichtingen zijn een 1-op-1 beroep als coach, adviseur of therapeut en schrijfster.
Half mei was het profiel klaar en heb ik nog een paar gesprekken gevoerd met de psycholoog om feedback te krijgen. Daarna was het opnieuw tijd voor vakantie, eerst mijn consulent en in juni ging ik zelf 3,5 week naar Canada en Noordwest Amerika. Tot begin juli heb ik dus even afgeschakeld. Onze belevenissen tijdens deze vakantie zijn hier uitgebreid beschreven.
Na onze vakantie hebben we gelijk mijn eerste zoekrichting beetgepakt: "In welke omgeving en onder welke voorwaarden kan ik nog functioneren als directeur of leidinggevende, zonder op mijn gezondheid in te boeten?" Samen met mijn consulent had ik een afspraak met een arbeidsdeskundige van Werkpad om alle zoekrichtingen te bespreken, met specifieke aandacht voor deze, inclusief mijn ideeën en aannames erover.
Het zal niet geheel toevallig zijn dat we daarbij enigszins werden "geholpen" door de omstandigheden. Vlak na de vakantie en kort voor de genoemde afspraak had ik namelijk een controleafspraak bij de audicien die constateerde dat het met mijn gehoor niet zo heel goed ging. Dat gevoel had ik zelf ook al, tijdens de vakantie heb ik vaak ervaren dat ik in veel situaties niet meer goed zelfstandig kan communiceren. In een bezoekerscentrum van een nationaal park bijvoorbeeld, waar je veel informatie kan vragen aan rangers, is zoveel achtergrondlawaai en geroezemoes dat het voor mij heel moeilijk is om mensen te kunnen verstaan. Tijdens het gesprek adviseerde de audicien om een cochleair implantaat (CI) te overwegen. Een CI is een apparaatje dat in de schedel wordt geplaatst met een operatieve ingreep, en door middel van draadjes wordt verbonden met het slakkenhuis. Je eigen restgehoor wordt daarbij vernietigd. Volgens de audicien was een CI voor mij de beste oplossing, omdat mijn gehoorverlies zo groot is. Wat me echter vooral deed schrikken was haar verhaal over de revalidatie na de operatie: die zou maar liefst 2 jaar in beslag nemen en in die periode zou ik niet kunnen werken. Een implantaat verandert namelijk alle geluiden enorm, en dat maakt dat je na de operatie alles opnieuw moet leren herkennen. Je moet dus ook opnieuw leren verstaan.
Helemaal overstuur kwam ik thuis van die afspraak, ik zag mijn korte-termijn-toekomst helemaal in duigen vallen. Op het audiologisch centrum hadden ze inmiddels ook begrepen dat het nieuws niet goed was aangekomen bij me, en ik werd uitgenodigd voor een uitgebreide reeks testen en een gesprek met de audioloog om de noodzaak van de CI te bespreken en het traject door te nemen. Daar zou uit blijken of ik überhaupt in aanmerking zou komen voor een CI, en ik zou tevens mijn vragen kunnen stellen. Omdat ik zo van slag was, maakten ze heel snel tijd voor me vrij in het academisch ziekenhuis van de VU in Amsterdam, de afdeling waar ook het audiologisch centrum in Hilversum onder valt.
Hoewel "geholpen" misschien niet het goede woord is, heeft deze gebeurtenis wel een grote rol gespeeld in mijn acceptatieproces. De afspraak met de loopbaanconsulent en de adviseur van Werkpad was een aantal dagen voor de afspraak in het VU en tijdens het gesprek werd pijnlijk duidelijk dat ik toch echt korte metten moet maken met mijn ambitie om door te groeien naar topmanager of directeur. Intellectueel gezien zal ik het best kunnen, de vaardigheden heb ik er ook voor, maar de beperking blijft toch danig in de weg zitten. Die vraagt nu eenmaal veel energie op het communicatieve vlak. Ik had zelf de hoop dat ik in een organisatie die zich richt op mijn doelgroep, mensen met een auditieve beperking, een functie op directieniveau zou kunnen vervullen. Maar tijdens het gesprek werd duidelijk dat ook in zo'n rol op communicatief gebied veel van iemand wordt gevraagd. En natuurlijk hebben de medewerkers in zo'n organisatie veel ervaring met doven en slechthorenden, en zullen ze goed kunnen werken met de hulpmiddelen die ik daarbij nodig heb, maar in zo'n functie zullen de contacten veel verder gaan dan alleen intern. Juist ook met andere -vaak politieke- organisaties heb je veel contacten, en dan valt het voordeel van "bekendheid met de materie" alweer weg. Aan het einde van het gesprek viel dan ook het kwartje, hard en pijnlijk, dat het echt niet de goede keuze zou zijn. Ik moet het niet meer willen voor mezelf, ik moet mezelf dat niet aandoen. Ik vraag teveel als ik dat zou gaan doen! Korte metten maken met een tomeloze ambitie is niet gemakkelijk.
Toch lukte het zonder veel tranen te vergieten, ik had er natuurlijk al rekening mee gehouden, ik had nog bevestiging nodig om het besluit definitief te nemen. Eén zoekrichting minder dus! Het alternatief: functies die zich qua communicatie afspelen in 1-op-1 situaties. Daar zou ik me de eerste tijd op gaan focussen.
Een paar dagen na dit gesprek en dat belangrijke besluit toog ik naar het VU ziekenhuis voor de testen en de afspraak met de audioloog. Deze keer brachten de testen goed nieuws: mijn gehoor was weliswaar niet verbeterd, maar het spraakverstaan met behulp van mijn hoorapparaten was wel aanzienlijk verbeterd. Eigenlijk heel goed zelfs! Dat ik zo'n hoge score haal (tussen de 70 en 90%) is uitzonderlijk, dat lukt niet veel anderen die net zo slechthorend zijn als ik. Ik mag blij zijn dat ik kan bogen op zoveel compensatievermogen! De aanpassing van de instelling van mijn apparaten heeft dus zijn vruchten afgeworpen! Wel gek dat ik daar zelf niet zo veel van gemerkt heb, maar dat werd tegengesproken door de audioloog: dat is helemaal niet gek. De testen die in het audiologisch centrum worden namelijk gedaan onder ideale omstandigheden: een geluidsdichte ruimte, duidelijke stemmen met goede articulatie en geen achtergrondlawaai. Onder ideale omstandigheden kan ik me dus heel goed redden met mijn gehoorapparaten en mijn compensatievermogen. In het dagelijks leven echter zijn de omstandigheden verre van ideaal. Veel mensen spreken niet duidelijk, verstoppen zich achter snorren, baarden of handen en er is veel achtergrondlawaai. Dat maakt het al een heel stuk moeilijker! Met gehoorapparaten kun je in zo'n niet-ideale-situatie slechts beperkte verbetering bereiken. Mijn gehoor gaat echter wel degelijk achteruit gaat, en dat merk ik dus des te harder onder niet-ideale-omstandigheden. Mijn besluit om een communicatief minder zwaar beroep te kiezen voor de toekomst is daarmee ook een heel goede.
