Posts tonen met het label Slechthorendheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Slechthorendheid. Alle posts tonen

dinsdag 15 november 2011

Als een ander het kan, kan ik het ook!

De tijd vliegt voorbij, er is weer veel gebeurd de afgelopen weken. Dat ik mijn neus hier niet heb laten zien heeft te maken met een dipje. Nou ja, dat verkleinwoord kan eigenlijk wel achterwege blijven, je kunt wel spreken van een grote dip. En wat gebeurt er als ik in een dip zit? Juist ja, dan duik ik even onder. Ik trek me terug in mezelf, en aan schrijven moet ik dan even niet denken. Hoewel het juist dan ook een goede therapie kan zijn, maar ik had er gewoon de energie niet voor.

De procedure bij het UWV is nu volledig afgerond. Ik heb de rapportage ontvangen van het arbeidsdeskundig onderzoek, het gesprek dat ik had op 10 oktober, en ook de zogenaamde formele beschikking heb ik nu gekregen. Ik begrijp daaruit dat ik voor 78,2% arbeidsongeschikt wordt verklaard. Dit percentage vind ik wel een beetje zuur, omdat het net onder de 80% zit. En dat heeft grote consequenties. Niet in eerste instantie voor de uitkering van het UWV zelf, maar wel voor de aanvulling van de uitkering uit de WIA-hiaat- en excedent-verzekering. Na het ontvangen van de rapportage had ik een telefonisch gesprek met een tussenpersoon die deze verzekering voor mijn werkgever beheert, en die heeft de consequenties van deze beslissing aan mij uitgelegd. En die zijn niet misselijk!

Vanaf mijn ontslag en de eerste Wia uitkering zal mijn inkomen zakken naar ongeveer 55% van mijn oude salaris. En dat terwijl de kosten alleen maar stijgen, want ik moet me immers nog wel verplaatsen en heb geen leaseauto meer, die kosten voor openbaar vervoer komen vanaf dat moment voor eigen rekening. Net als de kosten voor telefoon. En dan niet te vergeten dat het huis ook nog duurder wordt, want de belastingteruggave van de betaalde hypotheekrente gaat fors naar beneden. We moeten dus behoorlijk de broekriem gaan aanhalen, een forse bezuiniging is noodzakelijk om het hoofd boven water te kunnen blijven houden.

Zodra ik in staat ben om zelf inkomen te verdienen zal het misschien iets beter worden, maar dan moet ik niet teveel gaan verdienen want dan moet ik de uitkering helemaal inleveren, en dan stopt ook de aanvullende uitkering vanuit de verzekering. Als ik erin slaag om 10% tot 20% van mijn inkomen nog zelf te verdienen, mag ik daarvan een groot gedeelte zelf houden. Maar ja, dan moet je wel iets vinden dat past bij de mogelijkheden natuurlijk. En koekjes inpakken is nu niet echt mijn droombaan.

Zou ik echter wel 80% arbeidsongeschikt zijn verklaard, dan zou mijn aanvullende verzekering veel meer bijdragen, en zou mijn inkomen slechts terugzakken tot ongeveer 70-75%, dat scheelt dus bijna 20%. Best zuur dus, zeker nu een nieuwe baan nog niet in het verschiet zit, dat wordt een flinke uitdaging. Ik ben er wel van geschrokken. Dat ik de helft van inkomen ga missen had ik nooit verwacht. Ik ging er zelf namelijk vanuit dat ik met de aanvullende verzekering nog altijd zo'n 70% van mijn inkomen zou krijgen, dat scheelt wel een slok op een borrel. Mijn grootste zorg was altijd dat ik maar boven die 35% zou uitkomen, daar zit ik nu evenwel ruim boven, maar daarmee is mijn inkomen dus nog niet zeker gesteld blijkt nu.

We moeten ons uitgavenpatroon dus fors bijstellen. Alle niet noodzakelijke uitgaven zijn inmiddels gestopt, abonnementen opgezegd, loterijen verminderd en ook de hulp in de huishouding hebben we met onmiddellijke ingang opgezegd. Op de vaste lasten is niet zoveel te halen, dus we zullen het vooral van alle andere uitgaven moeten hebben. Boeken, verzorgingsproducten, kleding, boodschappen. Ach, het is een aanpassing, maar als anderen met veel minder kunnen rondkomen, waarom zouden wij dat dan niet kunnen? En daar slaat de titel van dit blog dus op.

Het is jarenlang een van mijn lijfspreuken geweest, die uitspraak uit de titel, eigenlijk is mijn hele carrièreladder hierop gestoeld. Ik liet me nooit uit het veld slaan door iets dat ik niet wist, niet kende, of niet kon. Er is altijd iemand die het wel weet, en daarvan kan ik het leren. Wat een ander kan, kan ik ook. Maar nu gaat het niet meer over carriére maken, nu moeten we een stap terug doen, een behoorlijk stap welteverstaan. En eigenlijk geldt daarvoor precies hetzelfde. Wij zijn niet de enigen, met ons zijn er velen die de eindjes aan elkaar moeten knopen. Als zij het kunnen, kunnen wij dat toch ook? En zo maak ik er maar een sport van om te gaan leren zo zuinig mogelijk te leven en toch nog te proberen geld over te houden voor leuke dingen. Want dat we een flinke stap terug moeten doen is nu wel echt duidelijk.

Ongeveer tegelijk met de gesprekken bij het UWV over de WIA, zag ik een leuke vacature bij mijn huidige werkgever. Een heel stuk beneden mijn oude niveau, maar inhoudelijk wel erg leuk en naar mijn verwachting ook passend bij mijn mogelijkheden. Wel op een ander vakgebied, maar inhoudelijk werd er veel expertise gevraagd op het gebied van leiderschapsontwikkeling en verandermanagement, laten dat nu gebieden zijn waarop ik veel ervaring heb. Ik heb dus gesolliciteerd, maar tot mijn verbazing werd ik afgewezen. Omdat ik niet de juiste opleiding en achtergrond heb, en omdat ik communicatief beperkt ben in groepen. En daarover was ik misschien nog wel het meest teleurgesteld, de afwijzing kwam heel hard aan bij mij. Ik zag mogelijkheden om de functie passend te maken, samen met 7 andere collega's op die afdeling, maar ik ondervond weinig bereidheid om dat te onderzoeken.

Mijn zelfvertrouwen liep een flinke deuk op, want als mijn eigen werkgever al niet bereid is om mij een kans te geven, wie anders gaat dat dan doen? Bij mijn werkgever kennen ze me als geen ander, kennen ze ook mijn kwaliteiten en weten ze wat ik waard ben. Toen ik vorig jaar mijn functie moest neerleggen, uit eigen beweging overigens, waren de complimenten niet van de lucht. Ik werd eronder bedolven en uit veel hoeken kreeg ik de opmerking dat iedereen hoopte dat ik toch nog kon blijven werken voor mijn werkgever, omdat ik zo waardevol was. "Was" ja, want nu puntje bij paaltje komt wordt daarvan dus niets waargemaakt. Bij vertrek wordt je bewierrookt, maar daarna word je blijkbaar al snel een lastpost waarvan men liever afscheid neemt. En zo geschiedde dus. Momenteel zit ik midden in de onderhandeling om mijn dienstverband te beëindigen. Ik heb weinig keus daarin, want als ze een vergunning aanvragen bij het UWV krijgen ze die ook wel. Ik zou misschien wel dwars voor de deur kunnen gaan liggen, maar wat schiet ik daarmee op? Alleen een slechte relatie, ik word er zelf beslist niet gelukkiger van als ze me toch niet willen houden. Ik slik dus maar, en probeer intussen nog wel met een mooie regeling te mogen vertrekken, zodat ik nog wat geld krijg om te investeren in een toekomstige opleiding.

Maar gemakkelijk is het niet. Ik voelde me waardeloos. Alsof mijn kwaliteiten niets meer waard zijn. Ik mag dan nog wel een heel stel kwaliteiten hebben, wat is het waard als niemand die wil gebruiken? Wie zit er nog te wachten op een uitgerangeerde manager die een boel beperkingen meebrengt? De tranen zaten hoog de afgelopen weken, de emoties zaten diep, en mijn zelfvertrouwen verdween als sneeuw voor de zon.

Maar gelukkig klim ik nu weer uit het dal, ik voel de energie weer terugkomen en het zelfvertrouwen groeit met kleine beetjes. Vandaag heb ik mogen ervaren dat er nog steeds mensen zijn die wel zitten te wachten op mijn kwaliteiten, en dat geeft een goed gevoel. Zoals de directeur van de NVVS, de Nederlandse Vereniging van Slechthorenden. Met hem heb ik afgesproken om als een soort adviseur aan de slag te gaan om hem te ondersteunen bij strategische onderwerpen, en daarnaast ga ik ook nog vrijwilligerswerk doen in de vereniging in een commissie. Dat geeft mij een kans om mijn kwaliteiten te mogen blijven inzetten, ik zou niet willen dat ze verstoffen in mijn werkloze periode, en tevens is het goed voor mijn netwerk. Wie weet wat er nog voor mogelijkheden en kansen liggen in de toekomst? In ruil voor mijn diensten heb ik gevraagd om met mij mee te denken hoe ik als ervaringsdeskundige wellicht mijn brood zou kunnen verdienen bij de doelgroep slechthorenden, en daar werd enthousiast op gereageerd. Wie weet wat eruit komt, je moet je kansen namelijk zelf creëren, toch?

Heb ik de afgelopen weken met mijn ziel onder de arm gelopen, nu ga ik weer volop aan de slag. Nieuwe kansen creëren! Ik ga weer netwerkafspraken maken, de gevoerde gesprekken evalueren met mijn consulent bij Van Ede en ik ga weer een korte cursus doen bij Van Ede. Dat gaat me helpen om mijn zelfvertrouwen weer op te krikken naar het oude niveau. En intussen hoop ik dat ik succesvol kan onderhandelen met mijn werkgever over een kleine vertrekpremie om te investeren in een opleiding. Duimen jullie dat dit gaat lukken?

zaterdag 1 oktober 2011

Energiestoring

Bulkte ik twee weken geleden nog van energie in mijn loopbaantraject, nu heb ik last van een storing. Geen orkaan op het niveau van windkracht 12, maar meer windkracht 8 die nu voorbij komt. Wat is er gebeurd?

