Posts tonen met het label werk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label werk. Alle posts tonen

dinsdag 15 november 2011

Als een ander het kan, kan ik het ook!

De tijd vliegt voorbij, er is weer veel gebeurd de afgelopen weken. Dat ik mijn neus hier niet heb laten zien heeft te maken met een dipje. Nou ja, dat verkleinwoord kan eigenlijk wel achterwege blijven, je kunt wel spreken van een grote dip. En wat gebeurt er als ik in een dip zit? Juist ja, dan duik ik even onder. Ik trek me terug in mezelf, en aan schrijven moet ik dan even niet denken. Hoewel het juist dan ook een goede therapie kan zijn, maar ik had er gewoon de energie niet voor.

De procedure bij het UWV is nu volledig afgerond. Ik heb de rapportage ontvangen van het arbeidsdeskundig onderzoek, het gesprek dat ik had op 10 oktober, en ook de zogenaamde formele beschikking heb ik nu gekregen. Ik begrijp daaruit dat ik voor 78,2% arbeidsongeschikt wordt verklaard. Dit percentage vind ik wel een beetje zuur, omdat het net onder de 80% zit. En dat heeft grote consequenties. Niet in eerste instantie voor de uitkering van het UWV zelf, maar wel voor de aanvulling van de uitkering uit de WIA-hiaat- en excedent-verzekering. Na het ontvangen van de rapportage had ik een telefonisch gesprek met een tussenpersoon die deze verzekering voor mijn werkgever beheert, en die heeft de consequenties van deze beslissing aan mij uitgelegd. En die zijn niet misselijk!

Vanaf mijn ontslag en de eerste Wia uitkering zal mijn inkomen zakken naar ongeveer 55% van mijn oude salaris. En dat terwijl de kosten alleen maar stijgen, want ik moet me immers nog wel verplaatsen en heb geen leaseauto meer, die kosten voor openbaar vervoer komen vanaf dat moment voor eigen rekening. Net als de kosten voor telefoon. En dan niet te vergeten dat het huis ook nog duurder wordt, want de belastingteruggave van de betaalde hypotheekrente gaat fors naar beneden. We moeten dus behoorlijk de broekriem gaan aanhalen, een forse bezuiniging is noodzakelijk om het hoofd boven water te kunnen blijven houden.

Zodra ik in staat ben om zelf inkomen te verdienen zal het misschien iets beter worden, maar dan moet ik niet teveel gaan verdienen want dan moet ik de uitkering helemaal inleveren, en dan stopt ook de aanvullende uitkering vanuit de verzekering. Als ik erin slaag om 10% tot 20% van mijn inkomen nog zelf te verdienen, mag ik daarvan een groot gedeelte zelf houden. Maar ja, dan moet je wel iets vinden dat past bij de mogelijkheden natuurlijk. En koekjes inpakken is nu niet echt mijn droombaan.

Zou ik echter wel 80% arbeidsongeschikt zijn verklaard, dan zou mijn aanvullende verzekering veel meer bijdragen, en zou mijn inkomen slechts terugzakken tot ongeveer 70-75%, dat scheelt dus bijna 20%. Best zuur dus, zeker nu een nieuwe baan nog niet in het verschiet zit, dat wordt een flinke uitdaging. Ik ben er wel van geschrokken. Dat ik de helft van inkomen ga missen had ik nooit verwacht. Ik ging er zelf namelijk vanuit dat ik met de aanvullende verzekering nog altijd zo'n 70% van mijn inkomen zou krijgen, dat scheelt wel een slok op een borrel. Mijn grootste zorg was altijd dat ik maar boven die 35% zou uitkomen, daar zit ik nu evenwel ruim boven, maar daarmee is mijn inkomen dus nog niet zeker gesteld blijkt nu.

We moeten ons uitgavenpatroon dus fors bijstellen. Alle niet noodzakelijke uitgaven zijn inmiddels gestopt, abonnementen opgezegd, loterijen verminderd en ook de hulp in de huishouding hebben we met onmiddellijke ingang opgezegd. Op de vaste lasten is niet zoveel te halen, dus we zullen het vooral van alle andere uitgaven moeten hebben. Boeken, verzorgingsproducten, kleding, boodschappen. Ach, het is een aanpassing, maar als anderen met veel minder kunnen rondkomen, waarom zouden wij dat dan niet kunnen? En daar slaat de titel van dit blog dus op.

Het is jarenlang een van mijn lijfspreuken geweest, die uitspraak uit de titel, eigenlijk is mijn hele carrièreladder hierop gestoeld. Ik liet me nooit uit het veld slaan door iets dat ik niet wist, niet kende, of niet kon. Er is altijd iemand die het wel weet, en daarvan kan ik het leren. Wat een ander kan, kan ik ook. Maar nu gaat het niet meer over carriére maken, nu moeten we een stap terug doen, een behoorlijk stap welteverstaan. En eigenlijk geldt daarvoor precies hetzelfde. Wij zijn niet de enigen, met ons zijn er velen die de eindjes aan elkaar moeten knopen. Als zij het kunnen, kunnen wij dat toch ook? En zo maak ik er maar een sport van om te gaan leren zo zuinig mogelijk te leven en toch nog te proberen geld over te houden voor leuke dingen. Want dat we een flinke stap terug moeten doen is nu wel echt duidelijk.

Ongeveer tegelijk met de gesprekken bij het UWV over de WIA, zag ik een leuke vacature bij mijn huidige werkgever. Een heel stuk beneden mijn oude niveau, maar inhoudelijk wel erg leuk en naar mijn verwachting ook passend bij mijn mogelijkheden. Wel op een ander vakgebied, maar inhoudelijk werd er veel expertise gevraagd op het gebied van leiderschapsontwikkeling en verandermanagement, laten dat nu gebieden zijn waarop ik veel ervaring heb. Ik heb dus gesolliciteerd, maar tot mijn verbazing werd ik afgewezen. Omdat ik niet de juiste opleiding en achtergrond heb, en omdat ik communicatief beperkt ben in groepen. En daarover was ik misschien nog wel het meest teleurgesteld, de afwijzing kwam heel hard aan bij mij. Ik zag mogelijkheden om de functie passend te maken, samen met 7 andere collega's op die afdeling, maar ik ondervond weinig bereidheid om dat te onderzoeken.