Een CI kan juist verbetering brengen in ideale omstandigheden, en onder niet-ideale-omstandigheden levert een CI geen enkel voordeel ten opzichte van de huidige techniek in hoorapparaten. Voor mij althans niet, want met gehoorapparaten kan ik me onder ideale omstandigheden al heel goed redden. Een CI zou dus op dit moment maar weinig toevoegen. En ondanks dat ik met mijn gehoorverlies normaal gesproken wel in de doelgroep zou vallen, adviseert de audioloog nu om een operatie uit te stellen. Daarnaast sprak de audioloog het scenario van de audicien tegen: mocht ik wel een CI nodig hebben, dan hoef ik zeker niet te rekenen op een revalidatie van 2 jaar, maar zal ik met mijn ervaring en mijn compensatievermogen al binnen enkele maanden weer aan het werk kunnen. Het duurt wel 2 jaar om het onderste uit de kan te halen, maar zolang hoef ik niet "uitgeschakeld" te zijn. En dat is ook een opluchting. Conclusie is dus: nu nog geen operatie, maar mogelijk op latere leeftijd wel.
En zo zijn we eigenlijk aanbeland in het heden. Er is weer veel gebeurd de afgelopen maanden, maar het heeft me ook weer veel gebracht. Ik weet nu op welke zoekrichtingen ik mij de komende tijd ga richten en ik kan me zonder zorgen over een ingrijpende operatie op die nieuwe toekomst voorbereiden!
De laatste 8 maanden ben ik vooral heel druk geweest met het replacement traject bij Van Ede. Van Ede heeft een eigen werkwijze die wel een bepaalde structuur heeft, maar die qua snelheid helemaal is afgestemd op je eigen tempo en op de dingen die je zelf nodig hebt. Grofweg kun je het traject in 2 delen verdelen: de weg naar binnen en de weg naar buiten. Op de weg naar binnen doe je vooral zelfonderzoek om te ontdekken wat jouw aanbod is voor de arbeidsmarkt. De weg naar buiten gaat over het vermarkten van jouw aanbod. Als eerste ga je dus vooral met jezelf aan de slag, maar wel onder begeleiding van professionals van Van Ede. Er wordt in dat traject ook aandacht besteed aan het rouwproces, het loslaten van het oude en je leert jezelf veel beter kennen. Je gaat op zoek naar je talenten, je kracht, je drijfveren en je uniciteit.
Stap één op de weg naar binnen is het schrijven van een gedegen zelfanalyse: een uitgebreide levensbeschrijving van jezelf. Je schrijft aan de hand van een handleiding, waarin de hoofdstukken staan opgesomd met de vragen en onderwerpen die per hoofdstuk aan de orde moeten komen. Je schrijft over je hele levensloop, en alles dat daarin heel bepalend is geweest, dus niet alleen over je werk. Je kunt wel zeggen dat ik er veel werk van heb gemaakt, want ik ben inmiddels recordhoudster bij het kantoor in Amsterdam met een lijzig stuk van maar liefst 155 pagina's, en het was nog niet eens volledig af. Ik ben er in december 2010 aan begonnen en eind januari heb ik er een einde aan gemaakt. Het stuk was toen voor 95% klaar. Normaal gesproken schrijven cliënten die analyse in ongeveer 2 weken, maar het schrijven van een boek kost nu eenmaal meer tijd. In het begin had ik er ook moeite mee om "erin te komen". Ik zat in een moeilijke periode op het werk -in die functie op de afdeling kwaliteitszorg die niet helemaal lekker liep- waardoor ik moeite had om me te concentreren. Pas toen ik in januari mijn werk had neergelegd bij kwaliteitszorg kwam ik weer lekker op gang. Ik vond weer de broodnodige rust om ermee bezig te zijn en even heb ik me voor 100% geconcentreerd op het schrijven. Het werkte heel therapeutisch voor mij om mezelf eens stevig onder de loep te nemen. Ik heb veel nieuwe inzichten opgedaan en veel gebeurtenissen uit het verleden in een ander licht kunnen bekijken.
Na afronding van de zelfanalyse in januari heb ik bij Van Ede twee workshops gevolgd: een introductie en "aan de slag". De eerste is een kennismaking met de onderdelen van het traject dat je aflegt, de tweede is een creatieve dag rondom verschillende thema's die als doel heeft om je linker hersenhelft meer aan te spreken en los te komen van oude denkpatronen. Het leuke aan de groepsbijeenkomsten is dat je allemaal mensen treft die in een vergelijkbaar schuitje zitten, al is dat om verschillende redenen. Je ontdekt dat eigenlijk niemand zielig is. Sterker nog, we hebben met z'n allen een grote kans gekregen om een uitgebreid traject te volgen dat ons gaat helpen op weg naar een nieuwe toekomst. Niet iedereen krijgt zo'n kans!
Februari stond in het teken van gesprekken met een psycholoog over de zelfanalyse, en tevens heb ik een aantal testen gedaan die meer inzicht geven in het profiel. Ook gingen we ruim een week op vakantie naar Rome, om ons 12,5 jarig huwelijksjubileum te vieren, waar we erg van hebben genoten! Onze vakantie-belevenissen kun je hier teruglezen. Verder had ik eind februari een controleafspraak op het audiologisch centrum voor een nieuwe gehoortest, en de uitslag daarvan was een behoorlijke domper. Mijn gehoor bleek verder verslechterd, en voor het eerst werd duidelijk dat het spraakverstaan ook fors achteruit gaat.
De audioloog adviseerde me om door middel van aanpassing van de instellingen van mijn gehoorapparaten te proberen om het spraakverstaan te verbeteren. Hiervoor zouden we gebruik gaan maken van de digitale techniek van de apparaten om bepaalde geluiden te comprimeren. En zo zie je ook hoe een boemerang kan toeslaan: in 2008 besloot ik om geen gebruik te maken van de digitale technieken om geluiden te comprimeren, want ik kon me nog goed redden met de oude situatie. Maar nu werd ik mooi ingehaald door de werkelijkheid! Compressie van geluid is eigenlijk een sjiek woord voor vervorming van geluid. Geluiden worden gemanipuleerd om zo binnen een bandbreedte te komen die ik nog wel kan opvangen. Maar vervorming betekent ook dat geluiden anders klinken, en daar moet je aan wennen. Afgesproken werd om de aanpassing steeds in kleine stapjes te doen, zodat ik steeds goed kan wennen. Een grote aanpassing ineens zou namelijk een verslechtering tot gevolg hebben, in plaats van een verbetering. Met kleine stapjes worden steeds de grenzen opgezocht van het geluid dat ik nog kan "verdragen" zonder het gevoel te hebben dat alles verandert. De nieuwe instellingen liggen dan nog dicht genoeg bij de oude, maar zijn wel al een stapje in de goede richting. Als ik dan na een paar weken die nieuwe instellingen heb geadopteerd gaan we weer een stapje verder.