Woensdag 21 september had ik een afspraak met de arbeidsdeskundige van Werkpad. Mijn werkgever had een herziening aangevraagd van het arbeidsdeskundig onderzoek dat in 2010 is uitgevoerd, omdat ze daarmee willen aantonen aan het UWV dat er echt geen passende functies zijn voor mij. Zeker niet, nu mijn gehoor ook nog eens is verslechterd. Een kwestie van indekken dus, want veel moeite om te zoeken naar een passende oplossing hebben ze niet gedaan. Maar goed, het gesprek met de arbeidsdeskundige ging over mijn situatie en het advies dat hij moest afgeven aan mijn werkgever en daarmee aan het UWV.

De arbeidsdeskundige is een specialist op het gebied van mijn beperking. Ik had hem voor de afspraak mijn laatste testgegevens digitaal doorgestuurd. Hieronder een weergave van mijn audiogram zoals dat er nu uitziet. Een aantal jaren geleden heb ik al eens uitgebreid geschreven over de betekenis van slechthorendheid en mijn achtergrond daarin in deze weblog. Daarin kun je meer uitleg teruglezen over het audiogram, net als de status van toen. Vroeger was mijn gehoor aan beide oren ongeveer gelijk, maar nu is er een groot verschil ontstaan tussen links en rechts, en met name rechts is mijn gehoor erg verslechterd.


























Uiteraard had de arbeidsdeskundige mijn testgegevens uitgebreid bestudeerd. Maar behalve dat, had hij het audiogram ook nog eens voorgelegd aan de audioloog en de directeur van zijn organisatie, beiden experts op dit gebied. Die mensen kennen mij namelijk niet, en hij was benieuwd hoe zij erop zouden reageren. Hij vroeg hen welk persoon zij dachten dat hierachter zat. Hun antwoord: "deze mevrouw zal nauwelijks kunnen spreken, laat staan dat zij kan functioneren in een normale omgeving zoals in werk". Toen vertelde de arbeidsdeskundige over mij: "ik kan met haar een normaal gesprek voeren zoals ik dat met jou heb, ik kan met haar telefoneren en zij werkt al jaren op hoog niveau". Dat konden zij maar moeilijk geloven.

De arbeidsdeskundige vertelde me dat verhaal om duidelijk te maken hoe bijzonder mijn situatie is. Hoe bijzonder het is dat ik nog steeds zo kan functioneren zoals ik doe, daarmee ben ik een heel grote uitzondering. Hij wilde me daarmee niet speciaal maken, maar vooral duidelijk maken dat mijn functioneren wel een enorme inspanning moet vragen. Technisch is het eigenlijk niet mogelijk namelijk. Maar ik doe het maar mooi wel! Inderdaad, het vergt wel een grote inspanning, dat merk ik zelf maar al te goed. Lastig is het, dat de buitenwereld dat helemaal niet door heeft. Die ziet namelijk een "normaal" persoon en merkt van de beperking nauwelijks iets, behalve als de omstandigheden heel slecht worden. Maar hoe hard ik daarvoor moet werken, dat is aan de buitenkant niet zichtbaar. En dat maakt het dus ook een grote valkuil...

Tijdens het gesprek kwam ook mijn loopbaantraject aan de orde, en de opties die ik daarin momenteel onderzoek voor mijn nieuwe toekomst. Zo vertelde ik dus ook over mijn plannen om misschien als adviseur en coach aan de slag te gaan, en dan liefst als zelfstandige. Hij waarschuwde me echter voor een aantal zaken. Zoals: focus je niet teveel op communicatie 1-op-1. Dat gaat nu misschien wel goed, maar hoe lang nog? Met andere woorden: misschien gaat mijn gehoor wel verder achteruit, en dan wordt 1-op-1 communicatie ook steeds moeilijker. Ook moet ik oppassen niet teveel uren met communicatie bezig te zijn, ook al is dat 1-op-1, omdat het nog steeds veel energie vraagt, al gaat het wel gemakkelijker dan een overleg in groepen. Zijn advies was om naast communicatieve activiteiten ook te zorgen voor voldoende bureauwerk, omdat ik daarin kan herstellen en weer energie kan opbouwen. "Hoe ga jij acquisitie doen als zelfstandige?" was ook één van zijn vragen. Telefoneren is namelijk heel moeilijk voor mij, zeker met mensen die mij onbekend zijn. Niet alleen acquisitie is dan moeilijk, überhaupt het aannemen van telefoon is dan heel lastig. Is dat niet een heel grote beperking voor klanten? Weten ze me nog wel te bereiken dan? Of gaan ze op zoek naar iemand die gemakkelijker bereikbaar is?

Verder wist hij me te vertellen dat ik als zelfstandige ook al mijn voorzieningen van het UWV kwijtraak. Zo worden mijn hoorapparaten nu grotendeels vergoed door het UWV, omdat ik zonder hoorapparaten niet kan werken. Digitale apparaten zijn erg duur, en de zorgverzekering vergoedt per apparaat maar een klein deel. Behalve mijn apparaten, die elke 5 jaar moeten worden vervangen, vergoedt het UWV ook andere hulpmiddelen die het mogelijk maken om te werken, zoals een vergaderset met microfoons. En ook heb ik via het UWV een budget voor schrijftolken, die ik kan inzetten bij een overleg. Die voorzieningen raak ik allemaal kwijt als ik zelfstandig zou worden. Volgens het UWV zijn die voorzieningen namelijk bedoeld voor werknemers, en niet voor werkgevers. Als zelfstandige moet ik die dingen dus zelf bekostigen. En dat is best een opgave als beginnend ondernemer natuurlijk. En dat was dus ook een behoorlijke domper voor me. Hoe ga ik dat ooit verdienen als beginnend zelfstandige?

Na het gesprek liep ik dan ook naar buiten met mijn ziel onder de arm. Het gaat me vast nooit lukken, dat was het gevoel dat langzaam bij me naar boven kroop en mijn energie opslokte. Ik werd er verdrietig van, maar ook boos. Boos op de sociale staat van de BV Nederland. Ik heb namelijk de afgelopen 20 jaar als werknemer wel altijd forse premies afgedragen voor al deze voorzieningen, en daar kan ik als zelfstandige dus geen aanspraak meer op maken. Ik heb dus betaald voor al die mensen die zelf geen verantwoordelijkheid namen in die tijd, die zich lieten "pamperen" door de Nederlandse overheid en zich als een slachtoffer gedroegen. Dat ik wellicht als zelfstandige op termijn weer zoveel kan verdienen dat ik geen uitkering van het UWV nodig heb, dat is voor het UWV geen argument om de vergoeding te blijven verstrekken. In hun ogen kan ik beter aan de slag als werknemer. Ik moet dan maar een functie gaan doen waar ik helemaal geen communicatie voor nodig heb. Als dat betekent dat ik daarmee heel weinig kan verdienen, dan krijg ik dus wel een uitkering, terwijl ik die misschien als zelfstandige helemaal niet nodig heb. Hoe dubbel is dat?  

Kortom, de moed is me even in de schoenen gezakt de afgelopen week, al komt die nu wel weer langzaam terug. Ik heb even alle doemscenario's afgewerkt de laatste week, en dat waren er nogal wat. Het gedrag van mijn werkgever helpt daar niet bij. Het indekken tegenover het UWV is daar een voorbeeld van, nog even snel alle documenten op orde maken om aan te tonen dat ze me echt niet kunnen gebruiken. Dat doet toch meer pijn dan ik had gedacht. Ze grijpen daar allerlei argumenten voor aan, dat werd me wel duidelijk in dat gesprek met de arbeidsdeskundige. Jammer! Maar het is niet anders. Ik ben een blok aan hun been, dat had ook anders kunnen zijn in mijn ogen.

Ik ben behoorlijk bang dat ik een groot deel van mijn inkomen kwijt raak, dat het UWV zal oordelen dat ik niet meer dan 35% arbeidsongeschikt ben. Onder de 35% moet ik het inkomensverlies namelijk zelf dekken, en dat is nogal wat. Ik ben hoofdkostwinnaar thuis, en als ik veel inkomen kwijt raak, moeten we wellicht de eindjes aan elkaar gaan knopen. Kunnen we dat wel? Kunnen we het huis wel blijven betalen? Als mijn inkomen daalt, wordt de hypotheekrente-aftrek ook een stuk kleiner, en dus wordt het huis ook nog eens duurder. Als de hypotheek niet meer kunnen ophoesten, wordt het probleem alleen maar groter. We hebben dit huis gekocht vlak voor de crisis, en verkopen zou ons momenteel opzadelen met een restschuld. Op slechte dagen zie ik dan ook een persoonlijk faillissement op ons afkomen.

Ik probeer hard om er niet te diep in weg te zakken. Doemscenario's kosten alleen maar energie, en hoeveel zin heeft het om je zorgen te maken over dingen die mogelijk zouden kunnen gebeuren? Moet ik nu al rekening houden met een verdere achteruitgang van mijn gehoor? Moet ik nu al interen op wat kan gebeuren in de toekomst? Wat blijft er dan nog over van mijn leven nu? Mijn verstand is nu aan het woord, gevoelsmatig liggen er toch wel veel gevaren op de loer die me erg onrustig maken. Ik probeer er vertrouwen in te hebben dat de keuring wel goed gaat, dat de arts realistisch is en dat ik een vangnet heb voor een periode. Dat vangnet is sowieso gelimiteerd en niet oneindig, maar een tijdelijk vangnet is voldoende om er weer bovenop te komen en een nieuwe toekomst op te bouwen. Ik kom er wel, toch?

Ik zou ik niet zijn als ik weer weet op te krabbelen! Het komt vast goed...... Een storm gaat altijd weer voorbij.

woensdag 31 augustus 2011

Korte metten maken met een tomeloze ambitie

Jee, het is eigenlijk wel een saaie bedoening zo hè? Die lange lappen tekst over de belevenissen in de afgelopen jaren. Sorry! Mijn eerste nieuwe post kreeg nog een aantal reacties, maar nu droogt het alweer op. Tja, ik kan het ook wel begrijpen. Maar dit is de laatste etappe in het terugkijken naar mijn loopbaantraject, dan zijn we aanbeland bij het heden. Ik hoop dat jullie het overleven en lekker blijven meelezen hier. Als ik jullie niet meeneem op deze terugblik, kan ik jullie ook niet aanhaken bij de dingen die nog steeds een grote rol spelen op dit moment. En ik wil jullie graag een kijkje geven in hoe ik die dingen beleef, niet alleen een opsomming geven van feiten en beslommeringen.