Mijn zelfvertrouwen liep een flinke deuk op, want als mijn eigen werkgever al niet bereid is om mij een kans te geven, wie anders gaat dat dan doen? Bij mijn werkgever kennen ze me als geen ander, kennen ze ook mijn kwaliteiten en weten ze wat ik waard ben. Toen ik vorig jaar mijn functie moest neerleggen, uit eigen beweging overigens, waren de complimenten niet van de lucht. Ik werd eronder bedolven en uit veel hoeken kreeg ik de opmerking dat iedereen hoopte dat ik toch nog kon blijven werken voor mijn werkgever, omdat ik zo waardevol was. "Was" ja, want nu puntje bij paaltje komt wordt daarvan dus niets waargemaakt. Bij vertrek wordt je bewierrookt, maar daarna word je blijkbaar al snel een lastpost waarvan men liever afscheid neemt. En zo geschiedde dus. Momenteel zit ik midden in de onderhandeling om mijn dienstverband te beëindigen. Ik heb weinig keus daarin, want als ze een vergunning aanvragen bij het UWV krijgen ze die ook wel. Ik zou misschien wel dwars voor de deur kunnen gaan liggen, maar wat schiet ik daarmee op? Alleen een slechte relatie, ik word er zelf beslist niet gelukkiger van als ze me toch niet willen houden. Ik slik dus maar, en probeer intussen nog wel met een mooie regeling te mogen vertrekken, zodat ik nog wat geld krijg om te investeren in een toekomstige opleiding.

Maar gemakkelijk is het niet. Ik voelde me waardeloos. Alsof mijn kwaliteiten niets meer waard zijn. Ik mag dan nog wel een heel stel kwaliteiten hebben, wat is het waard als niemand die wil gebruiken? Wie zit er nog te wachten op een uitgerangeerde manager die een boel beperkingen meebrengt? De tranen zaten hoog de afgelopen weken, de emoties zaten diep, en mijn zelfvertrouwen verdween als sneeuw voor de zon.

Maar gelukkig klim ik nu weer uit het dal, ik voel de energie weer terugkomen en het zelfvertrouwen groeit met kleine beetjes. Vandaag heb ik mogen ervaren dat er nog steeds mensen zijn die wel zitten te wachten op mijn kwaliteiten, en dat geeft een goed gevoel. Zoals de directeur van de NVVS, de Nederlandse Vereniging van Slechthorenden. Met hem heb ik afgesproken om als een soort adviseur aan de slag te gaan om hem te ondersteunen bij strategische onderwerpen, en daarnaast ga ik ook nog vrijwilligerswerk doen in de vereniging in een commissie. Dat geeft mij een kans om mijn kwaliteiten te mogen blijven inzetten, ik zou niet willen dat ze verstoffen in mijn werkloze periode, en tevens is het goed voor mijn netwerk. Wie weet wat er nog voor mogelijkheden en kansen liggen in de toekomst? In ruil voor mijn diensten heb ik gevraagd om met mij mee te denken hoe ik als ervaringsdeskundige wellicht mijn brood zou kunnen verdienen bij de doelgroep slechthorenden, en daar werd enthousiast op gereageerd. Wie weet wat eruit komt, je moet je kansen namelijk zelf creëren, toch?

Heb ik de afgelopen weken met mijn ziel onder de arm gelopen, nu ga ik weer volop aan de slag. Nieuwe kansen creëren! Ik ga weer netwerkafspraken maken, de gevoerde gesprekken evalueren met mijn consulent bij Van Ede en ik ga weer een korte cursus doen bij Van Ede. Dat gaat me helpen om mijn zelfvertrouwen weer op te krikken naar het oude niveau. En intussen hoop ik dat ik succesvol kan onderhandelen met mijn werkgever over een kleine vertrekpremie om te investeren in een opleiding. Duimen jullie dat dit gaat lukken?

zaterdag 1 oktober 2011

Energiestoring

Bulkte ik twee weken geleden nog van energie in mijn loopbaantraject, nu heb ik last van een storing. Geen orkaan op het niveau van windkracht 12, maar meer windkracht 8 die nu voorbij komt. Wat is er gebeurd?

Woensdag 21 september had ik een afspraak met de arbeidsdeskundige van Werkpad. Mijn werkgever had een herziening aangevraagd van het arbeidsdeskundig onderzoek dat in 2010 is uitgevoerd, omdat ze daarmee willen aantonen aan het UWV dat er echt geen passende functies zijn voor mij. Zeker niet, nu mijn gehoor ook nog eens is verslechterd. Een kwestie van indekken dus, want veel moeite om te zoeken naar een passende oplossing hebben ze niet gedaan. Maar goed, het gesprek met de arbeidsdeskundige ging over mijn situatie en het advies dat hij moest afgeven aan mijn werkgever en daarmee aan het UWV.

De arbeidsdeskundige is een specialist op het gebied van mijn beperking. Ik had hem voor de afspraak mijn laatste testgegevens digitaal doorgestuurd. Hieronder een weergave van mijn audiogram zoals dat er nu uitziet. Een aantal jaren geleden heb ik al eens uitgebreid geschreven over de betekenis van slechthorendheid en mijn achtergrond daarin in deze weblog. Daarin kun je meer uitleg teruglezen over het audiogram, net als de status van toen. Vroeger was mijn gehoor aan beide oren ongeveer gelijk, maar nu is er een groot verschil ontstaan tussen links en rechts, en met name rechts is mijn gehoor erg verslechterd.


























Uiteraard had de arbeidsdeskundige mijn testgegevens uitgebreid bestudeerd. Maar behalve dat, had hij het audiogram ook nog eens voorgelegd aan de audioloog en de directeur van zijn organisatie, beiden experts op dit gebied. Die mensen kennen mij namelijk niet, en hij was benieuwd hoe zij erop zouden reageren. Hij vroeg hen welk persoon zij dachten dat hierachter zat. Hun antwoord: "deze mevrouw zal nauwelijks kunnen spreken, laat staan dat zij kan functioneren in een normale omgeving zoals in werk". Toen vertelde de arbeidsdeskundige over mij: "ik kan met haar een normaal gesprek voeren zoals ik dat met jou heb, ik kan met haar telefoneren en zij werkt al jaren op hoog niveau". Dat konden zij maar moeilijk geloven.