Maart luidde ik dus in met een reeks afspraken bij de audicien, die me het komende halfjaar bezig zouden houden. Maar ook mijn loopbaantraject lag niet stil. Zo volgde ik een workshop over LinkedIn, en een uitleg over het gebruik van het sociale netwerk, vooral voor zakelijke toepassingen. Leuk! Ik heb er ontzettend veel van geleerd. En verder ging ik aan de slag met een loopbaanconsulent. Ik kreeg als eerste van hem het handboek uitgereikt dat de afgelopen maanden een dankbare hulp is geweest in het hele traject: Reisgids naar een nieuwe toekomst. In dit boekje staan alle stappen in het traject beschreven met een goede uitleg en veel tips, maar ook de bijbehorende verwachtingen aan jou. Vooral nu merk ik dat ik er nog regelmatig op terugval. Verder maakte ik met mijn consulent de afspraak dat ik na elk gesprek een reflectieverslag zou maken, en natuurlijk kreeg ik ook na elk gesprek huiswerk mee ter voorbereiding op ons volgende gesprek.
Eind maart startte de driedaagse, een groepstraining die gericht is op visievorming rondom je eigen toekomst. Gedurende 3 dagen, met elk een week ertussen, ga je met een groep aan de slag onder leiding van 2 psychologen. Door middel van allerlei opdrachten en oefeningen krijg je veel feedback en veel informatie die heel behulpzaam is in je verdere traject. Ook moet je tussendoor huiswerk maken en opdrachten doen die weer input leveren voor de groepsbijeenkomsten. Je geeft jezelf behoorlijk bloot, maar daarin ben je niet de enige. En het levert goede feedback op waar je veel aan hebt! Zo ontdekte ik hier mijn belangrijkste gave, maar ook mijn belangrijkste drijfveren. Omdat je tijdens deze bijeenkomsten steeds vanuit je diepste verlangens de oefeningen doet -daar kom je via een vorm van begeleidde meditatie- werd ook duidelijk dat ik nog een heel belangrijk appeltje te schillen had met mezelf: accepteren van mijn beperking. Ik ontdekte dat er diep in mij nog steeds het grote verlangen gloorde om topmanager of directeur te worden van een organisatie, terwijl ik eigenlijk rationeel al lang weet dat dat niet meer tot de mogelijkheden behoort. Ik kán het misschien wel, maar dan vraag ik zoveel van mezelf op het gebied van energie dat ik mezelf voorbij streef en te gronde richt door een burn-out. Ik had nog ergens de hoop dat ik het wel zou kunnen, maar dan in een andere omgeving dan bij mijn huidige werkgever. En als je serieus ruimte wil creëren voor een nieuwe richting, moet je toch wel afscheid nemen van de oude, een rouwproces heet dat. Moeilijk!
De laatste oefening tijdens de driedaagse was het schrijven van een ode aan jezelf, een lofzang. Serieus! En je moest hem nog voordragen ook, met trots. Je moest erin geloven. Ik schreef een prachtige ode aan mezelf, en ik zou er ook graag in willen geloven, maar dat is niet altijd gemakkelijk. Af en toe lees ik hem nog eens terug, soms met een cynische blik, maar soms ook met meer trots. Het werkt als een affirmatie voor me, als ik hem vaak genoeg lees ga ik meer erin geloven. Het leuke is dat het teruglezen van die ode me ook steeds een beetje bevestiging geeft over het feit dat ik op de goede weg ben.
Na de driedaagse werkte ik met mijn consulent verder aan mijn profiel. Het profiel bestaat uit een aantal onderwerpen die je kenmerken in je werk: kernkwaliteiten (met de bijbehorende kernkwadranten van Daniel Ofman), drijfveren, gaven, competenties, ervaring, expertise en ontwikkelpunten. Met het maken van je profiel krijg je langzaam meer zicht op wat jouw aanbod kan zijn op de arbeidsmarkt, en het eindigt dan ook met een opsomming van je zoekrichtingen: de mogelijk nieuwe toekomstrichtingen die je verder gaat onderzoeken. Bovenaan mijn zoekrichting prijkte dus nog steeds die functie van topmanager/directeur, dat appeltje was nog te schillen. Maar daar is het niet bij gebleven. Andere belangrijke zoekrichtingen zijn een 1-op-1 beroep als coach, adviseur of therapeut en schrijfster.
Half mei was het profiel klaar en heb ik nog een paar gesprekken gevoerd met de psycholoog om feedback te krijgen. Daarna was het opnieuw tijd voor vakantie, eerst mijn consulent en in juni ging ik zelf 3,5 week naar Canada en Noordwest Amerika. Tot begin juli heb ik dus even afgeschakeld. Onze belevenissen tijdens deze vakantie zijn hier uitgebreid beschreven.
Na onze vakantie hebben we gelijk mijn eerste zoekrichting beetgepakt: "In welke omgeving en onder welke voorwaarden kan ik nog functioneren als directeur of leidinggevende, zonder op mijn gezondheid in te boeten?" Samen met mijn consulent had ik een afspraak met een arbeidsdeskundige van Werkpad om alle zoekrichtingen te bespreken, met specifieke aandacht voor deze, inclusief mijn ideeën en aannames erover.
Het zal niet geheel toevallig zijn dat we daarbij enigszins werden "geholpen" door de omstandigheden. Vlak na de vakantie en kort voor de genoemde afspraak had ik namelijk een controleafspraak bij de audicien die constateerde dat het met mijn gehoor niet zo heel goed ging. Dat gevoel had ik zelf ook al, tijdens de vakantie heb ik vaak ervaren dat ik in veel situaties niet meer goed zelfstandig kan communiceren. In een bezoekerscentrum van een nationaal park bijvoorbeeld, waar je veel informatie kan vragen aan rangers, is zoveel achtergrondlawaai en geroezemoes dat het voor mij heel moeilijk is om mensen te kunnen verstaan. Tijdens het gesprek adviseerde de audicien om een cochleair implantaat (CI) te overwegen. Een CI is een apparaatje dat in de schedel wordt geplaatst met een operatieve ingreep, en door middel van draadjes wordt verbonden met het slakkenhuis. Je eigen restgehoor wordt daarbij vernietigd. Volgens de audicien was een CI voor mij de beste oplossing, omdat mijn gehoorverlies zo groot is. Wat me echter vooral deed schrikken was haar verhaal over de revalidatie na de operatie: die zou maar liefst 2 jaar in beslag nemen en in die periode zou ik niet kunnen werken. Een implantaat verandert namelijk alle geluiden enorm, en dat maakt dat je na de operatie alles opnieuw moet leren herkennen. Je moet dus ook opnieuw leren verstaan.