De laatste 8 maanden ben ik vooral heel druk geweest met het replacement traject bij Van Ede. Van Ede heeft een eigen werkwijze die wel een bepaalde structuur heeft, maar die qua snelheid helemaal is afgestemd op je eigen tempo en op de dingen die je zelf nodig hebt. Grofweg kun je het traject in 2 delen verdelen: de weg naar binnen en de weg naar buiten. Op de weg naar binnen doe je vooral zelfonderzoek om te ontdekken wat jouw aanbod is voor de arbeidsmarkt. De weg naar buiten gaat over het vermarkten van jouw aanbod. Als eerste ga je dus vooral met jezelf aan de slag, maar wel onder begeleiding van professionals van Van Ede. Er wordt in dat traject ook aandacht besteed aan het rouwproces, het loslaten van het oude en je leert jezelf veel beter kennen. Je gaat op zoek naar je talenten, je kracht, je drijfveren en je uniciteit.

Stap één op de weg naar binnen is het schrijven van een gedegen zelfanalyse: een uitgebreide levensbeschrijving van jezelf. Je schrijft aan de hand van een handleiding, waarin de hoofdstukken staan opgesomd met de vragen en onderwerpen die per hoofdstuk aan de orde moeten komen. Je schrijft over je hele levensloop, en alles dat daarin heel bepalend is geweest, dus niet alleen over je werk. Je kunt wel zeggen dat ik er veel werk van heb gemaakt, want ik ben inmiddels recordhoudster bij het kantoor in Amsterdam met een lijzig stuk van maar liefst 155 pagina's, en het was nog niet eens volledig af. Ik ben er in december 2010 aan begonnen en eind januari heb ik er een einde aan gemaakt. Het stuk was toen voor 95% klaar. Normaal gesproken schrijven cliënten die analyse in ongeveer 2 weken, maar het schrijven van een boek kost nu eenmaal meer tijd. In het begin had ik er ook moeite mee om "erin te komen". Ik zat  in een moeilijke periode op het werk -in die functie op de afdeling kwaliteitszorg die niet helemaal lekker liep- waardoor ik moeite had om me te concentreren. Pas toen ik in januari mijn werk had neergelegd bij kwaliteitszorg kwam ik weer lekker op gang. Ik vond weer de broodnodige rust om ermee bezig te zijn en even heb ik me voor 100% geconcentreerd op het schrijven. Het werkte heel therapeutisch voor mij om mezelf eens stevig onder de loep te nemen. Ik heb veel nieuwe inzichten opgedaan en veel gebeurtenissen uit het verleden in een ander licht kunnen bekijken.

Na afronding van de zelfanalyse in januari heb ik bij Van Ede twee workshops gevolgd: een introductie en "aan de slag". De eerste is een kennismaking met de onderdelen van het traject dat je aflegt, de tweede is een creatieve dag rondom verschillende thema's die als doel heeft om je linker hersenhelft meer aan te spreken en los te komen van oude denkpatronen. Het leuke aan de groepsbijeenkomsten is dat je allemaal mensen treft die in een vergelijkbaar schuitje zitten, al is dat om verschillende redenen. Je ontdekt dat eigenlijk niemand zielig is. Sterker nog, we hebben met z'n allen een grote kans gekregen om een uitgebreid traject te volgen dat ons gaat helpen op weg naar een nieuwe toekomst. Niet iedereen krijgt zo'n kans!

Februari stond in het teken van gesprekken met een psycholoog over de zelfanalyse, en tevens heb ik een aantal testen gedaan die meer inzicht geven in het profiel. Ook gingen we ruim een week op vakantie naar Rome, om ons 12,5 jarig huwelijksjubileum te vieren, waar we erg van hebben genoten! Onze vakantie-belevenissen  kun je hier teruglezen. Verder had ik eind februari een controleafspraak op het audiologisch centrum voor een nieuwe gehoortest, en de uitslag daarvan was een behoorlijke domper. Mijn gehoor bleek verder verslechterd, en voor het eerst werd duidelijk dat het spraakverstaan ook fors achteruit gaat.

De audioloog adviseerde me om door middel van aanpassing van de instellingen van mijn gehoorapparaten te proberen om het spraakverstaan te verbeteren. Hiervoor zouden we gebruik gaan maken van de digitale techniek van de apparaten om bepaalde geluiden te comprimeren. En zo zie je ook hoe een boemerang kan toeslaan: in 2008 besloot ik om geen gebruik te maken van de digitale technieken om geluiden te comprimeren, want ik kon me nog goed redden met de oude situatie. Maar nu werd ik mooi ingehaald door de werkelijkheid! Compressie van geluid is eigenlijk een sjiek woord voor vervorming van geluid. Geluiden worden gemanipuleerd om zo binnen een bandbreedte te komen die ik nog wel kan opvangen. Maar vervorming betekent ook dat geluiden anders klinken, en daar moet je aan wennen. Afgesproken werd om de aanpassing steeds in kleine stapjes te doen, zodat ik steeds goed kan wennen. Een grote aanpassing ineens zou namelijk een verslechtering tot gevolg hebben, in plaats van een verbetering. Met kleine stapjes worden steeds de grenzen opgezocht van het geluid dat ik nog kan "verdragen" zonder het gevoel te hebben dat alles verandert. De nieuwe instellingen liggen dan nog dicht genoeg bij de oude, maar zijn wel al een stapje in de goede richting. Als ik dan na een paar weken die nieuwe instellingen heb geadopteerd gaan we weer een stapje verder.

Maart luidde ik dus in met een reeks afspraken bij de audicien, die me het komende halfjaar bezig zouden houden. Maar ook mijn loopbaantraject lag niet stil. Zo volgde ik een workshop over LinkedIn, en een uitleg over het gebruik van het sociale netwerk, vooral voor zakelijke toepassingen. Leuk! Ik heb er ontzettend veel van geleerd. En verder ging ik aan de slag met een loopbaanconsulent. Ik kreeg als eerste van hem het handboek uitgereikt dat de afgelopen maanden een dankbare hulp is geweest in het hele traject: Reisgids naar een nieuwe toekomst. In dit boekje staan alle stappen in het traject beschreven met een goede uitleg en veel tips, maar ook de bijbehorende verwachtingen aan jou. Vooral nu merk ik dat ik er nog regelmatig op terugval. Verder maakte ik met mijn consulent de afspraak dat ik na elk gesprek een reflectieverslag zou maken, en natuurlijk kreeg ik ook na elk gesprek huiswerk mee ter voorbereiding op ons volgende gesprek.

Eind maart startte de driedaagse, een groepstraining die gericht is op visievorming rondom je eigen toekomst. Gedurende 3 dagen, met elk een week ertussen, ga je met een groep aan de slag onder leiding van 2 psychologen. Door middel van allerlei opdrachten en oefeningen krijg je veel feedback en veel informatie die heel behulpzaam is in je verdere traject. Ook moet je tussendoor huiswerk maken en opdrachten doen die weer input leveren voor de groepsbijeenkomsten. Je geeft jezelf behoorlijk bloot, maar daarin ben je niet de enige. En het levert goede feedback op waar je veel aan hebt! Zo ontdekte ik hier mijn belangrijkste gave, maar ook mijn belangrijkste drijfveren. Omdat je tijdens deze bijeenkomsten steeds vanuit je diepste verlangens de oefeningen doet -daar kom je via een vorm van begeleidde meditatie- werd ook duidelijk dat ik nog een heel belangrijk appeltje te schillen had met mezelf: accepteren van mijn beperking. Ik ontdekte dat er diep in mij nog steeds het grote verlangen gloorde om topmanager of directeur te worden van een organisatie, terwijl ik eigenlijk rationeel al lang weet dat dat niet meer tot de mogelijkheden behoort. Ik kán het misschien wel, maar dan vraag ik zoveel van mezelf op het gebied van energie dat ik mezelf voorbij streef en te gronde richt door een burn-out. Ik had nog ergens de hoop dat ik het wel zou kunnen, maar dan in een andere omgeving dan bij mijn huidige werkgever. En als je serieus ruimte wil creëren voor een nieuwe richting, moet je toch wel afscheid nemen van de oude, een rouwproces heet dat. Moeilijk!

De laatste oefening tijdens de driedaagse was het schrijven van een ode aan jezelf, een lofzang. Serieus! En je moest hem nog voordragen ook, met trots. Je moest erin geloven. Ik schreef een prachtige ode aan mezelf, en ik zou er ook graag in willen geloven, maar dat is niet altijd gemakkelijk. Af en toe lees ik hem nog eens terug, soms met een cynische blik, maar soms ook met meer trots. Het werkt als een affirmatie voor me, als ik hem vaak genoeg lees ga ik meer erin geloven. Het leuke is dat het teruglezen van die ode me ook steeds een beetje bevestiging geeft over het feit dat ik op de goede weg ben.

Na de driedaagse werkte ik met mijn consulent verder aan mijn profiel. Het profiel bestaat uit een aantal onderwerpen die je kenmerken in je werk: kernkwaliteiten (met de bijbehorende kernkwadranten van Daniel Ofman), drijfveren, gaven, competenties, ervaring, expertise en ontwikkelpunten. Met het maken van je profiel krijg je langzaam meer zicht op wat jouw aanbod kan zijn op de arbeidsmarkt, en het eindigt dan ook met een opsomming van je zoekrichtingen: de mogelijk nieuwe toekomstrichtingen die je verder gaat onderzoeken. Bovenaan mijn zoekrichting prijkte dus nog steeds die functie van topmanager/directeur, dat appeltje was nog te schillen. Maar daar is het niet bij gebleven. Andere belangrijke zoekrichtingen zijn een 1-op-1 beroep als coach, adviseur of therapeut en schrijfster.