De arbeidsdeskundige vertelde me dat verhaal om duidelijk te maken hoe bijzonder mijn situatie is. Hoe bijzonder het is dat ik nog steeds zo kan functioneren zoals ik doe, daarmee ben ik een heel grote uitzondering. Hij wilde me daarmee niet speciaal maken, maar vooral duidelijk maken dat mijn functioneren wel een enorme inspanning moet vragen. Technisch is het eigenlijk niet mogelijk namelijk. Maar ik doe het maar mooi wel! Inderdaad, het vergt wel een grote inspanning, dat merk ik zelf maar al te goed. Lastig is het, dat de buitenwereld dat helemaal niet door heeft. Die ziet namelijk een "normaal" persoon en merkt van de beperking nauwelijks iets, behalve als de omstandigheden heel slecht worden. Maar hoe hard ik daarvoor moet werken, dat is aan de buitenkant niet zichtbaar. En dat maakt het dus ook een grote valkuil...

Tijdens het gesprek kwam ook mijn loopbaantraject aan de orde, en de opties die ik daarin momenteel onderzoek voor mijn nieuwe toekomst. Zo vertelde ik dus ook over mijn plannen om misschien als adviseur en coach aan de slag te gaan, en dan liefst als zelfstandige. Hij waarschuwde me echter voor een aantal zaken. Zoals: focus je niet teveel op communicatie 1-op-1. Dat gaat nu misschien wel goed, maar hoe lang nog? Met andere woorden: misschien gaat mijn gehoor wel verder achteruit, en dan wordt 1-op-1 communicatie ook steeds moeilijker. Ook moet ik oppassen niet teveel uren met communicatie bezig te zijn, ook al is dat 1-op-1, omdat het nog steeds veel energie vraagt, al gaat het wel gemakkelijker dan een overleg in groepen. Zijn advies was om naast communicatieve activiteiten ook te zorgen voor voldoende bureauwerk, omdat ik daarin kan herstellen en weer energie kan opbouwen. "Hoe ga jij acquisitie doen als zelfstandige?" was ook één van zijn vragen. Telefoneren is namelijk heel moeilijk voor mij, zeker met mensen die mij onbekend zijn. Niet alleen acquisitie is dan moeilijk, überhaupt het aannemen van telefoon is dan heel lastig. Is dat niet een heel grote beperking voor klanten? Weten ze me nog wel te bereiken dan? Of gaan ze op zoek naar iemand die gemakkelijker bereikbaar is?

Verder wist hij me te vertellen dat ik als zelfstandige ook al mijn voorzieningen van het UWV kwijtraak. Zo worden mijn hoorapparaten nu grotendeels vergoed door het UWV, omdat ik zonder hoorapparaten niet kan werken. Digitale apparaten zijn erg duur, en de zorgverzekering vergoedt per apparaat maar een klein deel. Behalve mijn apparaten, die elke 5 jaar moeten worden vervangen, vergoedt het UWV ook andere hulpmiddelen die het mogelijk maken om te werken, zoals een vergaderset met microfoons. En ook heb ik via het UWV een budget voor schrijftolken, die ik kan inzetten bij een overleg. Die voorzieningen raak ik allemaal kwijt als ik zelfstandig zou worden. Volgens het UWV zijn die voorzieningen namelijk bedoeld voor werknemers, en niet voor werkgevers. Als zelfstandige moet ik die dingen dus zelf bekostigen. En dat is best een opgave als beginnend ondernemer natuurlijk. En dat was dus ook een behoorlijke domper voor me. Hoe ga ik dat ooit verdienen als beginnend zelfstandige?

Na het gesprek liep ik dan ook naar buiten met mijn ziel onder de arm. Het gaat me vast nooit lukken, dat was het gevoel dat langzaam bij me naar boven kroop en mijn energie opslokte. Ik werd er verdrietig van, maar ook boos. Boos op de sociale staat van de BV Nederland. Ik heb namelijk de afgelopen 20 jaar als werknemer wel altijd forse premies afgedragen voor al deze voorzieningen, en daar kan ik als zelfstandige dus geen aanspraak meer op maken. Ik heb dus betaald voor al die mensen die zelf geen verantwoordelijkheid namen in die tijd, die zich lieten "pamperen" door de Nederlandse overheid en zich als een slachtoffer gedroegen. Dat ik wellicht als zelfstandige op termijn weer zoveel kan verdienen dat ik geen uitkering van het UWV nodig heb, dat is voor het UWV geen argument om de vergoeding te blijven verstrekken. In hun ogen kan ik beter aan de slag als werknemer. Ik moet dan maar een functie gaan doen waar ik helemaal geen communicatie voor nodig heb. Als dat betekent dat ik daarmee heel weinig kan verdienen, dan krijg ik dus wel een uitkering, terwijl ik die misschien als zelfstandige helemaal niet nodig heb. Hoe dubbel is dat?  

Kortom, de moed is me even in de schoenen gezakt de afgelopen week, al komt die nu wel weer langzaam terug. Ik heb even alle doemscenario's afgewerkt de laatste week, en dat waren er nogal wat. Het gedrag van mijn werkgever helpt daar niet bij. Het indekken tegenover het UWV is daar een voorbeeld van, nog even snel alle documenten op orde maken om aan te tonen dat ze me echt niet kunnen gebruiken. Dat doet toch meer pijn dan ik had gedacht. Ze grijpen daar allerlei argumenten voor aan, dat werd me wel duidelijk in dat gesprek met de arbeidsdeskundige. Jammer! Maar het is niet anders. Ik ben een blok aan hun been, dat had ook anders kunnen zijn in mijn ogen.

Ik ben behoorlijk bang dat ik een groot deel van mijn inkomen kwijt raak, dat het UWV zal oordelen dat ik niet meer dan 35% arbeidsongeschikt ben. Onder de 35% moet ik het inkomensverlies namelijk zelf dekken, en dat is nogal wat. Ik ben hoofdkostwinnaar thuis, en als ik veel inkomen kwijt raak, moeten we wellicht de eindjes aan elkaar gaan knopen. Kunnen we dat wel? Kunnen we het huis wel blijven betalen? Als mijn inkomen daalt, wordt de hypotheekrente-aftrek ook een stuk kleiner, en dus wordt het huis ook nog eens duurder. Als de hypotheek niet meer kunnen ophoesten, wordt het probleem alleen maar groter. We hebben dit huis gekocht vlak voor de crisis, en verkopen zou ons momenteel opzadelen met een restschuld. Op slechte dagen zie ik dan ook een persoonlijk faillissement op ons afkomen.