Helemaal overstuur kwam ik thuis van die afspraak, ik zag mijn korte-termijn-toekomst helemaal in duigen vallen. Op het audiologisch centrum hadden ze inmiddels ook begrepen dat het nieuws niet goed was aangekomen bij me, en ik werd uitgenodigd voor een uitgebreide reeks testen en een gesprek met de audioloog om de noodzaak van de CI te bespreken en het traject door te nemen. Daar zou uit blijken of ik überhaupt in aanmerking zou komen voor een CI, en ik zou tevens mijn vragen kunnen stellen. Omdat ik zo van slag was, maakten ze heel snel tijd voor me vrij in het academisch ziekenhuis van de VU in Amsterdam, de afdeling waar ook het audiologisch centrum in Hilversum onder valt.
Hoewel "geholpen" misschien niet het goede woord is, heeft deze gebeurtenis wel een grote rol gespeeld in mijn acceptatieproces. De afspraak met de loopbaanconsulent en de adviseur van Werkpad was een aantal dagen voor de afspraak in het VU en tijdens het gesprek werd pijnlijk duidelijk dat ik toch echt korte metten moet maken met mijn ambitie om door te groeien naar topmanager of directeur. Intellectueel gezien zal ik het best kunnen, de vaardigheden heb ik er ook voor, maar de beperking blijft toch danig in de weg zitten. Die vraagt nu eenmaal veel energie op het communicatieve vlak. Ik had zelf de hoop dat ik in een organisatie die zich richt op mijn doelgroep, mensen met een auditieve beperking, een functie op directieniveau zou kunnen vervullen. Maar tijdens het gesprek werd duidelijk dat ook in zo'n rol op communicatief gebied veel van iemand wordt gevraagd. En natuurlijk hebben de medewerkers in zo'n organisatie veel ervaring met doven en slechthorenden, en zullen ze goed kunnen werken met de hulpmiddelen die ik daarbij nodig heb, maar in zo'n functie zullen de contacten veel verder gaan dan alleen intern. Juist ook met andere -vaak politieke- organisaties heb je veel contacten, en dan valt het voordeel van "bekendheid met de materie" alweer weg. Aan het einde van het gesprek viel dan ook het kwartje, hard en pijnlijk, dat het echt niet de goede keuze zou zijn. Ik moet het niet meer willen voor mezelf, ik moet mezelf dat niet aandoen. Ik vraag teveel als ik dat zou gaan doen! Korte metten maken met een tomeloze ambitie is niet gemakkelijk.
Toch lukte het zonder veel tranen te vergieten, ik had er natuurlijk al rekening mee gehouden, ik had nog bevestiging nodig om het besluit definitief te nemen. Eén zoekrichting minder dus! Het alternatief: functies die zich qua communicatie afspelen in 1-op-1 situaties. Daar zou ik me de eerste tijd op gaan focussen.
Een paar dagen na dit gesprek en dat belangrijke besluit toog ik naar het VU ziekenhuis voor de testen en de afspraak met de audioloog. Deze keer brachten de testen goed nieuws: mijn gehoor was weliswaar niet verbeterd, maar het spraakverstaan met behulp van mijn hoorapparaten was wel aanzienlijk verbeterd. Eigenlijk heel goed zelfs! Dat ik zo'n hoge score haal (tussen de 70 en 90%) is uitzonderlijk, dat lukt niet veel anderen die net zo slechthorend zijn als ik. Ik mag blij zijn dat ik kan bogen op zoveel compensatievermogen! De aanpassing van de instelling van mijn apparaten heeft dus zijn vruchten afgeworpen! Wel gek dat ik daar zelf niet zo veel van gemerkt heb, maar dat werd tegengesproken door de audioloog: dat is helemaal niet gek. De testen die in het audiologisch centrum worden namelijk gedaan onder ideale omstandigheden: een geluidsdichte ruimte, duidelijke stemmen met goede articulatie en geen achtergrondlawaai. Onder ideale omstandigheden kan ik me dus heel goed redden met mijn gehoorapparaten en mijn compensatievermogen. In het dagelijks leven echter zijn de omstandigheden verre van ideaal. Veel mensen spreken niet duidelijk, verstoppen zich achter snorren, baarden of handen en er is veel achtergrondlawaai. Dat maakt het al een heel stuk moeilijker! Met gehoorapparaten kun je in zo'n niet-ideale-situatie slechts beperkte verbetering bereiken. Mijn gehoor gaat echter wel degelijk achteruit gaat, en dat merk ik dus des te harder onder niet-ideale-omstandigheden. Mijn besluit om een communicatief minder zwaar beroep te kiezen voor de toekomst is daarmee ook een heel goede.
Een CI kan juist verbetering brengen in ideale omstandigheden, en onder niet-ideale-omstandigheden levert een CI geen enkel voordeel ten opzichte van de huidige techniek in hoorapparaten. Voor mij althans niet, want met gehoorapparaten kan ik me onder ideale omstandigheden al heel goed redden. Een CI zou dus op dit moment maar weinig toevoegen. En ondanks dat ik met mijn gehoorverlies normaal gesproken wel in de doelgroep zou vallen, adviseert de audioloog nu om een operatie uit te stellen. Daarnaast sprak de audioloog het scenario van de audicien tegen: mocht ik wel een CI nodig hebben, dan hoef ik zeker niet te rekenen op een revalidatie van 2 jaar, maar zal ik met mijn ervaring en mijn compensatievermogen al binnen enkele maanden weer aan het werk kunnen. Het duurt wel 2 jaar om het onderste uit de kan te halen, maar zolang hoef ik niet "uitgeschakeld" te zijn. En dat is ook een opluchting. Conclusie is dus: nu nog geen operatie, maar mogelijk op latere leeftijd wel.
En zo zijn we eigenlijk aanbeland in het heden. Er is weer veel gebeurd de afgelopen maanden, maar het heeft me ook weer veel gebracht. Ik weet nu op welke zoekrichtingen ik mij de komende tijd ga richten en ik kan me zonder zorgen over een ingrijpende operatie op die nieuwe toekomst voorbereiden!
zaterdag 20 augustus 2011
Een nieuwe toekomst in voorbereiding
En toen was de kogel door de kerk! Hoewel ik het heel moeilijk vond om te besluiten mijn functie neer te leggen, viel er ook een last van mijn schouders toen het zover was. Het voelde als een opluchting, en tegelijkertijd ontstond er veel onzekerheid en ook wel angst over de toekomst. Wat nu? Je kunt dan wel besluiten dat je een carrière moet stoppen, dat betekent niet dat er gelijk nieuwe kansen en mogelijkheden zijn.