Half mei was het profiel klaar en heb ik nog een paar gesprekken gevoerd met de psycholoog om feedback te krijgen. Daarna was het opnieuw tijd voor vakantie, eerst mijn consulent en in juni ging ik zelf 3,5 week naar Canada en Noordwest Amerika. Tot begin juli heb ik dus even afgeschakeld. Onze belevenissen tijdens deze vakantie zijn hier uitgebreid beschreven.

Na onze vakantie hebben we gelijk mijn eerste zoekrichting beetgepakt: "In welke omgeving en onder welke voorwaarden kan ik nog functioneren als directeur of leidinggevende, zonder op mijn gezondheid in te boeten?" Samen met mijn consulent had ik een afspraak met een arbeidsdeskundige van Werkpad om alle zoekrichtingen te bespreken, met specifieke aandacht voor deze, inclusief mijn ideeën en aannames erover.

Het zal niet geheel toevallig zijn dat we daarbij enigszins werden "geholpen" door de omstandigheden. Vlak na de vakantie en kort voor de genoemde afspraak had ik namelijk een controleafspraak bij de audicien die constateerde dat het met mijn gehoor niet zo heel goed ging. Dat gevoel had ik zelf ook al, tijdens de vakantie heb ik vaak ervaren dat ik in veel situaties niet meer goed zelfstandig kan communiceren. In een bezoekerscentrum van een nationaal park bijvoorbeeld, waar je veel informatie kan vragen aan rangers, is zoveel achtergrondlawaai en geroezemoes dat het voor mij heel moeilijk is om mensen te kunnen verstaan. Tijdens het gesprek adviseerde de audicien om een cochleair implantaat (CI) te overwegen. Een CI is een apparaatje dat in de schedel wordt geplaatst met een operatieve ingreep, en door middel van draadjes wordt verbonden met het slakkenhuis. Je eigen restgehoor wordt daarbij vernietigd. Volgens de audicien was een CI voor mij de beste oplossing, omdat mijn gehoorverlies zo groot is. Wat me echter vooral deed schrikken was haar verhaal over de revalidatie na de operatie: die zou maar liefst 2 jaar in beslag nemen en in die periode zou ik niet kunnen werken. Een implantaat verandert namelijk alle geluiden enorm, en dat maakt dat je na de operatie alles opnieuw moet leren herkennen. Je moet dus ook opnieuw leren verstaan.

Helemaal overstuur kwam ik thuis van die afspraak, ik zag mijn korte-termijn-toekomst helemaal in duigen vallen. Op het audiologisch centrum hadden ze inmiddels ook begrepen dat het nieuws niet goed was aangekomen bij me, en ik werd uitgenodigd voor een uitgebreide reeks testen en een gesprek met de audioloog om de noodzaak van de CI te bespreken en het traject door te nemen. Daar zou uit blijken of ik überhaupt in aanmerking zou komen voor een CI, en ik zou tevens mijn vragen kunnen stellen. Omdat ik zo van slag was, maakten ze heel snel tijd voor me vrij in het academisch ziekenhuis van de VU in Amsterdam, de afdeling waar ook het audiologisch centrum in Hilversum onder valt.


Hoewel "geholpen" misschien niet het goede woord is, heeft deze gebeurtenis wel een grote rol gespeeld in mijn acceptatieproces. De afspraak met de loopbaanconsulent en de adviseur van Werkpad was een aantal dagen voor de afspraak in het VU en tijdens het gesprek werd pijnlijk duidelijk dat ik toch echt korte metten moet maken met mijn ambitie om door te groeien naar topmanager of directeur. Intellectueel gezien zal ik het best kunnen, de vaardigheden heb ik er ook voor, maar de beperking blijft toch danig in de weg zitten. Die vraagt nu eenmaal veel energie op het communicatieve vlak. Ik had zelf de hoop dat ik in een organisatie die zich richt op mijn doelgroep, mensen met een auditieve beperking, een functie op directieniveau zou kunnen vervullen. Maar tijdens het gesprek werd duidelijk dat ook in zo'n rol op communicatief gebied veel van iemand wordt gevraagd. En natuurlijk hebben de medewerkers in zo'n organisatie veel ervaring met doven en slechthorenden, en zullen ze goed kunnen werken met de hulpmiddelen die ik daarbij nodig heb, maar in zo'n functie zullen de contacten veel verder gaan dan alleen intern. Juist ook met andere -vaak politieke- organisaties heb je veel contacten, en dan valt het voordeel van "bekendheid met de materie" alweer weg. Aan het einde van het gesprek viel dan ook het kwartje, hard en pijnlijk, dat het echt niet de goede keuze zou zijn. Ik moet het niet meer willen voor mezelf, ik moet mezelf dat niet aandoen. Ik vraag teveel als ik dat zou gaan doen! Korte metten maken met een tomeloze ambitie is niet gemakkelijk.

Toch lukte het zonder veel tranen te vergieten, ik had er natuurlijk al rekening mee gehouden, ik had nog bevestiging nodig om het besluit definitief te nemen. Eén zoekrichting minder dus! Het alternatief: functies die zich qua communicatie afspelen in 1-op-1 situaties. Daar zou ik me de eerste tijd op gaan focussen.

Een paar dagen na dit gesprek en dat belangrijke besluit toog ik naar het VU ziekenhuis voor de testen en de afspraak met de audioloog. Deze keer brachten de testen goed nieuws: mijn gehoor was weliswaar niet verbeterd, maar het spraakverstaan met behulp van mijn hoorapparaten was wel aanzienlijk verbeterd. Eigenlijk heel goed zelfs! Dat ik zo'n hoge score haal (tussen de 70 en 90%) is uitzonderlijk, dat lukt niet veel anderen die net zo slechthorend zijn als ik. Ik mag blij zijn dat ik kan bogen op zoveel compensatievermogen! De aanpassing van de instelling van mijn apparaten heeft dus zijn vruchten afgeworpen! Wel gek dat ik daar zelf niet zo veel van gemerkt heb, maar dat werd tegengesproken door de audioloog: dat is helemaal niet gek. De testen die in het audiologisch centrum worden namelijk gedaan onder ideale omstandigheden: een geluidsdichte ruimte, duidelijke stemmen met goede articulatie en geen achtergrondlawaai. Onder ideale omstandigheden kan ik me dus heel goed redden met mijn gehoorapparaten en mijn compensatievermogen. In het dagelijks leven echter zijn de omstandigheden verre van ideaal. Veel mensen spreken niet duidelijk, verstoppen zich achter snorren, baarden of handen en er is veel achtergrondlawaai. Dat maakt het al een heel stuk moeilijker! Met gehoorapparaten kun je in zo'n niet-ideale-situatie slechts beperkte verbetering bereiken. Mijn gehoor gaat echter wel degelijk achteruit gaat, en dat merk ik dus des te harder onder niet-ideale-omstandigheden. Mijn besluit om een communicatief minder zwaar beroep te kiezen voor de toekomst is daarmee ook een heel goede.

Een CI kan juist verbetering brengen in ideale omstandigheden, en onder niet-ideale-omstandigheden levert een CI geen enkel voordeel ten opzichte van de huidige techniek in hoorapparaten. Voor mij althans niet, want met gehoorapparaten kan ik me onder ideale omstandigheden al heel goed redden. Een CI zou dus op dit moment maar weinig toevoegen. En ondanks dat ik met mijn gehoorverlies normaal gesproken wel in de doelgroep zou vallen, adviseert de audioloog nu om een operatie uit te stellen. Daarnaast sprak de audioloog het scenario van de audicien tegen: mocht ik wel een CI nodig hebben, dan hoef ik zeker niet te rekenen op een revalidatie van 2 jaar, maar zal ik met mijn ervaring en mijn compensatievermogen al binnen enkele maanden weer aan het werk kunnen. Het duurt wel 2 jaar om het onderste uit de kan te halen, maar zolang hoef ik niet "uitgeschakeld" te zijn. En dat is ook een opluchting. Conclusie is dus: nu nog geen operatie, maar mogelijk op latere leeftijd wel.

En zo zijn we eigenlijk aanbeland in het heden. Er is weer veel gebeurd de afgelopen maanden, maar het heeft me ook weer veel gebracht. Ik weet nu op welke zoekrichtingen ik mij de komende tijd ga richten en ik kan me zonder zorgen over een ingrijpende operatie op die nieuwe toekomst voorbereiden!





zaterdag 20 augustus 2011

Een nieuwe toekomst in voorbereiding

En toen was de kogel door de kerk! Hoewel ik het heel moeilijk vond om te besluiten mijn functie neer te leggen, viel er ook een last van mijn schouders toen het zover was. Het voelde als een opluchting, en tegelijkertijd ontstond er veel onzekerheid en ook wel angst over de toekomst. Wat nu? Je kunt dan wel besluiten dat je een carrière moet stoppen, dat betekent niet dat er gelijk nieuwe kansen en mogelijkheden zijn.

In eerste instantie was ik daar ook nog niet gelijk mee bezig. Van mijn directeur kreeg ik de opdracht  mijn vervanger te werven, en daarnaast werd er iemand aangesteld om het werk van me over te nemen in afwachting van de nieuwe manager. Half mei zouden we op vakantie gaan en tot die tijd concentreerde ik me op de overdracht naar mijn tijdelijke vervanger en op de wervingsprocedure. Mijn verantwoordelijkheden kon ik zo delen en ik werkte langzaam toe naar een einde.

14 mei ging ik op vakantie, mijn vervanger was aangesteld en ingewerkt. Na mijn vakantie zou ik dus niet meer terugkeren in mijn oude functie. De laatste weken voor mijn vakantie waren emotioneel heel zwaar. Ik ging op vakantie, terwijl ik wist dat het daarna niet meer als vanouds zou zijn. De confrontatie daarmee, en het bewustzijn dat het nu echt over was, deden toch nog veel pijn. Bovendien wist ik ook dat ik mijn collega’s, mijn afdeling en ook mijn leidinggevende erg zou missen. Nooit eerder heb ik me op een werkplek zo thuis gevoeld.