Ik probeer hard om er niet te diep in weg te zakken. Doemscenario's kosten alleen maar energie, en hoeveel zin heeft het om je zorgen te maken over dingen die mogelijk zouden kunnen gebeuren? Moet ik nu al rekening houden met een verdere achteruitgang van mijn gehoor? Moet ik nu al interen op wat kan gebeuren in de toekomst? Wat blijft er dan nog over van mijn leven nu? Mijn verstand is nu aan het woord, gevoelsmatig liggen er toch wel veel gevaren op de loer die me erg onrustig maken. Ik probeer er vertrouwen in te hebben dat de keuring wel goed gaat, dat de arts realistisch is en dat ik een vangnet heb voor een periode. Dat vangnet is sowieso gelimiteerd en niet oneindig, maar een tijdelijk vangnet is voldoende om er weer bovenop te komen en een nieuwe toekomst op te bouwen. Ik kom er wel, toch?

Ik zou ik niet zijn als ik weer weet op te krabbelen! Het komt vast goed...... Een storm gaat altijd weer voorbij.

zaterdag 20 augustus 2011

Een nieuwe toekomst in voorbereiding

En toen was de kogel door de kerk! Hoewel ik het heel moeilijk vond om te besluiten mijn functie neer te leggen, viel er ook een last van mijn schouders toen het zover was. Het voelde als een opluchting, en tegelijkertijd ontstond er veel onzekerheid en ook wel angst over de toekomst. Wat nu? Je kunt dan wel besluiten dat je een carrière moet stoppen, dat betekent niet dat er gelijk nieuwe kansen en mogelijkheden zijn.

In eerste instantie was ik daar ook nog niet gelijk mee bezig. Van mijn directeur kreeg ik de opdracht  mijn vervanger te werven, en daarnaast werd er iemand aangesteld om het werk van me over te nemen in afwachting van de nieuwe manager. Half mei zouden we op vakantie gaan en tot die tijd concentreerde ik me op de overdracht naar mijn tijdelijke vervanger en op de wervingsprocedure. Mijn verantwoordelijkheden kon ik zo delen en ik werkte langzaam toe naar een einde.

14 mei ging ik op vakantie, mijn vervanger was aangesteld en ingewerkt. Na mijn vakantie zou ik dus niet meer terugkeren in mijn oude functie. De laatste weken voor mijn vakantie waren emotioneel heel zwaar. Ik ging op vakantie, terwijl ik wist dat het daarna niet meer als vanouds zou zijn. De confrontatie daarmee, en het bewustzijn dat het nu echt over was, deden toch nog veel pijn. Bovendien wist ik ook dat ik mijn collega’s, mijn afdeling en ook mijn leidinggevende erg zou missen. Nooit eerder heb ik me op een werkplek zo thuis gevoeld.

Vanaf nu zou mijn carrière dus een wending nemen. Maar welke? Een mogelijke optie die in gesprekken al vaker voorbij kwam was een beroep als adviseur of coach. Ik zag veel bezwaren en redenen waarom ik dat niet leuk zou vinden en waarom het niet bij me zou passen, maar tegelijkertijd is dat ook alleen maar iets dat je zelf kan bedenken. Het zijn dus vooral aannames en vooroordelen. Natuurlijk kun je anderen bevragen over hoe zij een functie ervaren, maar zij zijn mij niet. Wetende dat mijn oude functie na mijn vakantie zou zijn ingenomen door  mijn vervanger en ik zelf nog een tijdje bij mijn werkgever aan de slag zou zijn in afwachting van het traject bij het UWV, heb ik gevraagd of het mogelijk was om in de organisatie, bovenformatief, tijdelijk als adviseur op een strategisch niveau aan de slag te gaan. Een soort van stage dus. Mijn wens was om dat te doen op een afdeling die zich bezighoudt met organisatieontwikkeling. Ik wilde onderzoeken of ik daarin gelukkig zou kunnen zijn?

Op de valreep voor mijn vakantie, mijn laatste werkdag, had ik een gesprek met de manager van de afdeling kwaliteitszorg, nadat ik al eerder had gesproken de bestuurder van dat bedrijfsonderdeel van onze organisatie, over een tijdelijke functie op zijn afdeling. We kwamen overeen dat ik na mijn vakantie op de afdeling kwaliteitszorg aan de slag zou gaan als senior adviseur. Hoewel ik rationeel blij was dat ik dus toch nog iets had om voor terug te komen, kon ik van binnen ook wel janken. Hoe zou het vanaf hier verder lopen? Een periode van onzekerheid lag voor me.

Toen ik terugkwam van vakantie op 14 juni heb ik de laatste puntjes op de spreekwoordelijke “i” gezet op  mijn oude werkplek  op 15 juni ben ik aan de slag gegaan als Sr. Adviseur Kwaliteitszorg. Formeel bleef ik mijn oude functie houden met de bijbehorende arbeidsvoorwaarden, terwijl in de tussentijd het WIA traject zou worden opgestart.

De eerste weken waren heel zwaar, vooral emotioneel. De confrontatie met de gevolgen raakte me enorm, ik had moeite mijn nieuwe plekje te vinden en voelde me erg verloren. Ik liep met mijn ziel onder de arm en voelde me depressief. Na een paar weken veranderde dat gelukkig, tijd heelt toch wel de wonden. Ik kreeg een paar leuke projecten waarvoor ik verantwoordelijk werd, ik leerde nieuwe leuke collega’s kennen en had steeds meer “vrede” met mijn besluit. Tegelijkertijd was ik toch ook erg blij dat ik de kans kreeg om deze functie uit te oefenen, en zo te experimenteren met andere opties.