In eerste instantie was ik daar ook nog niet gelijk mee bezig. Van mijn directeur kreeg ik de opdracht mijn vervanger te werven, en daarnaast werd er iemand aangesteld om het werk van me over te nemen in afwachting van de nieuwe manager. Half mei zouden we op vakantie gaan en tot die tijd concentreerde ik me op de overdracht naar mijn tijdelijke vervanger en op de wervingsprocedure. Mijn verantwoordelijkheden kon ik zo delen en ik werkte langzaam toe naar een einde.
14 mei ging ik op vakantie, mijn vervanger was aangesteld en ingewerkt. Na mijn vakantie zou ik dus niet meer terugkeren in mijn oude functie. De laatste weken voor mijn vakantie waren emotioneel heel zwaar. Ik ging op vakantie, terwijl ik wist dat het daarna niet meer als vanouds zou zijn. De confrontatie daarmee, en het bewustzijn dat het nu echt over was, deden toch nog veel pijn. Bovendien wist ik ook dat ik mijn collega’s, mijn afdeling en ook mijn leidinggevende erg zou missen. Nooit eerder heb ik me op een werkplek zo thuis gevoeld.
Vanaf nu zou mijn carrière dus een wending nemen. Maar welke? Een mogelijke optie die in gesprekken al vaker voorbij kwam was een beroep als adviseur of coach. Ik zag veel bezwaren en redenen waarom ik dat niet leuk zou vinden en waarom het niet bij me zou passen, maar tegelijkertijd is dat ook alleen maar iets dat je zelf kan bedenken. Het zijn dus vooral aannames en vooroordelen. Natuurlijk kun je anderen bevragen over hoe zij een functie ervaren, maar zij zijn mij niet. Wetende dat mijn oude functie na mijn vakantie zou zijn ingenomen door mijn vervanger en ik zelf nog een tijdje bij mijn werkgever aan de slag zou zijn in afwachting van het traject bij het UWV, heb ik gevraagd of het mogelijk was om in de organisatie, bovenformatief, tijdelijk als adviseur op een strategisch niveau aan de slag te gaan. Een soort van stage dus. Mijn wens was om dat te doen op een afdeling die zich bezighoudt met organisatieontwikkeling. Ik wilde onderzoeken of ik daarin gelukkig zou kunnen zijn?
Op de valreep voor mijn vakantie, mijn laatste werkdag, had ik een gesprek met de manager van de afdeling kwaliteitszorg, nadat ik al eerder had gesproken de bestuurder van dat bedrijfsonderdeel van onze organisatie, over een tijdelijke functie op zijn afdeling. We kwamen overeen dat ik na mijn vakantie op de afdeling kwaliteitszorg aan de slag zou gaan als senior adviseur. Hoewel ik rationeel blij was dat ik dus toch nog iets had om voor terug te komen, kon ik van binnen ook wel janken. Hoe zou het vanaf hier verder lopen? Een periode van onzekerheid lag voor me.
Toen ik terugkwam van vakantie op 14 juni heb ik de laatste puntjes op de spreekwoordelijke “i” gezet op mijn oude werkplek op 15 juni ben ik aan de slag gegaan als Sr. Adviseur Kwaliteitszorg. Formeel bleef ik mijn oude functie houden met de bijbehorende arbeidsvoorwaarden, terwijl in de tussentijd het WIA traject zou worden opgestart.
De eerste weken waren heel zwaar, vooral emotioneel. De confrontatie met de gevolgen raakte me enorm, ik had moeite mijn nieuwe plekje te vinden en voelde me erg verloren. Ik liep met mijn ziel onder de arm en voelde me depressief. Na een paar weken veranderde dat gelukkig, tijd heelt toch wel de wonden. Ik kreeg een paar leuke projecten waarvoor ik verantwoordelijk werd, ik leerde nieuwe leuke collega’s kennen en had steeds meer “vrede” met mijn besluit. Tegelijkertijd was ik toch ook erg blij dat ik de kans kreeg om deze functie uit te oefenen, en zo te experimenteren met andere opties.
In het begin ervoer ik dat de nieuwe functie voor mijn energievoorraad een zegen was. Ik had eindelijk weer energie over aan het einde van een werkdag, en dat merkte ik vooral op de dagen dat ik thuis ben. In dat opzicht had ik dus gewonnen en was ik veel informatie rijker. Hoewel het pijn doet om in te leveren, merkte ik dus ook fysiek dat het daadwerkelijk wel iets oplevert. Toch merkte ik ook dat het best lastig is om je grenzen te respecteren. Ik kreeg het druk met verschillende projecten, had in een periode van verschillende weken weer veel overleg, waardoor ik toch weer langzaam oververmoeid raakte. Een groot winstpunt was wel dat ik dus had ervaren dat het anders kon zijn. Ik hoef niet uitgeput op de bank te belanden na een werkweek, en die wetenschap maakt dat ik het ook niet meer wil accepteren. Het moet echt anders. Anders doen, en dus ook op z’n tijd “nee “ zeggen is toch nog wel heel moeilijk. Een leerpunt dus! Vooral ook omdat je als adviseur geen medewerkers meer hebt aan wie je zaken kunt delegeren. Ik hakte zelf geen knopen meer door, maar was afhankelijk van anderen, en dat werkte stressverhogend voor mij. Ook is een functie als adviseur een heel andere rol dan die van leidinggevende. Ik moest erg wennen aan het feit dat adviezen niet zonder meer worden opgevolgd, en dat je moet leren om de opdrachten te expliciteren voordat je ermee aan de slag gaat. Een ander leerpunt!
Buiten deze nieuwe ervaringen had ik al snel veel moeite met mijn nieuwe leidinggevende. We kregen allerlei conflicten die vooral ontstonden omdat ik me niet kon verenigen met zijn stijl van leidinggeven. Ik was overigens niet de enige die daar last van had, ook mijn directe collega’s op de afdeling hadden veel problemen met hem. Langzaam hoorde ik in de organisatie veel horrorverhalen over hem, en ik ervaarde ze zelf ook. In oktober heb ik de situatie geëscaleerd toen bleek dat we gewoon niet meer konden samenwerken. Hij verlangde dingen van mij die in strijd waren met mijn eigen integriteit. Ik heb toen gevraagd om een bemiddelaar en de organisatie heeft daarin toegestemd.