Vanaf nu zou mijn carrière dus een wending nemen. Maar welke? Een mogelijke optie die in gesprekken al vaker voorbij kwam was een beroep als adviseur of coach. Ik zag veel bezwaren en redenen waarom ik dat niet leuk zou vinden en waarom het niet bij me zou passen, maar tegelijkertijd is dat ook alleen maar iets dat je zelf kan bedenken. Het zijn dus vooral aannames en vooroordelen. Natuurlijk kun je anderen bevragen over hoe zij een functie ervaren, maar zij zijn mij niet. Wetende dat mijn oude functie na mijn vakantie zou zijn ingenomen door  mijn vervanger en ik zelf nog een tijdje bij mijn werkgever aan de slag zou zijn in afwachting van het traject bij het UWV, heb ik gevraagd of het mogelijk was om in de organisatie, bovenformatief, tijdelijk als adviseur op een strategisch niveau aan de slag te gaan. Een soort van stage dus. Mijn wens was om dat te doen op een afdeling die zich bezighoudt met organisatieontwikkeling. Ik wilde onderzoeken of ik daarin gelukkig zou kunnen zijn?

Op de valreep voor mijn vakantie, mijn laatste werkdag, had ik een gesprek met de manager van de afdeling kwaliteitszorg, nadat ik al eerder had gesproken de bestuurder van dat bedrijfsonderdeel van onze organisatie, over een tijdelijke functie op zijn afdeling. We kwamen overeen dat ik na mijn vakantie op de afdeling kwaliteitszorg aan de slag zou gaan als senior adviseur. Hoewel ik rationeel blij was dat ik dus toch nog iets had om voor terug te komen, kon ik van binnen ook wel janken. Hoe zou het vanaf hier verder lopen? Een periode van onzekerheid lag voor me.

Toen ik terugkwam van vakantie op 14 juni heb ik de laatste puntjes op de spreekwoordelijke “i” gezet op  mijn oude werkplek  op 15 juni ben ik aan de slag gegaan als Sr. Adviseur Kwaliteitszorg. Formeel bleef ik mijn oude functie houden met de bijbehorende arbeidsvoorwaarden, terwijl in de tussentijd het WIA traject zou worden opgestart.

De eerste weken waren heel zwaar, vooral emotioneel. De confrontatie met de gevolgen raakte me enorm, ik had moeite mijn nieuwe plekje te vinden en voelde me erg verloren. Ik liep met mijn ziel onder de arm en voelde me depressief. Na een paar weken veranderde dat gelukkig, tijd heelt toch wel de wonden. Ik kreeg een paar leuke projecten waarvoor ik verantwoordelijk werd, ik leerde nieuwe leuke collega’s kennen en had steeds meer “vrede” met mijn besluit. Tegelijkertijd was ik toch ook erg blij dat ik de kans kreeg om deze functie uit te oefenen, en zo te experimenteren met andere opties.

In het begin ervoer ik dat de nieuwe functie voor mijn energievoorraad een zegen was. Ik had eindelijk weer energie over aan het einde van een werkdag, en dat merkte ik vooral op de dagen dat ik thuis ben. In dat opzicht had ik dus gewonnen en was ik veel informatie rijker. Hoewel het pijn doet om in te leveren, merkte ik dus ook fysiek dat het daadwerkelijk wel iets oplevert. Toch merkte ik ook dat het  best lastig is om je grenzen te respecteren. Ik kreeg het druk met verschillende projecten, had in een periode van verschillende weken weer veel overleg, waardoor ik toch weer langzaam oververmoeid raakte. Een groot winstpunt was wel dat ik dus had ervaren dat het anders kon zijn. Ik hoef niet uitgeput op de bank te belanden na een werkweek, en die wetenschap maakt dat ik het ook niet meer wil accepteren. Het moet echt anders. Anders doen, en dus ook op z’n tijd “nee “ zeggen is toch nog wel heel moeilijk. Een leerpunt dus! Vooral ook omdat je als adviseur geen medewerkers meer hebt aan wie je zaken kunt delegeren. Ik hakte zelf geen knopen meer door, maar was afhankelijk van anderen, en dat werkte stressverhogend voor mij. Ook is een functie als adviseur een heel andere rol dan die van leidinggevende. Ik moest erg wennen aan het feit dat adviezen niet zonder meer worden opgevolgd, en dat je moet leren om de opdrachten te expliciteren voordat je ermee aan de slag gaat. Een ander leerpunt!

Buiten deze nieuwe ervaringen had ik al snel veel moeite met mijn nieuwe leidinggevende. We kregen  allerlei conflicten die vooral ontstonden omdat ik me niet kon verenigen met zijn stijl van leidinggeven. Ik was overigens niet de enige die daar last van had, ook mijn directe collega’s op de afdeling hadden veel problemen met hem. Langzaam hoorde ik in de organisatie veel horrorverhalen over hem, en ik ervaarde ze zelf ook. In oktober heb ik de situatie geëscaleerd toen bleek dat we gewoon niet meer konden samenwerken. Hij verlangde dingen van mij die in strijd waren met mijn eigen integriteit. Ik heb toen gevraagd om een bemiddelaar en de organisatie heeft daarin toegestemd.

Ondanks de hulp van de bemiddelaar zijn er geen verbeteringen opgetreden en na een lange periode van proberen en strijden heb ik begin januari 2011 het besluit genomen om ook die functie neer te leggen. Het was buigen of barsten, als ik zou blijven zou ik daar uiteindelijk aan onderdoor gaan. Ik had het in elk geval geprobeerd, nietwaar? De organisatie was niet bereid de problemen met die manager op te lossen, ondanks dat ik veel medestanders had die precies hetzelfde over hem vertelden. Hij is een groot narcist, en dictator ook, iemand die zelf floreert door anderen kleiner te maken. Ik wist dat ik mijn eigen ruiten ingooide met het besluit om te stoppen als adviseur kwaliteitszorg, want mijn kansen op een andere functie bij mijn werkgever werden daarmee ernstig verkleind. Toch had mijn besluit niet alleen maar te maken met mijn leidinggevende, maar ook met de vervelende interne politiek die ik in de nieuwe omgeving op het hoofdkantoor ervoer en waarmee ik niet goed kon omgaan. Zo anders ook dan de plek waar ik eerst werkte, best bizar dat één organisatie zo anders kan zijn op verschillende locaties. Het maakte mij duidelijk dat het hoofdkantoor in elk geval geen toekomstige plek kon zijn. Ik had enorm veel stress, ik sliep heel slecht en alle energie werd steeds uit me gezogen. Elke ochtend ging ik met grote tegenzin en buikpijn naar het werk, en dat was voor mij genoeg reden om er een punt achter te zetten. Ik wil gelukkig zijn in mijn werk, en dat ging zo niet lukken.

Ondanks dat ik nog steeds aan het werk was, was ik formeel nog steeds ziek omdat ik mijn oude functie niet meer kan uitoefenen. Bij ziekte is er sprake van re-integreren, en in dat kader spreekt de Wet Poortwachter van Spoor 1 en Spoor 2. Spoor 1 heeft betrekking op een re-integratietraject binnen de huidige werkgever, en mijn stageplek was daar een voorbeeld van. Mijn werkgever kon echter niet toezeggen of ik daar een vaste positie kon krijgen. Bovendien was er een grote reorganisatie gaande en er was niet duidelijk of er op termijn elders een functie met vrije formatie (een vacature) beschikbaar zou komen die bij mij zou passen. Hoewel werd uitgesproken dat ze mij graag wilden behouden voor de organisatie, waren ze niet bereid om een functie te creëren voor mij. Overigens zou dat ook niet mijn wens zijn, ik wil niet in een status aparte belanden.

Spoor 1 gaf dus geen duidelijkheid en zekerheid. Toch was ik in augustus 2010 al 20 maanden ziek, die situatie kon dus niet blijven voortduren. Samen met mijn werkgever heb ik daarom afgesproken om naast Spoor 1 ook Spoor 2 op te starten. Spoor 2 is een traject van re-integratie buiten de huidige werkgever. Een soort outplacement dus, of beter gezegd: replacement.  Dat betekent niet dat Spoor 1 definitief is beëindigd, zolang ik met replacement bezig ben, blijft de deur bij mijn huidig werkgever op een kiertje voor het geval er mogelijkheden ontstaan in de toekomst. Onzekerheid en de eisen vanuit de Wet Poortwachter maken het noodzakelijk beide trajecten parallel te laten lopen.

Vanuit de afdeling P&O werden er offertes aangevraagd bij verschillende re-integratiebedrijven, maar in die offertes kon ik mij geheel niet vinden. De aangeboden trajecten passen niet bij mij. Door alle bedrijven werd een aanpak beschreven die maakte dat ik me net een klein kind voelde: je wordt aan het handje genomen door een adviseur die voor jou naar functies zoek en je zelfs introduceert bij toekomstige werkgevers. Dat past misschien bij iemand die niet gewend is om zelf initiatief te nemen, maar ik heb dat absoluut niet nodig. Ik heb wel hulp nodig bij het ontdekken van wat een nieuwe goede richting kan zijn en hoe ik dat kan realiseren. Ik heb daarom voorgesteld om zelf een re-integratiebedrijf uit te zoeken, en daarvoor kreeg ik toestemming.

In augustus en begin september heb ik daarvoor met enkele bedrijven gesproken die ik had gezocht via internet. Ik ben op zoek gegaan naar bedrijven die veel ervaring hebben met hoog opgeleide mensen en een aanpak volgen die bij mij past. Verder heb ik gelet op een goede klik met de adviseurs in de bedrijven. Ik kwam toen uit bij Van Ede & Partners, een bedrijf dat een totaaltraject biedt van een gedegen zelfanalyse tot een goede bestemming, met bestemmingsgarantie zoals ze dat zelf noemen. Al gelijk vanaf het begin had ik een heel goed gevoel bij deze club en bij deze aanpak. Het nadeel was echter dat het wel een heel stuk duurder is dan een gemiddeld re-integratiebureau, maar daar staat wel tegenover dat je een garantie hebt uiteindelijk op een goede plek terecht te komen. Door allerlei interne aangelegenheden heeft de offerte van Van Ede een tijdje in een bureaulade gelegen, maar na een gesprek in november werd alsnog beslist dat ik met het traject mocht starten. Eindelijk! We waren inmiddels alweer 8 maanden verder na het besluit om mijn functie neer te leggen, de klok tikt gewoon door natuurlijk.