In het begin ervoer ik dat de nieuwe functie voor mijn energievoorraad een zegen was. Ik had eindelijk weer energie over aan het einde van een werkdag, en dat merkte ik vooral op de dagen dat ik thuis ben. In dat opzicht had ik dus gewonnen en was ik veel informatie rijker. Hoewel het pijn doet om in te leveren, merkte ik dus ook fysiek dat het daadwerkelijk wel iets oplevert. Toch merkte ik ook dat het  best lastig is om je grenzen te respecteren. Ik kreeg het druk met verschillende projecten, had in een periode van verschillende weken weer veel overleg, waardoor ik toch weer langzaam oververmoeid raakte. Een groot winstpunt was wel dat ik dus had ervaren dat het anders kon zijn. Ik hoef niet uitgeput op de bank te belanden na een werkweek, en die wetenschap maakt dat ik het ook niet meer wil accepteren. Het moet echt anders. Anders doen, en dus ook op z’n tijd “nee “ zeggen is toch nog wel heel moeilijk. Een leerpunt dus! Vooral ook omdat je als adviseur geen medewerkers meer hebt aan wie je zaken kunt delegeren. Ik hakte zelf geen knopen meer door, maar was afhankelijk van anderen, en dat werkte stressverhogend voor mij. Ook is een functie als adviseur een heel andere rol dan die van leidinggevende. Ik moest erg wennen aan het feit dat adviezen niet zonder meer worden opgevolgd, en dat je moet leren om de opdrachten te expliciteren voordat je ermee aan de slag gaat. Een ander leerpunt!

Buiten deze nieuwe ervaringen had ik al snel veel moeite met mijn nieuwe leidinggevende. We kregen  allerlei conflicten die vooral ontstonden omdat ik me niet kon verenigen met zijn stijl van leidinggeven. Ik was overigens niet de enige die daar last van had, ook mijn directe collega’s op de afdeling hadden veel problemen met hem. Langzaam hoorde ik in de organisatie veel horrorverhalen over hem, en ik ervaarde ze zelf ook. In oktober heb ik de situatie geëscaleerd toen bleek dat we gewoon niet meer konden samenwerken. Hij verlangde dingen van mij die in strijd waren met mijn eigen integriteit. Ik heb toen gevraagd om een bemiddelaar en de organisatie heeft daarin toegestemd.

Ondanks de hulp van de bemiddelaar zijn er geen verbeteringen opgetreden en na een lange periode van proberen en strijden heb ik begin januari 2011 het besluit genomen om ook die functie neer te leggen. Het was buigen of barsten, als ik zou blijven zou ik daar uiteindelijk aan onderdoor gaan. Ik had het in elk geval geprobeerd, nietwaar? De organisatie was niet bereid de problemen met die manager op te lossen, ondanks dat ik veel medestanders had die precies hetzelfde over hem vertelden. Hij is een groot narcist, en dictator ook, iemand die zelf floreert door anderen kleiner te maken. Ik wist dat ik mijn eigen ruiten ingooide met het besluit om te stoppen als adviseur kwaliteitszorg, want mijn kansen op een andere functie bij mijn werkgever werden daarmee ernstig verkleind. Toch had mijn besluit niet alleen maar te maken met mijn leidinggevende, maar ook met de vervelende interne politiek die ik in de nieuwe omgeving op het hoofdkantoor ervoer en waarmee ik niet goed kon omgaan. Zo anders ook dan de plek waar ik eerst werkte, best bizar dat één organisatie zo anders kan zijn op verschillende locaties. Het maakte mij duidelijk dat het hoofdkantoor in elk geval geen toekomstige plek kon zijn. Ik had enorm veel stress, ik sliep heel slecht en alle energie werd steeds uit me gezogen. Elke ochtend ging ik met grote tegenzin en buikpijn naar het werk, en dat was voor mij genoeg reden om er een punt achter te zetten. Ik wil gelukkig zijn in mijn werk, en dat ging zo niet lukken.

Ondanks dat ik nog steeds aan het werk was, was ik formeel nog steeds ziek omdat ik mijn oude functie niet meer kan uitoefenen. Bij ziekte is er sprake van re-integreren, en in dat kader spreekt de Wet Poortwachter van Spoor 1 en Spoor 2. Spoor 1 heeft betrekking op een re-integratietraject binnen de huidige werkgever, en mijn stageplek was daar een voorbeeld van. Mijn werkgever kon echter niet toezeggen of ik daar een vaste positie kon krijgen. Bovendien was er een grote reorganisatie gaande en er was niet duidelijk of er op termijn elders een functie met vrije formatie (een vacature) beschikbaar zou komen die bij mij zou passen. Hoewel werd uitgesproken dat ze mij graag wilden behouden voor de organisatie, waren ze niet bereid om een functie te creëren voor mij. Overigens zou dat ook niet mijn wens zijn, ik wil niet in een status aparte belanden.

Spoor 1 gaf dus geen duidelijkheid en zekerheid. Toch was ik in augustus 2010 al 20 maanden ziek, die situatie kon dus niet blijven voortduren. Samen met mijn werkgever heb ik daarom afgesproken om naast Spoor 1 ook Spoor 2 op te starten. Spoor 2 is een traject van re-integratie buiten de huidige werkgever. Een soort outplacement dus, of beter gezegd: replacement.  Dat betekent niet dat Spoor 1 definitief is beëindigd, zolang ik met replacement bezig ben, blijft de deur bij mijn huidig werkgever op een kiertje voor het geval er mogelijkheden ontstaan in de toekomst. Onzekerheid en de eisen vanuit de Wet Poortwachter maken het noodzakelijk beide trajecten parallel te laten lopen.

Vanuit de afdeling P&O werden er offertes aangevraagd bij verschillende re-integratiebedrijven, maar in die offertes kon ik mij geheel niet vinden. De aangeboden trajecten passen niet bij mij. Door alle bedrijven werd een aanpak beschreven die maakte dat ik me net een klein kind voelde: je wordt aan het handje genomen door een adviseur die voor jou naar functies zoek en je zelfs introduceert bij toekomstige werkgevers. Dat past misschien bij iemand die niet gewend is om zelf initiatief te nemen, maar ik heb dat absoluut niet nodig. Ik heb wel hulp nodig bij het ontdekken van wat een nieuwe goede richting kan zijn en hoe ik dat kan realiseren. Ik heb daarom voorgesteld om zelf een re-integratiebedrijf uit te zoeken, en daarvoor kreeg ik toestemming.