Ondanks de hulp van de bemiddelaar zijn er geen verbeteringen opgetreden en na een lange periode van proberen en strijden heb ik begin januari 2011 het besluit genomen om ook die functie neer te leggen. Het was buigen of barsten, als ik zou blijven zou ik daar uiteindelijk aan onderdoor gaan. Ik had het in elk geval geprobeerd, nietwaar? De organisatie was niet bereid de problemen met die manager op te lossen, ondanks dat ik veel medestanders had die precies hetzelfde over hem vertelden. Hij is een groot narcist, en dictator ook, iemand die zelf floreert door anderen kleiner te maken. Ik wist dat ik mijn eigen ruiten ingooide met het besluit om te stoppen als adviseur kwaliteitszorg, want mijn kansen op een andere functie bij mijn werkgever werden daarmee ernstig verkleind. Toch had mijn besluit niet alleen maar te maken met mijn leidinggevende, maar ook met de vervelende interne politiek die ik in de nieuwe omgeving op het hoofdkantoor ervoer en waarmee ik niet goed kon omgaan. Zo anders ook dan de plek waar ik eerst werkte, best bizar dat één organisatie zo anders kan zijn op verschillende locaties. Het maakte mij duidelijk dat het hoofdkantoor in elk geval geen toekomstige plek kon zijn. Ik had enorm veel stress, ik sliep heel slecht en alle energie werd steeds uit me gezogen. Elke ochtend ging ik met grote tegenzin en buikpijn naar het werk, en dat was voor mij genoeg reden om er een punt achter te zetten. Ik wil gelukkig zijn in mijn werk, en dat ging zo niet lukken.
Ondanks dat ik nog steeds aan het werk was, was ik formeel nog steeds ziek omdat ik mijn oude functie niet meer kan uitoefenen. Bij ziekte is er sprake van re-integreren, en in dat kader spreekt de Wet Poortwachter van Spoor 1 en Spoor 2. Spoor 1 heeft betrekking op een re-integratietraject binnen de huidige werkgever, en mijn stageplek was daar een voorbeeld van. Mijn werkgever kon echter niet toezeggen of ik daar een vaste positie kon krijgen. Bovendien was er een grote reorganisatie gaande en er was niet duidelijk of er op termijn elders een functie met vrije formatie (een vacature) beschikbaar zou komen die bij mij zou passen. Hoewel werd uitgesproken dat ze mij graag wilden behouden voor de organisatie, waren ze niet bereid om een functie te creëren voor mij. Overigens zou dat ook niet mijn wens zijn, ik wil niet in een status aparte belanden.
Spoor 1 gaf dus geen duidelijkheid en zekerheid. Toch was ik in augustus 2010 al 20 maanden ziek, die situatie kon dus niet blijven voortduren. Samen met mijn werkgever heb ik daarom afgesproken om naast Spoor 1 ook Spoor 2 op te starten. Spoor 2 is een traject van re-integratie buiten de huidige werkgever. Een soort outplacement dus, of beter gezegd: replacement. Dat betekent niet dat Spoor 1 definitief is beëindigd, zolang ik met replacement bezig ben, blijft de deur bij mijn huidig werkgever op een kiertje voor het geval er mogelijkheden ontstaan in de toekomst. Onzekerheid en de eisen vanuit de Wet Poortwachter maken het noodzakelijk beide trajecten parallel te laten lopen.
Vanuit de afdeling P&O werden er offertes aangevraagd bij verschillende re-integratiebedrijven, maar in die offertes kon ik mij geheel niet vinden. De aangeboden trajecten passen niet bij mij. Door alle bedrijven werd een aanpak beschreven die maakte dat ik me net een klein kind voelde: je wordt aan het handje genomen door een adviseur die voor jou naar functies zoek en je zelfs introduceert bij toekomstige werkgevers. Dat past misschien bij iemand die niet gewend is om zelf initiatief te nemen, maar ik heb dat absoluut niet nodig. Ik heb wel hulp nodig bij het ontdekken van wat een nieuwe goede richting kan zijn en hoe ik dat kan realiseren. Ik heb daarom voorgesteld om zelf een re-integratiebedrijf uit te zoeken, en daarvoor kreeg ik toestemming.
In augustus en begin september heb ik daarvoor met enkele bedrijven gesproken die ik had gezocht via internet. Ik ben op zoek gegaan naar bedrijven die veel ervaring hebben met hoog opgeleide mensen en een aanpak volgen die bij mij past. Verder heb ik gelet op een goede klik met de adviseurs in de bedrijven. Ik kwam toen uit bij Van Ede & Partners, een bedrijf dat een totaaltraject biedt van een gedegen zelfanalyse tot een goede bestemming, met bestemmingsgarantie zoals ze dat zelf noemen. Al gelijk vanaf het begin had ik een heel goed gevoel bij deze club en bij deze aanpak. Het nadeel was echter dat het wel een heel stuk duurder is dan een gemiddeld re-integratiebureau, maar daar staat wel tegenover dat je een garantie hebt uiteindelijk op een goede plek terecht te komen. Door allerlei interne aangelegenheden heeft de offerte van Van Ede een tijdje in een bureaulade gelegen, maar na een gesprek in november werd alsnog beslist dat ik met het traject mocht starten. Eindelijk! We waren inmiddels alweer 8 maanden verder na het besluit om mijn functie neer te leggen, de klok tikt gewoon door natuurlijk.
Buiten de stage bij kwaliteitszorg en het starten met de replacement bij Van Ede, liep ook mijn ziekteperiode gewoon door. Een werkgever heeft in Nederland de plicht om bij ziekte 2 jaar loon door te betalen en te zoeken naar een oplossing, daarna komt het UWV om de hoek kijken. De periode van 2 jaar ziekte verstreek in december 2010, en in de aanloop naar dat tijdstip werd in september mijn WIA uitkering aangevraagd bij het UWV. Dat is de formele melding van mijn dossier bij het UWV, waarna het UWV gaat beoordelen of ik recht heb op een WIA uitkering. De WIA is in 2006 in de plaats gekomen van de WAO. Verrassend genoeg oordeelde het UWV echter dat mijn werkgever niet voldoende inspanningen heeft verricht op spoor 2 (het traject is te laat gestart) en zij heeft mijn werkgever een loonsanctie opgelegd van een jaar. Ik heb van het UWV vernomen dat ik in die periode van een loonsanctie geen ontslag mag nemen en ook geen andere baan mag accepteren, noch mag mijn werkgever mij ontslaan of een andere (formele) baan aanbieden. We zitten dus in een soort vacuüm waarin we tot elkaar zijn veroordeeld.
Met mijn werkgever heb ik de afspraak dat de het replacement traject geldt als werktijd. Omdat het geen volledige werkweek bedraagt, ben ik nog wel aan de slag in een nieuwe tijdelijke positie als Adviseur Markt, Vastgoed en Innovatie. Concreet houd ik me bezig met een belangrijk project in het kader van de nieuwe Europese regelgeving voor woningcorporaties en de daaruit voortvloeiende veranderingen. Ach, het houdt me van de straat. Inhoudelijk is het interessant, maar niet bijster uitdagend. De meeste tijd gaat toch zitten in het replacement traject waarmee ik nu zo'n 8 maanden bezig ben. In een volgende blog zal ik vertellen over de status van dat traject, en de dingen die ik de afgelopen maanden heb onderzocht en gedaan.