Buiten de stage bij kwaliteitszorg en het starten met de replacement bij Van Ede, liep ook mijn ziekteperiode gewoon door. Een werkgever heeft in Nederland de plicht om bij ziekte 2 jaar loon door te betalen en te zoeken naar een oplossing, daarna komt het UWV om de hoek kijken. De periode van 2 jaar ziekte verstreek in december 2010, en in de aanloop naar dat tijdstip werd in september mijn WIA uitkering aangevraagd bij het UWV. Dat is de formele melding van mijn dossier bij het UWV, waarna het UWV gaat beoordelen of ik recht heb op een WIA uitkering. De WIA is in 2006 in de plaats gekomen van de WAO. Verrassend genoeg oordeelde het UWV echter dat mijn werkgever niet voldoende inspanningen heeft verricht op spoor 2 (het traject is te laat gestart) en zij heeft mijn werkgever een loonsanctie opgelegd van een jaar. Ik heb van het UWV vernomen dat ik in die periode van een loonsanctie geen ontslag mag nemen en ook geen andere baan mag accepteren, noch mag mijn werkgever mij ontslaan of een andere (formele) baan aanbieden. We zitten dus in een soort vacuüm waarin we tot elkaar zijn veroordeeld.

Met mijn werkgever heb ik de afspraak dat de het replacement traject geldt als werktijd. Omdat het geen volledige werkweek bedraagt, ben ik nog wel aan de slag in een nieuwe tijdelijke positie als Adviseur Markt, Vastgoed en Innovatie. Concreet houd ik me bezig met een belangrijk project in het kader van de nieuwe Europese regelgeving voor woningcorporaties en de daaruit voortvloeiende veranderingen. Ach, het houdt me van de straat. Inhoudelijk is het interessant, maar niet bijster uitdagend. De meeste tijd gaat toch zitten in het replacement traject waarmee ik nu zo'n 8 maanden bezig ben. In een volgende blog zal ik vertellen over de status van dat traject, en de dingen die ik de afgelopen maanden heb onderzocht en gedaan.

vrijdag 19 augustus 2011

Als willen niet meer genoeg is om te kunnen

In maart 2010 heb ik een belangrijk besluit genomen: ik heb mijn functie als manager bedrijfsvoering bij een grote woningcorporatie neergelegd. Na een traject van lang blijven proberen om toch te kunnen blijven functioneren, met hulpmiddelen, met ondersteuning, kwam ik tot het besef dat ik bezig was met een gevecht tegen de bierkaai. Ik heb een lange weg afgelegd om tot dit besluit te komen, en het ging zeker niet vanzelf. Het begon allemaal in augustus 2008.

Diegenen die hier al langer meelezen of mij persoonlijk kennen weten dat ik ernstig slechthorend ben. In juli 2007 schreef ik er daar al uitgebreid deze blog over. Ongeveer eens per 5 jaar moeten mijn hoorapparaten vervangen worden door nieuwe en dus toog ik in augustus 2008 naar het audiologisch centrum voor een uitgebreide gehoortest. Bij aanschaf van nieuwe apparaten kun je niet zomaar naar een audicien stappen, daarvoor heb je een recept nodig en een uitgebreide gehoortest gaat vooraf aan het recept. Ik had de vervanging al uitgesteld omdat ik er enorm tegenop zag. De techniek gaat namelijk met rasse schreden vooruit, mijn vertrouwde analoge toestellen worden nauwelijks meer gemaakt en nieuwe digitale toestellen domineren de huidige markt. Ooit zou ook ik die overstap moeten maken, maar ik wist ook dat dat niet geruisloos zou gaan en me veel energie zou kosten. Digitale toestellen comprimeren het geluid namelijk, waardoor alles anders klinkt. En dat maakt dat je opnieuw moet wennen aan andere klanken en samenstelling van geluiden. Ik heb in alle jaren veel compensatievermogen opgebouwd, ik heb geleerd het onderste uit de kan te halen met de analoge techniek, en met de komst van de digitale techniek wist ik dat ik daarop in eerste instantie zou moeten inleveren en dat het zeker enkele jaren zou duren voordat ik weer terug zou zijn op mijn oude niveau, als dat al haalbaar zou zijn. En daar zat ik niet bepaald op te wachten.

Door onze verhuizing naar de Randstad in 2005 was ik al heel lang niet meer in een audiologisch centrum geweest. En hoewel ik na de burn-out in 2004 heel goed ben hersteld merkte ik toch dat sommige dingen me steeds lastiger afgingen. Ik kreeg meer moeite met telefoneren en ook communicatie in groepen ging me slechter af voor mijn gevoel. Ik merkte dat ik meer situaties ging vermijden en ik had veel last van vermoeidheid. Ik weet het zelf aan het ouder worden, maar het leek me goed om daar op het audiologisch centrum eens over te praten. Omdat ik ook erg opzag tegen de verandering die nieuwe hoorapparaten tot gevolg zouden hebben, vroeg ik daarom om een uitgebreid gesprek met de audioloog na de gehoortest. En die had nieuws voor me: mijn gehoor was verslechterd! Mijn rechteroor was gedegradeerd van beste oor naar slechtste oor en bij een groot aantal frequenties was het verlies nu zo groot, dat het tot de categorie doof wordt gerekend. Voor het eerst in 37 jaar was het behoorlijk achteruit gegaan, en dat had ik helemaal niet verwacht. 


De audioloog adviseerde me om mijn leven aan te passen, en dan met name mijn werk. Minder werken en vooral minder overleggen in groepen was zijn devies. Daarnaast werd ik aangespoord om meer hulpmiddelen te gaan gebruiken op mijn werk. Ook verwees hij me door naar het maatschappelijk werk van de afdeling audiologie in het VU om me te helpen in dit aanpassingsproces. Je kunt het naïef noemen, maar het nieuws en het bijbehorende advies was een klap in mijn gezicht. Garanties zijn er nooit gegeven, en ergens weet je ook wel dat het altijd slechter kan worden, maar ik had er gewoon niet op gerekend. Ik dacht dat het iedereen zou overkomen, behalve mij.

In de periode daarna vielen een aantal puzzelstukjes op zijn plaats. Ik was al een tijd lang erg moe en had na een werkdag geen energie meer over. Ik weet het aan de drukte op het werk en de studie die ik had gevolgd. Na mijn geplande vakantie in september zou dat vast beter gaan dacht ik eerder, nu twijfelde ik daaraan. Dat er wel iets moest gaan veranderen was inmiddels wel duidelijk, maar de schok was ook heel groot. Omdat ik mijn werkgever vanaf het begin in het proces wilde meenemen, heb ik mijn leidinggevende ingelicht en contact gezocht met de bedrijfsarts. Ik wilde graag hulp vragen bij het vervolgtraject.

Onze vakantie in september naar Canada en Amerika (Pacific Northwest) kon niet op een beter moment komen. Na dit nieuws was het fijn om even alleen te zijn met mijn gedachten en na te denken over “hoe nu verder”. Ik had even tijd nodig om het nieuws te verwerken. Ik was bang voor de toekomst. Ik wil niet “geparkeerd” worden op een functie die misschien wel handig is met mijn slechte oren, maar verder helemaal niet bij me past. Ik ben ambitieus. En ik ben veel meer dan alleen een beperking, ik ben een mens met een persoonlijkheid die veel verder gaat dan mijn handicap. Maar ook na een maand vakantie had ik natuurlijk de antwoorden niet paraat en het verwerkingsproces was nog in volle gang. Ik was verdrietig en boos tegelijk.

Ik ging in gesprek met de bedrijfsarts en de maatschappelijk werkster en tegelijkertijd ging ik aan de slag met de audicien om de beste combinatie gehoorapparaten te zoeken en me te oriënteren op andere beschikbare hulpmiddelen. De vervanging van de gehoorapparaatjes was de eerste prioriteit. Het duurt altijd een behoorlijke tijd van uitproberen en testen tot de beste combinatie is gevonden, ik heb wel 6 verschillende merken en types geprobeerd, steeds voor een aantal weken. Uiteindelijk ben ik uitgekomen op digitale toestellen die de analoge techniek kunnen nabootsen. Zo had ik toch nog een beetje mijn vertrouwde geluid en kon ik in kleine stapjes van gewenning overschakelen naar de nieuwe techniek door mijn apparaten anders in te stellen. Althans, dat was het plan, maar tegen het advies van de audioloog in heb ik de aanpassing uitgesteld. Het hele gedoe rondom onze kinderwens vrat ook enorm veel energie, en ik wilde even geen polonaise aan mijn lijf. Later zien we wel verder! Dat ik door de werkelijkheid zou worden ingehaald wist ik toen nog niet.

Zo uitgerust als ik was na de vakantie, zes weken na terugkomst was daar niets meer van over. Ik was doodop! Ik werd ook nog behoorlijk ziek in november, een serieuze luchtweginfectie, en ik besloot in overleg met de maatschappelijk werkster in het VU om daarna niet gelijk 100% aan het werk te gaan. Ik heb het opgebouwd in een paar weken met halve dagen en ben daarna blijven steken op 3 dagen werken en 1,5 dag ziek. Verder opbouwen lukte niet, omdat de oververmoeidheid steeds op de loer lag. In 2004 had ik een enorme burn-out ervaren, en ik wist dus ook dat ik voorzichtig moest zijn met mijn gezondheid om te voorkomen dat het nog eens zou gebeuren. Op verzoek van de bedrijfsarts en de maatschappelijk werkster werd door het Expertisecentrum Gehoor en Arbeid van de polikliniek Mens en Arbeid (een multidisciplinair onderzoekscentrum in samenwerking van verschillende universitaire ziekenhuizen) een uitgebreid arbo-audiologisch onderzoek gedaan naar mijn belastbaarheid. Ook is hen advies gevraagd over hulpmiddelen en aanpassingen om het werk beter te kunnen uitvoeren.

Nooit eerder ben ik door een test zo geconfronteerd met mijn eigen beperking. Ik raakte gefrustreerd, boos en verdrietig tegelijk. Nooit eerder had ik ook dit soort testen meegemaakt, ik wist niet eens dat ze bestaan. Het was overduidelijk hoe slecht ik kan communiceren in groepen, zelfs met hoorapparaten. Ik schrok er enorm van. Ik werd overspoeld door emoties, boos en verdrietig tegelijkertijd, ik voelde zelfs agressie opkomen en wilde de onderzoeks-stoel wel door het raam naar buiten gooien.