In augustus en begin september heb ik daarvoor met enkele bedrijven gesproken die ik had gezocht via internet. Ik ben op zoek gegaan naar bedrijven die veel ervaring hebben met hoog opgeleide mensen en een aanpak volgen die bij mij past. Verder heb ik gelet op een goede klik met de adviseurs in de bedrijven. Ik kwam toen uit bij Van Ede & Partners, een bedrijf dat een totaaltraject biedt van een gedegen zelfanalyse tot een goede bestemming, met bestemmingsgarantie zoals ze dat zelf noemen. Al gelijk vanaf het begin had ik een heel goed gevoel bij deze club en bij deze aanpak. Het nadeel was echter dat het wel een heel stuk duurder is dan een gemiddeld re-integratiebureau, maar daar staat wel tegenover dat je een garantie hebt uiteindelijk op een goede plek terecht te komen. Door allerlei interne aangelegenheden heeft de offerte van Van Ede een tijdje in een bureaulade gelegen, maar na een gesprek in november werd alsnog beslist dat ik met het traject mocht starten. Eindelijk! We waren inmiddels alweer 8 maanden verder na het besluit om mijn functie neer te leggen, de klok tikt gewoon door natuurlijk.


Buiten de stage bij kwaliteitszorg en het starten met de replacement bij Van Ede, liep ook mijn ziekteperiode gewoon door. Een werkgever heeft in Nederland de plicht om bij ziekte 2 jaar loon door te betalen en te zoeken naar een oplossing, daarna komt het UWV om de hoek kijken. De periode van 2 jaar ziekte verstreek in december 2010, en in de aanloop naar dat tijdstip werd in september mijn WIA uitkering aangevraagd bij het UWV. Dat is de formele melding van mijn dossier bij het UWV, waarna het UWV gaat beoordelen of ik recht heb op een WIA uitkering. De WIA is in 2006 in de plaats gekomen van de WAO. Verrassend genoeg oordeelde het UWV echter dat mijn werkgever niet voldoende inspanningen heeft verricht op spoor 2 (het traject is te laat gestart) en zij heeft mijn werkgever een loonsanctie opgelegd van een jaar. Ik heb van het UWV vernomen dat ik in die periode van een loonsanctie geen ontslag mag nemen en ook geen andere baan mag accepteren, noch mag mijn werkgever mij ontslaan of een andere (formele) baan aanbieden. We zitten dus in een soort vacuüm waarin we tot elkaar zijn veroordeeld.

Met mijn werkgever heb ik de afspraak dat de het replacement traject geldt als werktijd. Omdat het geen volledige werkweek bedraagt, ben ik nog wel aan de slag in een nieuwe tijdelijke positie als Adviseur Markt, Vastgoed en Innovatie. Concreet houd ik me bezig met een belangrijk project in het kader van de nieuwe Europese regelgeving voor woningcorporaties en de daaruit voortvloeiende veranderingen. Ach, het houdt me van de straat. Inhoudelijk is het interessant, maar niet bijster uitdagend. De meeste tijd gaat toch zitten in het replacement traject waarmee ik nu zo'n 8 maanden bezig ben. In een volgende blog zal ik vertellen over de status van dat traject, en de dingen die ik de afgelopen maanden heb onderzocht en gedaan.

vrijdag 19 augustus 2011

Als willen niet meer genoeg is om te kunnen

In maart 2010 heb ik een belangrijk besluit genomen: ik heb mijn functie als manager bedrijfsvoering bij een grote woningcorporatie neergelegd. Na een traject van lang blijven proberen om toch te kunnen blijven functioneren, met hulpmiddelen, met ondersteuning, kwam ik tot het besef dat ik bezig was met een gevecht tegen de bierkaai. Ik heb een lange weg afgelegd om tot dit besluit te komen, en het ging zeker niet vanzelf. Het begon allemaal in augustus 2008.

Diegenen die hier al langer meelezen of mij persoonlijk kennen weten dat ik ernstig slechthorend ben. In juli 2007 schreef ik er daar al uitgebreid deze blog over. Ongeveer eens per 5 jaar moeten mijn hoorapparaten vervangen worden door nieuwe en dus toog ik in augustus 2008 naar het audiologisch centrum voor een uitgebreide gehoortest. Bij aanschaf van nieuwe apparaten kun je niet zomaar naar een audicien stappen, daarvoor heb je een recept nodig en een uitgebreide gehoortest gaat vooraf aan het recept. Ik had de vervanging al uitgesteld omdat ik er enorm tegenop zag. De techniek gaat namelijk met rasse schreden vooruit, mijn vertrouwde analoge toestellen worden nauwelijks meer gemaakt en nieuwe digitale toestellen domineren de huidige markt. Ooit zou ook ik die overstap moeten maken, maar ik wist ook dat dat niet geruisloos zou gaan en me veel energie zou kosten. Digitale toestellen comprimeren het geluid namelijk, waardoor alles anders klinkt. En dat maakt dat je opnieuw moet wennen aan andere klanken en samenstelling van geluiden. Ik heb in alle jaren veel compensatievermogen opgebouwd, ik heb geleerd het onderste uit de kan te halen met de analoge techniek, en met de komst van de digitale techniek wist ik dat ik daarop in eerste instantie zou moeten inleveren en dat het zeker enkele jaren zou duren voordat ik weer terug zou zijn op mijn oude niveau, als dat al haalbaar zou zijn. En daar zat ik niet bepaald op te wachten.

Door onze verhuizing naar de Randstad in 2005 was ik al heel lang niet meer in een audiologisch centrum geweest. En hoewel ik na de burn-out in 2004 heel goed ben hersteld merkte ik toch dat sommige dingen me steeds lastiger afgingen. Ik kreeg meer moeite met telefoneren en ook communicatie in groepen ging me slechter af voor mijn gevoel. Ik merkte dat ik meer situaties ging vermijden en ik had veel last van vermoeidheid. Ik weet het zelf aan het ouder worden, maar het leek me goed om daar op het audiologisch centrum eens over te praten. Omdat ik ook erg opzag tegen de verandering die nieuwe hoorapparaten tot gevolg zouden hebben, vroeg ik daarom om een uitgebreid gesprek met de audioloog na de gehoortest. En die had nieuws voor me: mijn gehoor was verslechterd! Mijn rechteroor was gedegradeerd van beste oor naar slechtste oor en bij een groot aantal frequenties was het verlies nu zo groot, dat het tot de categorie doof wordt gerekend. Voor het eerst in 37 jaar was het behoorlijk achteruit gegaan, en dat had ik helemaal niet verwacht. 