In eerste instantie was ik daar ook nog niet gelijk mee bezig. Van mijn directeur kreeg ik de opdracht mijn vervanger te werven, en daarnaast werd er iemand aangesteld om het werk van me over te nemen in afwachting van de nieuwe manager. Half mei zouden we op vakantie gaan en tot die tijd concentreerde ik me op de overdracht naar mijn tijdelijke vervanger en op de wervingsprocedure. Mijn verantwoordelijkheden kon ik zo delen en ik werkte langzaam toe naar een einde.
14 mei ging ik op vakantie, mijn vervanger was aangesteld en ingewerkt. Na mijn vakantie zou ik dus niet meer terugkeren in mijn oude functie. De laatste weken voor mijn vakantie waren emotioneel heel zwaar. Ik ging op vakantie, terwijl ik wist dat het daarna niet meer als vanouds zou zijn. De confrontatie daarmee, en het bewustzijn dat het nu echt over was, deden toch nog veel pijn. Bovendien wist ik ook dat ik mijn collega’s, mijn afdeling en ook mijn leidinggevende erg zou missen. Nooit eerder heb ik me op een werkplek zo thuis gevoeld.
Vanaf nu zou mijn carrière dus een wending nemen. Maar welke? Een mogelijke optie die in gesprekken al vaker voorbij kwam was een beroep als adviseur of coach. Ik zag veel bezwaren en redenen waarom ik dat niet leuk zou vinden en waarom het niet bij me zou passen, maar tegelijkertijd is dat ook alleen maar iets dat je zelf kan bedenken. Het zijn dus vooral aannames en vooroordelen. Natuurlijk kun je anderen bevragen over hoe zij een functie ervaren, maar zij zijn mij niet. Wetende dat mijn oude functie na mijn vakantie zou zijn ingenomen door mijn vervanger en ik zelf nog een tijdje bij mijn werkgever aan de slag zou zijn in afwachting van het traject bij het UWV, heb ik gevraagd of het mogelijk was om in de organisatie, bovenformatief, tijdelijk als adviseur op een strategisch niveau aan de slag te gaan. Een soort van stage dus. Mijn wens was om dat te doen op een afdeling die zich bezighoudt met organisatieontwikkeling. Ik wilde onderzoeken of ik daarin gelukkig zou kunnen zijn?
Op de valreep voor mijn vakantie, mijn laatste werkdag, had ik een gesprek met de manager van de afdeling kwaliteitszorg, nadat ik al eerder had gesproken de bestuurder van dat bedrijfsonderdeel van onze organisatie, over een tijdelijke functie op zijn afdeling. We kwamen overeen dat ik na mijn vakantie op de afdeling kwaliteitszorg aan de slag zou gaan als senior adviseur. Hoewel ik rationeel blij was dat ik dus toch nog iets had om voor terug te komen, kon ik van binnen ook wel janken. Hoe zou het vanaf hier verder lopen? Een periode van onzekerheid lag voor me.
Toen ik terugkwam van vakantie op 14 juni heb ik de laatste puntjes op de spreekwoordelijke “i” gezet op mijn oude werkplek op 15 juni ben ik aan de slag gegaan als Sr. Adviseur Kwaliteitszorg. Formeel bleef ik mijn oude functie houden met de bijbehorende arbeidsvoorwaarden, terwijl in de tussentijd het WIA traject zou worden opgestart.
De eerste weken waren heel zwaar, vooral emotioneel. De confrontatie met de gevolgen raakte me enorm, ik had moeite mijn nieuwe plekje te vinden en voelde me erg verloren. Ik liep met mijn ziel onder de arm en voelde me depressief. Na een paar weken veranderde dat gelukkig, tijd heelt toch wel de wonden. Ik kreeg een paar leuke projecten waarvoor ik verantwoordelijk werd, ik leerde nieuwe leuke collega’s kennen en had steeds meer “vrede” met mijn besluit. Tegelijkertijd was ik toch ook erg blij dat ik de kans kreeg om deze functie uit te oefenen, en zo te experimenteren met andere opties.
In het begin ervoer ik dat de nieuwe functie voor mijn energievoorraad een zegen was. Ik had eindelijk weer energie over aan het einde van een werkdag, en dat merkte ik vooral op de dagen dat ik thuis ben. In dat opzicht had ik dus gewonnen en was ik veel informatie rijker. Hoewel het pijn doet om in te leveren, merkte ik dus ook fysiek dat het daadwerkelijk wel iets oplevert. Toch merkte ik ook dat het best lastig is om je grenzen te respecteren. Ik kreeg het druk met verschillende projecten, had in een periode van verschillende weken weer veel overleg, waardoor ik toch weer langzaam oververmoeid raakte. Een groot winstpunt was wel dat ik dus had ervaren dat het anders kon zijn. Ik hoef niet uitgeput op de bank te belanden na een werkweek, en die wetenschap maakt dat ik het ook niet meer wil accepteren. Het moet echt anders. Anders doen, en dus ook op z’n tijd “nee “ zeggen is toch nog wel heel moeilijk. Een leerpunt dus! Vooral ook omdat je als adviseur geen medewerkers meer hebt aan wie je zaken kunt delegeren. Ik hakte zelf geen knopen meer door, maar was afhankelijk van anderen, en dat werkte stressverhogend voor mij. Ook is een functie als adviseur een heel andere rol dan die van leidinggevende. Ik moest erg wennen aan het feit dat adviezen niet zonder meer worden opgevolgd, en dat je moet leren om de opdrachten te expliciteren voordat je ermee aan de slag gaat. Een ander leerpunt!
Buiten deze nieuwe ervaringen had ik al snel veel moeite met mijn nieuwe leidinggevende. We kregen allerlei conflicten die vooral ontstonden omdat ik me niet kon verenigen met zijn stijl van leidinggeven. Ik was overigens niet de enige die daar last van had, ook mijn directe collega’s op de afdeling hadden veel problemen met hem. Langzaam hoorde ik in de organisatie veel horrorverhalen over hem, en ik ervaarde ze zelf ook. In oktober heb ik de situatie geëscaleerd toen bleek dat we gewoon niet meer konden samenwerken. Hij verlangde dingen van mij die in strijd waren met mijn eigen integriteit. Ik heb toen gevraagd om een bemiddelaar en de organisatie heeft daarin toegestemd.