Naast een middag vol testen had ik ook een afsluitend gesprek met een multidisciplinair team bestaande uit een arbo-arts, een psycholoog en een audioloog. Ik kon het zien aankomen, maar toch schrok ik opnieuw van hun conclusie: volgens hen ben ik aangewezen op werk waarin ik niet hoef te communiceren in groepen. Vergaderen is uit den boze. Zij adviseerden een tweeledig traject: op korte termijn op zoek naar hulpmiddelen om te kunnen blijven functioneren. Maar voor hen was duidelijk dat het voor de lange termijn geen oplossing zou blijven, ze adviseerden daarvoor ook een loopbaanoriëntatie onder begeleiding van GGMD, een organisatie die is gespecialiseerd in de ondersteuning van mensen met een auditieve beperking.

Daar ben ik mee gestart in het voorjaar van 2009 en dat traject heeft geduurd tot februari 2010. We zijn niet uitgegaan van mogelijkheden en onmogelijkheden, maar vooral ben ik gaan uitzoeken wat bij me past. In die periode heb ik wel veel onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van een eigen bedrijf op basis van een idee dat ik had, maar daarvan kwam ik uiteindelijk tot de conclusie dat het niet levensvatbaar was. Als ik nu terugkijk op het traject, denk ik dat er verschillende redenen zijn waarom dit traject niet een duidelijke conclusie heeft opgeleverd. De belangrijkste: ik was er nog niet klaar voor. Ik was nog volop bezig met het rouwproces, wilde nog niet opgeven, en was vooral op zoek naar mogelijkheden om te kunnen blijven doen wat ik deed, of nog meer. Acceptatie is het codewoord, maar dat klinkt veel eenvoudiger dan het voor mij is.

Naast het loopbaantraject zijn er ook hulpmiddelen aangevraagd bij het UWV om me te helpen gemakkelijker mijn functie te kunnen uitoefenen. Na aanschaf moest tevens blijken of mijn functie met hulpmiddelen niet toch passend gemaakt kan worden. Het heeft een behoorlijke tijd gekost om het te regelen bij het UWV maar in augustus 2009 werden ze eindelijk goedgekeurd. Ik kreeg een loopset alias draadlus (draagbare ringleiding) om gemakkelijker te kunnen telefoneren met de vaste telefoon en ik kreeg de beschikking over een budget voor tolkuren, waarmee ik af en toe een schrijftolk kan inhuren voor vergaderingen. De schrijftolk schrijft mee tijdens de vergadering en
notuleert letterlijk alles (90%) dat wordt gezegd in het overleg, op een laptop kan ik meelezen. Ook kreeg ik toestemming om een vergaderset met microfoontjes aan te schaffen waarmee ik beter zou kunnen verstaan in vergaderingen, deze set werd geleverd in oktober 2009.

Tot en met december 2009 heb ik de hulpmiddelen gebruikt en ermee geëxperimenteerd. Mijn conclusie: de schrijftolk en de loopset werken beiden heel goed. Toch is telefoneren nog steeds heel lastig, ook met een draadlus. Ik kan nu wel beide oren gebruiken, maar ik mis nog steeds de mogelijkheid om spraak af te zien. Vergaderingen met een schrijftolk gaan wel heel goed, ik kan tussen de 80 en 90% volgen van alles dat wordt gezegd, zonder tolk lukt dat slechts voor 30 tot 40%. Daarnaast kost het ook minder energie voor mij dan wanneer ik alles met luisteren en spraakafzien moet doen. Nadeel is echter dat een schrijftolk slechts heel beperkt wordt vergoed door het UWV, ik had het maximale budget gekregen van ongeveer 5 uur per week, maar dat is bij lange na niet voldoende voor alle vergaderingen en overleggen die ik in mijn functie had. De vergaderset echter droeg weinig bij aan ondersteuning, die gebruikte ik dan ook slechts heel sporadisch.

Op 29 oktober 2009 heb ik op verzoek van de bedrijfsarts samen met mijn loopbaancoach opnieuw een gesprek gehad met de psycholoog en de bedrijfsarts uit het multidisciplinaire team van Expertisecentrum Gehoor en Arbeid van de polikliniek Mens en Arbeid. Inzet van dat gesprek was te onderzoeken of het mogelijk is om een uitspraak te doen over mijn belastbaarheid in de vorm van een soort wiskundige formule. Dat bleek niet mogelijk, het is moeilijk te zeggen wat mijn belastbaarheid is in termen van aantal uren communicatie met en zonder schrijftolk, in kleine of grote groepen, of zelfs 1- op-1. De exacte consequenties zijn dan ook heel moeilijk absoluut te maken.

Het advies van het expertisecentrum bleef onveranderd: het is niet verstandig om een functie uit te oefenen waarin het vergaderen veel voorkomt, dat blijft –ook met gebruik van de aangeschafte hulpmiddelen– in verhouding tot goedhorenden veel meer energie kosten. De vergelijking die zij hanteren is dat elk uur overleg voor een goedhorende minstens 2 uur energie kost voor een slechthorende. Een functie met 20 uur overleg zou voor mij dus al een volle werkweek zijn. In de functie van Manager Bedrijfsvoering had ik gemiddeld tussen de 24 en 30 uur overleg per week. Het werd inmiddels langzaam duidelijk dat dat niet meer lukt, ook voor mij.

Na een heel drukke periode op mijn werk in december 2009 en januari 2010, waarin ik veel meer heb gewerkt dan 24 uur per week merkte ik eind januari dat mijn reserves die ik had opgebouwd al heel snel weer op waren. Een periode die qua belasting toch al anders was dan normaal, omdat ik mijn agenda voor een groot deel had leeggeveegd om de deadlines rondom de jaarrekening te kunnen halen. Na die periode was ik doodop en erg moe, en liep duidelijk tegen mijn grenzen op. Ik heb terug geschakeld naar 24 uur, om te kunnen herstellen en dat lukte gelukkig goed. Toen ik een paar weken de werkuren in acht heb genomen knapte ik erg op. Tegelijkertijd drong zich het besef op dat ik de functie dus niet meer aankon. Mijn reserves zijn te snel leeg, zelfs in een periode waarin ik beduidend minder overleg heb gevoerd omdat ik mijn agenda schoonveegde voor andere activiteiten. Ik merkte dat ik in 24 uur mijn functie niet kon uitvoeren, ik was niet meer in control en er kwamen veel verantwoordelijkheden tussen wal en schip terecht.

Dat was het moment waarop ik me realiseerde dat ik mijn gevecht moest stoppen en moest toegeven dat ik het fysiek niet meer kan. Dat besef raakte me enorm en maakte me erg emotioneel, het voelde als capituleren en falen. Tijdens een gesprek met mijn leidinggevende in februari heb ik dat hardop uitgesproken en samen met hem afgesproken dat dit voor mij het einde zou zijn als Manager Bedrijfsvoering.

Een moedig besluit, althans volgens de mening van velen anderen, voor mij voelde het vooral als onvermijdelijk en noodzakelijk. Stoppen met vechten en ruimte maken voor nieuwe dingen, dat werd mijn nieuwe doel. Willen is niet meer genoeg om te kunnen, het roer moet om. Het inzicht was er, acceptatie was de volgende stap.

Deel 2 van dit proces volgt morgen!

dinsdag 31 juli 2007

Slechthorend zijn, wat betekent dat?

Voor mensen in mijn directe omgeving is het geen nieuws dat ik slechthorend ben. Ze kennen me niet anders. Eigenlijk weet ik zelf ook niet beter, ik ben ermee opgegroeid. Als ik in contact kom met nieuwe mensen, zowel op mijn werk als in mijn privéleven, vertel ik het ook meestal. Zoiets als “Ik ben slechthorend, ik draag aan allebei mijn oren een gehoorapparaatje, en daardoor heb ik soms moeite met verstaan. Het helpt me als je in mijn richting kijkt, als ik je kan aankijken en daardoor kan liplezen”. Maar vaak verdwijnt het al snel weer naar de achtergrond, want er zijn maar weinig mensen die het merken. “Het zal wel meevallen, want ik kan prima met haar communiceren”. Je ziet het ook niet echt, ik praat niet heel anders, en in een 1 op 1 gesprek gaat het best goed. Niets aan de hand dus!

Nou, niets is minder waar……… Hoewel ik heel goed kan leven met mijn handicap, vergt dat wel heel veel energie en inzet. Het gaat beslist niet vanzelf, ik moet er hard voor werken, al is dat niet zichtbaar. Maar wat moet ik er dan voor doen? Wat betekent het dan? Wat doet het met mij? Hoe is het ontstaan? Hoe is het ontdekt? Dat wil ik jullie graag uitleggen en daarvoor maak ik even een sprong naar het verleden.

Ontdekking
Ik was 5 jaar oud toen mijn ouders ontdekten dat ik slechthorend was, maar dat is niet zonder slag of stoot gegaan. Toen ik 3 was ging ik net als iedereen naar de kleuterschool en in de eerste kleuterklas had ik een heel lieve juf, juf Angela. Nadat ze mij had leren kennen in de klas klopte zij bij mijn ouders aan met de vraag of zij mij wilden laten testen op mijn gehoor, want zij had het idee dat daar iets mis mee was. Ik wilde namelijk altijd bij haar op schoot zitten als ze een verhaaltje vertelde (zodat ik kon meekijken), ik hing altijd aan haar lippen en ik wilde altijd bij haar in de buurt zijn. Ik reageerde soms niet als er iets werd gezegd en zij had een voorgevoel. In eerste instantie wuifden mijn ouders dat weg, zij geloofden niet dat er iets aan de hand was. Ik was toch net als ieder ander kind? Ik was gewoon erg aanhankelijk, en ja ik luisterde wel eens niet. Ieder kind luistert wel eens niet, dat is gewoon een kwestie van niet willen horen, het zogenaamd Oost-Indisch doof zijn zoals dat bij ons thuis werd genoemd. Mijn ouders merkten niet echt dat ik heel anders was. Ik reageerde namelijk op heel veel dingen wel!