De audioloog adviseerde me om mijn leven aan te passen, en dan met name mijn werk. Minder werken en vooral minder overleggen in groepen was zijn devies. Daarnaast werd ik aangespoord om meer hulpmiddelen te gaan gebruiken op mijn werk. Ook verwees hij me door naar het maatschappelijk werk van de afdeling audiologie in het VU om me te helpen in dit aanpassingsproces. Je kunt het naïef noemen, maar het nieuws en het bijbehorende advies was een klap in mijn gezicht. Garanties zijn er nooit gegeven, en ergens weet je ook wel dat het altijd slechter kan worden, maar ik had er gewoon niet op gerekend. Ik dacht dat het iedereen zou overkomen, behalve mij.

In de periode daarna vielen een aantal puzzelstukjes op zijn plaats. Ik was al een tijd lang erg moe en had na een werkdag geen energie meer over. Ik weet het aan de drukte op het werk en de studie die ik had gevolgd. Na mijn geplande vakantie in september zou dat vast beter gaan dacht ik eerder, nu twijfelde ik daaraan. Dat er wel iets moest gaan veranderen was inmiddels wel duidelijk, maar de schok was ook heel groot. Omdat ik mijn werkgever vanaf het begin in het proces wilde meenemen, heb ik mijn leidinggevende ingelicht en contact gezocht met de bedrijfsarts. Ik wilde graag hulp vragen bij het vervolgtraject.

Onze vakantie in september naar Canada en Amerika (Pacific Northwest) kon niet op een beter moment komen. Na dit nieuws was het fijn om even alleen te zijn met mijn gedachten en na te denken over “hoe nu verder”. Ik had even tijd nodig om het nieuws te verwerken. Ik was bang voor de toekomst. Ik wil niet “geparkeerd” worden op een functie die misschien wel handig is met mijn slechte oren, maar verder helemaal niet bij me past. Ik ben ambitieus. En ik ben veel meer dan alleen een beperking, ik ben een mens met een persoonlijkheid die veel verder gaat dan mijn handicap. Maar ook na een maand vakantie had ik natuurlijk de antwoorden niet paraat en het verwerkingsproces was nog in volle gang. Ik was verdrietig en boos tegelijk.

Ik ging in gesprek met de bedrijfsarts en de maatschappelijk werkster en tegelijkertijd ging ik aan de slag met de audicien om de beste combinatie gehoorapparaten te zoeken en me te oriënteren op andere beschikbare hulpmiddelen. De vervanging van de gehoorapparaatjes was de eerste prioriteit. Het duurt altijd een behoorlijke tijd van uitproberen en testen tot de beste combinatie is gevonden, ik heb wel 6 verschillende merken en types geprobeerd, steeds voor een aantal weken. Uiteindelijk ben ik uitgekomen op digitale toestellen die de analoge techniek kunnen nabootsen. Zo had ik toch nog een beetje mijn vertrouwde geluid en kon ik in kleine stapjes van gewenning overschakelen naar de nieuwe techniek door mijn apparaten anders in te stellen. Althans, dat was het plan, maar tegen het advies van de audioloog in heb ik de aanpassing uitgesteld. Het hele gedoe rondom onze kinderwens vrat ook enorm veel energie, en ik wilde even geen polonaise aan mijn lijf. Later zien we wel verder! Dat ik door de werkelijkheid zou worden ingehaald wist ik toen nog niet.

Zo uitgerust als ik was na de vakantie, zes weken na terugkomst was daar niets meer van over. Ik was doodop! Ik werd ook nog behoorlijk ziek in november, een serieuze luchtweginfectie, en ik besloot in overleg met de maatschappelijk werkster in het VU om daarna niet gelijk 100% aan het werk te gaan. Ik heb het opgebouwd in een paar weken met halve dagen en ben daarna blijven steken op 3 dagen werken en 1,5 dag ziek. Verder opbouwen lukte niet, omdat de oververmoeidheid steeds op de loer lag. In 2004 had ik een enorme burn-out ervaren, en ik wist dus ook dat ik voorzichtig moest zijn met mijn gezondheid om te voorkomen dat het nog eens zou gebeuren. Op verzoek van de bedrijfsarts en de maatschappelijk werkster werd door het Expertisecentrum Gehoor en Arbeid van de polikliniek Mens en Arbeid (een multidisciplinair onderzoekscentrum in samenwerking van verschillende universitaire ziekenhuizen) een uitgebreid arbo-audiologisch onderzoek gedaan naar mijn belastbaarheid. Ook is hen advies gevraagd over hulpmiddelen en aanpassingen om het werk beter te kunnen uitvoeren.

Nooit eerder ben ik door een test zo geconfronteerd met mijn eigen beperking. Ik raakte gefrustreerd, boos en verdrietig tegelijk. Nooit eerder had ik ook dit soort testen meegemaakt, ik wist niet eens dat ze bestaan. Het was overduidelijk hoe slecht ik kan communiceren in groepen, zelfs met hoorapparaten. Ik schrok er enorm van. Ik werd overspoeld door emoties, boos en verdrietig tegelijkertijd, ik voelde zelfs agressie opkomen en wilde de onderzoeks-stoel wel door het raam naar buiten gooien.

Naast een middag vol testen had ik ook een afsluitend gesprek met een multidisciplinair team bestaande uit een arbo-arts, een psycholoog en een audioloog. Ik kon het zien aankomen, maar toch schrok ik opnieuw van hun conclusie: volgens hen ben ik aangewezen op werk waarin ik niet hoef te communiceren in groepen. Vergaderen is uit den boze. Zij adviseerden een tweeledig traject: op korte termijn op zoek naar hulpmiddelen om te kunnen blijven functioneren. Maar voor hen was duidelijk dat het voor de lange termijn geen oplossing zou blijven, ze adviseerden daarvoor ook een loopbaanoriëntatie onder begeleiding van GGMD, een organisatie die is gespecialiseerd in de ondersteuning van mensen met een auditieve beperking.