Ondanks de hulp van de bemiddelaar zijn er geen verbeteringen opgetreden en na een lange periode van proberen en strijden heb ik begin januari 2011 het besluit genomen om ook die functie neer te leggen. Het was buigen of barsten, als ik zou blijven zou ik daar uiteindelijk aan onderdoor gaan. Ik had het in elk geval geprobeerd, nietwaar? De organisatie was niet bereid de problemen met die manager op te lossen, ondanks dat ik veel medestanders had die precies hetzelfde over hem vertelden. Hij is een groot narcist, en dictator ook, iemand die zelf floreert door anderen kleiner te maken. Ik wist dat ik mijn eigen ruiten ingooide met het besluit om te stoppen als adviseur kwaliteitszorg, want mijn kansen op een andere functie bij mijn werkgever werden daarmee ernstig verkleind. Toch had mijn besluit niet alleen maar te maken met mijn leidinggevende, maar ook met de vervelende interne politiek die ik in de nieuwe omgeving op het hoofdkantoor ervoer en waarmee ik niet goed kon omgaan. Zo anders ook dan de plek waar ik eerst werkte, best bizar dat één organisatie zo anders kan zijn op verschillende locaties. Het maakte mij duidelijk dat het hoofdkantoor in elk geval geen toekomstige plek kon zijn. Ik had enorm veel stress, ik sliep heel slecht en alle energie werd steeds uit me gezogen. Elke ochtend ging ik met grote tegenzin en buikpijn naar het werk, en dat was voor mij genoeg reden om er een punt achter te zetten. Ik wil gelukkig zijn in mijn werk, en dat ging zo niet lukken.
Ondanks dat ik nog steeds aan het werk was, was ik formeel nog steeds ziek omdat ik mijn oude functie niet meer kan uitoefenen. Bij ziekte is er sprake van re-integreren, en in dat kader spreekt de Wet Poortwachter van Spoor 1 en Spoor 2. Spoor 1 heeft betrekking op een re-integratietraject binnen de huidige werkgever, en mijn stageplek was daar een voorbeeld van. Mijn werkgever kon echter niet toezeggen of ik daar een vaste positie kon krijgen. Bovendien was er een grote reorganisatie gaande en er was niet duidelijk of er op termijn elders een functie met vrije formatie (een vacature) beschikbaar zou komen die bij mij zou passen. Hoewel werd uitgesproken dat ze mij graag wilden behouden voor de organisatie, waren ze niet bereid om een functie te creëren voor mij. Overigens zou dat ook niet mijn wens zijn, ik wil niet in een status aparte belanden.
Spoor 1 gaf dus geen duidelijkheid en zekerheid. Toch was ik in augustus 2010 al 20 maanden ziek, die situatie kon dus niet blijven voortduren. Samen met mijn werkgever heb ik daarom afgesproken om naast Spoor 1 ook Spoor 2 op te starten. Spoor 2 is een traject van re-integratie buiten de huidige werkgever. Een soort outplacement dus, of beter gezegd: replacement. Dat betekent niet dat Spoor 1 definitief is beëindigd, zolang ik met replacement bezig ben, blijft de deur bij mijn huidig werkgever op een kiertje voor het geval er mogelijkheden ontstaan in de toekomst. Onzekerheid en de eisen vanuit de Wet Poortwachter maken het noodzakelijk beide trajecten parallel te laten lopen.
Vanuit de afdeling P&O werden er offertes aangevraagd bij verschillende re-integratiebedrijven, maar in die offertes kon ik mij geheel niet vinden. De aangeboden trajecten passen niet bij mij. Door alle bedrijven werd een aanpak beschreven die maakte dat ik me net een klein kind voelde: je wordt aan het handje genomen door een adviseur die voor jou naar functies zoek en je zelfs introduceert bij toekomstige werkgevers. Dat past misschien bij iemand die niet gewend is om zelf initiatief te nemen, maar ik heb dat absoluut niet nodig. Ik heb wel hulp nodig bij het ontdekken van wat een nieuwe goede richting kan zijn en hoe ik dat kan realiseren. Ik heb daarom voorgesteld om zelf een re-integratiebedrijf uit te zoeken, en daarvoor kreeg ik toestemming.
In augustus en begin september heb ik daarvoor met enkele bedrijven gesproken die ik had gezocht via internet. Ik ben op zoek gegaan naar bedrijven die veel ervaring hebben met hoog opgeleide mensen en een aanpak volgen die bij mij past. Verder heb ik gelet op een goede klik met de adviseurs in de bedrijven. Ik kwam toen uit bij Van Ede & Partners, een bedrijf dat een totaaltraject biedt van een gedegen zelfanalyse tot een goede bestemming, met bestemmingsgarantie zoals ze dat zelf noemen. Al gelijk vanaf het begin had ik een heel goed gevoel bij deze club en bij deze aanpak. Het nadeel was echter dat het wel een heel stuk duurder is dan een gemiddeld re-integratiebureau, maar daar staat wel tegenover dat je een garantie hebt uiteindelijk op een goede plek terecht te komen. Door allerlei interne aangelegenheden heeft de offerte van Van Ede een tijdje in een bureaulade gelegen, maar na een gesprek in november werd alsnog beslist dat ik met het traject mocht starten. Eindelijk! We waren inmiddels alweer 8 maanden verder na het besluit om mijn functie neer te leggen, de klok tikt gewoon door natuurlijk.
Buiten de stage bij kwaliteitszorg en het starten met de replacement bij Van Ede, liep ook mijn ziekteperiode gewoon door. Een werkgever heeft in Nederland de plicht om bij ziekte 2 jaar loon door te betalen en te zoeken naar een oplossing, daarna komt het UWV om de hoek kijken. De periode van 2 jaar ziekte verstreek in december 2010, en in de aanloop naar dat tijdstip werd in september mijn WIA uitkering aangevraagd bij het UWV. Dat is de formele melding van mijn dossier bij het UWV, waarna het UWV gaat beoordelen of ik recht heb op een WIA uitkering. De WIA is in 2006 in de plaats gekomen van de WAO. Verrassend genoeg oordeelde het UWV echter dat mijn werkgever niet voldoende inspanningen heeft verricht op spoor 2 (het traject is te laat gestart) en zij heeft mijn werkgever een loonsanctie opgelegd van een jaar. Ik heb van het UWV vernomen dat ik in die periode van een loonsanctie geen ontslag mag nemen en ook geen andere baan mag accepteren, noch mag mijn werkgever mij ontslaan of een andere (formele) baan aanbieden. We zitten dus in een soort vacuüm waarin we tot elkaar zijn veroordeeld.
Met mijn werkgever heb ik de afspraak dat de het replacement traject geldt als werktijd. Omdat het geen volledige werkweek bedraagt, ben ik nog wel aan de slag in een nieuwe tijdelijke positie als Adviseur Markt, Vastgoed en Innovatie. Concreet houd ik me bezig met een belangrijk project in het kader van de nieuwe Europese regelgeving voor woningcorporaties en de daaruit voortvloeiende veranderingen. Ach, het houdt me van de straat. Inhoudelijk is het interessant, maar niet bijster uitdagend. De meeste tijd gaat toch zitten in het replacement traject waarmee ik nu zo'n 8 maanden bezig ben. In een volgende blog zal ik vertellen over de status van dat traject, en de dingen die ik de afgelopen maanden heb onderzocht en gedaan.
Abonneren op:
Posts (Atom)