Daar ben ik mee gestart in het voorjaar van 2009 en dat traject heeft geduurd tot februari 2010. We zijn niet uitgegaan van mogelijkheden en onmogelijkheden, maar vooral ben ik gaan uitzoeken wat bij me past. In die periode heb ik wel veel onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van een eigen bedrijf op basis van een idee dat ik had, maar daarvan kwam ik uiteindelijk tot de conclusie dat het niet levensvatbaar was. Als ik nu terugkijk op het traject, denk ik dat er verschillende redenen zijn waarom dit traject niet een duidelijke conclusie heeft opgeleverd. De belangrijkste: ik was er nog niet klaar voor. Ik was nog volop bezig met het rouwproces, wilde nog niet opgeven, en was vooral op zoek naar mogelijkheden om te kunnen blijven doen wat ik deed, of nog meer. Acceptatie is het codewoord, maar dat klinkt veel eenvoudiger dan het voor mij is.

Naast het loopbaantraject zijn er ook hulpmiddelen aangevraagd bij het UWV om me te helpen gemakkelijker mijn functie te kunnen uitoefenen. Na aanschaf moest tevens blijken of mijn functie met hulpmiddelen niet toch passend gemaakt kan worden. Het heeft een behoorlijke tijd gekost om het te regelen bij het UWV maar in augustus 2009 werden ze eindelijk goedgekeurd. Ik kreeg een loopset alias draadlus (draagbare ringleiding) om gemakkelijker te kunnen telefoneren met de vaste telefoon en ik kreeg de beschikking over een budget voor tolkuren, waarmee ik af en toe een schrijftolk kan inhuren voor vergaderingen. De schrijftolk schrijft mee tijdens de vergadering en
notuleert letterlijk alles (90%) dat wordt gezegd in het overleg, op een laptop kan ik meelezen. Ook kreeg ik toestemming om een vergaderset met microfoontjes aan te schaffen waarmee ik beter zou kunnen verstaan in vergaderingen, deze set werd geleverd in oktober 2009.

Tot en met december 2009 heb ik de hulpmiddelen gebruikt en ermee geëxperimenteerd. Mijn conclusie: de schrijftolk en de loopset werken beiden heel goed. Toch is telefoneren nog steeds heel lastig, ook met een draadlus. Ik kan nu wel beide oren gebruiken, maar ik mis nog steeds de mogelijkheid om spraak af te zien. Vergaderingen met een schrijftolk gaan wel heel goed, ik kan tussen de 80 en 90% volgen van alles dat wordt gezegd, zonder tolk lukt dat slechts voor 30 tot 40%. Daarnaast kost het ook minder energie voor mij dan wanneer ik alles met luisteren en spraakafzien moet doen. Nadeel is echter dat een schrijftolk slechts heel beperkt wordt vergoed door het UWV, ik had het maximale budget gekregen van ongeveer 5 uur per week, maar dat is bij lange na niet voldoende voor alle vergaderingen en overleggen die ik in mijn functie had. De vergaderset echter droeg weinig bij aan ondersteuning, die gebruikte ik dan ook slechts heel sporadisch.

Op 29 oktober 2009 heb ik op verzoek van de bedrijfsarts samen met mijn loopbaancoach opnieuw een gesprek gehad met de psycholoog en de bedrijfsarts uit het multidisciplinaire team van Expertisecentrum Gehoor en Arbeid van de polikliniek Mens en Arbeid. Inzet van dat gesprek was te onderzoeken of het mogelijk is om een uitspraak te doen over mijn belastbaarheid in de vorm van een soort wiskundige formule. Dat bleek niet mogelijk, het is moeilijk te zeggen wat mijn belastbaarheid is in termen van aantal uren communicatie met en zonder schrijftolk, in kleine of grote groepen, of zelfs 1- op-1. De exacte consequenties zijn dan ook heel moeilijk absoluut te maken.

Het advies van het expertisecentrum bleef onveranderd: het is niet verstandig om een functie uit te oefenen waarin het vergaderen veel voorkomt, dat blijft –ook met gebruik van de aangeschafte hulpmiddelen– in verhouding tot goedhorenden veel meer energie kosten. De vergelijking die zij hanteren is dat elk uur overleg voor een goedhorende minstens 2 uur energie kost voor een slechthorende. Een functie met 20 uur overleg zou voor mij dus al een volle werkweek zijn. In de functie van Manager Bedrijfsvoering had ik gemiddeld tussen de 24 en 30 uur overleg per week. Het werd inmiddels langzaam duidelijk dat dat niet meer lukt, ook voor mij.

Na een heel drukke periode op mijn werk in december 2009 en januari 2010, waarin ik veel meer heb gewerkt dan 24 uur per week merkte ik eind januari dat mijn reserves die ik had opgebouwd al heel snel weer op waren. Een periode die qua belasting toch al anders was dan normaal, omdat ik mijn agenda voor een groot deel had leeggeveegd om de deadlines rondom de jaarrekening te kunnen halen. Na die periode was ik doodop en erg moe, en liep duidelijk tegen mijn grenzen op. Ik heb terug geschakeld naar 24 uur, om te kunnen herstellen en dat lukte gelukkig goed. Toen ik een paar weken de werkuren in acht heb genomen knapte ik erg op. Tegelijkertijd drong zich het besef op dat ik de functie dus niet meer aankon. Mijn reserves zijn te snel leeg, zelfs in een periode waarin ik beduidend minder overleg heb gevoerd omdat ik mijn agenda schoonveegde voor andere activiteiten. Ik merkte dat ik in 24 uur mijn functie niet kon uitvoeren, ik was niet meer in control en er kwamen veel verantwoordelijkheden tussen wal en schip terecht.

Dat was het moment waarop ik me realiseerde dat ik mijn gevecht moest stoppen en moest toegeven dat ik het fysiek niet meer kan. Dat besef raakte me enorm en maakte me erg emotioneel, het voelde als capituleren en falen. Tijdens een gesprek met mijn leidinggevende in februari heb ik dat hardop uitgesproken en samen met hem afgesproken dat dit voor mij het einde zou zijn als Manager Bedrijfsvoering.

Een moedig besluit, althans volgens de mening van velen anderen, voor mij voelde het vooral als onvermijdelijk en noodzakelijk. Stoppen met vechten en ruimte maken voor nieuwe dingen, dat werd mijn nieuwe doel. Willen is niet meer genoeg om te kunnen, het roer moet om. Het inzicht was er, acceptatie was de volgende stap.

Deel 2 van dit proces volgt morgen!