Ik was gewoon wat langzamer in mijn taalontwikkeling, dachten ze toen. Het had mij namelijk wel een heleboel moeite gekost om goed te leren praten, maar gelukkig had ik mijn oma. Mijn oma en ik waren onafscheidelijk. Vijf maanden na mijn geboorte overleed namelijk mijn opa en ik was het nieuwe tijdverdrijf voor mijn oma. Zij was altijd met mij bezig, ik was op een bepaalde manier haar therapeut. Zij praatte altijd tegen mij. Ook leerde zij mij alles! Toen ik begon te praten en bijvoorbeeld pater zei, in plaats van water, liet zij mij voelen aan mijn gezicht en aan haar gezicht wat het verschil was. Met heel veel geduld leerde ze mij praten, zonder dat iemand door had wat er aan de hand was. Ik was gewoon wat minder intelligent was de veronderstelling……. Het tegengestelde bleek pas veel later.

De directrice van de kleuterschool hield vol, overtuigd door de kleuterjuf uit de eerste klas, en zij wist mijn ouders te overtuigen om me toch te laten testen. Ik was inmiddels bijna 5 jaar oud. In eerste instantie werd ik getest door de KNO-arts (daar kwam ik toch al wekelijks vanwege mijn astma). Toen daar bleek dat er mogelijk toch een probleem was, weten ze dit in eerste instantie aan mijn astma. Ik werd bestraald om zo alle kanalen zoveel mogelijk open te houden en het probleem op te lossen. Toen de school bleef volhouden en mijn ouders in gesprek raakten met een nieuwe KNO arts werd ik doorgestuurd naar het audiologisch centrum voor uitgebreide testen. Daarvoor werd, om een indicatie te hebben, eerst nog een test gedaan in het ziekenhuis in een gesloten cabine. Die test echter wees uit dat ik zo erg slechthorend was, dat ik eigenlijk niet zou moeten kunnen praten, dus er was vast iets aan de hand met de apparatuur, die was misschien kapot? Zo erg kon het toch niet zijn?

Maar de verrassing in het audiologisch centrum was groot, ik was wel degelijk zwaar slechthorend. Zo zwaar, dat het eigenlijk een wonder was dat ik kon praten! Zonder hoorapparaten hoor ik namelijk maar 10-15% van wat ik zou moeten horen….. Hoe kan dat nou? Toen kwam uit dat ik was gered door mijn hoge intelligentie en mijn oma.

Tijdens deze testen bleek dat ik tijdens mijn eerste jaren al veel compensatievermogen had ontwikkeld. Hoezo minder intelligent, het tegendeel werd hier bewezen. Elke keer als ik een piepje hoorde, moest ik namelijk een gekleurd houten blokje pakken en neerzetten. Maar ik had al heel snel door dat ik gewoon moest kijken naar de handen van de audioloog. Telkens als zij aan de knop draaide, plaatste ik een blokje, en dan waren ze heel blij! Er was niets aan de hand, leek op het eerste gezicht. Maar de audioloog had mij door, ik viel door de mand. De opstelling werd zo veranderd dat ik niets meer kon zien en toen bleek dat ik wel degelijk zwaar slechthorend was.

Ik kreeg mijn eerste hoorapparaatjes aangemeten, en ik kan me die eerste dag met de apparaatjes nog heel goed herinneren. Toen we bij de audicien de apparaatjes gingen ophalen ging er een wereld voor me open. Ik liep aan de hand van mijn ouders naar buiten en ik kon niet wegkomen bij de deur. Steeds opnieuw maakte ik de deur open en weer dicht. De deur had namelijk zo’n leuk belletje dat rinkelde als de deur open ging, en dat was nieuw. “Mam, hoor… hoor…” en daar ging ik weer. Ik begreep niets van mijn moeder die naast me stond te huilen, mijn vader zat te huilen in de auto omdat ik zoveel nieuwe geluiden ontdekte… Op dat moment werden ze keihard met de feiten op de neus gedrukt. We gingen thee drinken bij oma, we dronken uit zo’n ouderwets theeglas. En ik ontdekte dat het lepeltje tegen het glas geluid maakt. “Oma, hoor…”, “Mama, kom eens horen…”, “Papa, heb jij dit ook gehoord?” Ik ontdekte een heel nieuwe wereld en daar was ik erg blij mee. Mijn ouders en mijn oma waren geschokt. Het was dus echt waar. Hoe kon dat nou gebeuren, waarom hadden ze dat niet eerder door? Voor mij was het een bevrijding. Toen ik die nieuwe wereld had ontdekt, wilde ik de apparaatjes nooit meer uitdoen. Sterker nog, ik zou ze met mijn leven bewaken als het nodig zou zijn.

Gehoorapparaat als hulpmiddel
Een gehoorapparaatje lost echter niet het probleem op, het is alleen een (beperkt) hulpmiddel. Je kunt het niet vergelijken met een bril, een auditieve handicap is veel complexer. Waarom dan? Dat zal ik proberen uit te leggen. Ik laat jullie eerst zien hoeveel gehoorverlies ik eigenlijk heb aan de hand van mijn audiogram. Een audiogram is een grafische weergave van het gehoorverlies, het geeft voor een aantal toonhoogtes (frequenties) aan welke luidheid wordt gehoord, of met andere woorden hoe hard een toon moet klinken voordat ik hem kan horen. Een audiogram wordt gemaakt door middel van enkelvoudige tonen via een koptelefoon, dit is dus niet vergelijkbaar met een normale situatie. In een normale situatie is geluid namelijk helemaal niet enkelvoudig, de meeste geluiden bestaan uit meerdere toonhoogtes door elkaar.

Hieronder staat mijn audiogram, tussen mijn linkeroor en rechteroor zit niet zoveel verschil. Mijn audiogram is heel stabiel en is over de jaren minimaal veranderd. Op de x-as (van links naar rechts gelezen) staan de frequenties (in Herz gemeten) van geluid. De lage frequenties zijn de bastonen en dat loopt op naar hoge frequenties ofwel de hoge tonen. Op de y-as (van boven naar beneden) staat het aantal decibels gehoorverlies, het volume van het geluid. Hier kun je aflezen hoe hard een toon moet klinken voordat ik hem hoor.



De groene lijn in de grafiek is een voorbeeld van een goedhorende volwassene. De paarse lijn is een weergaven van mijn gehoor (gemeten zonder hoorapparaten). Op de frequentie 125 Hz heb ik dus een verlies van 20 dB en op de frequentie 2000 Hz heb ik een verlies van 95 dB. Een verlies boven de 90 dB wordt normaal gekenmerkt als doof.

Het grijze gebied in deze grafiek is een weergave van het spraakgebied. De spraak centreert zich vooral tussen de 500 Hz en de 2000 Hz, waarbij de klinkers vooral de lagere frequenties in dit gebied zijn en de medeklinkers de hogere frequenties. Hier kun je dus goed zien dat ik zonder gehoorapparaten bijna geen spraak kan verstaan. Een zware spraakachterstand ontstaat normaal al bij kinderen met een gehoorverlies van 50 tot 70 dB, en boven de 70 dB is spraak echt een groot probleem. Omdat mijn doofheid prelinguaal is, dat wil zeggen het is ontstaan voor de leeftijd van 3 jaar (bij mij bleek later dat het is aangeboren), heb ik de gesproken taal niet kunnen horen in de spraakontwikkelingsfase. Eigenlijk is het dan onmogelijk om de gesproken taal op natuurlijke wijze te ontwikkelen. Een klein wonder dus! Het is heel bijzonder dat ik zo goed heb leren praten, met dank aan mijn lieve oma!

In het audiogram kun je niet aflezen waarom een gehoorapparaat geen volledige oplossing is. Het lijkt immers alsof er alleen dB´s verloren gaan, en die kun je met een gehoorapparaat wel opvangen, toch? Nee hoor, zo gemakkelijk gaat dat niet. Omdat uit te leggen ga ik eerst nog even in op de verschillende soorten gehoorverlies.

Je hebt geleidingsverlies en perceptieverlies, en een combinatie van deze. Geleidingsverlies wordt veroorzaakt door een probleem in het buitenoor of middenoor, een anatomisch probleem, waardoor het geluid niet goed kan worden geleid naar het binnenoor. Soms kan dit met medicijnen of een operatie worden verholpen, maar als dat niet lukt is een gehoorapparaat een heel goede oplossing. Bij dit soort gehoorverlies heb je alleen last van geluidsvermindering in dB’s, maar je hebt geen last van klankvervorming.

Perceptieverlies daarentegen wordt veroorzaakt door een probleem in het binnenoor, bijvoorbeeld in het slakkenhuis of in de gehoorzenuw. De geluiden worden nu niet alleen minder goed gehoord, zoals zichtbaar is in het audiogram, maar er treedt ook een vervorming op van klanken. Dit soort doofheid is veel moeilijker op te vangen met apparatuur. Je kunt het volume wel (deels) opvangen, maar daarmee wordt de klank niet hetzelfde als voor een goedhorende. Bij een perceptief gehoorverlies is een gehoorapparaat een beperkt hulpmiddel. Het helpt je te horen, maar het helpt niet te verstaan. Ook al worden de geluiden versterkt, ze worden nog steeds vervormd omdat ze niet goed worden doorgeleid naar de hersenen.

Ik heb een perceptief gehoorverlies.

Compensatievermogen
Omdat een gehoorapparaat in mijn geval dus maar een beperkte oplossing is, heb ik nog heel wat compensatievermogen nodig om te kunnen verstaan, en om me te kunnen redden in de maatschappij. Compensatievermogen is het vermogen om datgene wat je mist op een andere manier op te vangen. Als je een handicap hebt aan een van je zintuigen, zullen je andere zintuigen sterker worden ontwikkeld. Zoals een blinde zijn of haar handen gebruikt om te voelen en zo bijvoorbeeld te kunnen lezen. Dat werkt hetzelfde bij een auditieve handicap. Zo zijn mijn ogen een belangrijk hulpmiddel. Ik moet namelijk liplezen om te kunnen horen. Ik hoor namelijk wel klanken, maar veel medeklinkers hoor ik niet, die onderscheid ik voor een deel met liplezen. Nu is liplezen ook niet echt de goede term, eigenlijk moet je spreken over “spraakafzien”. Je “leest” namelijk niet alleen iemands lippen, maar ook de gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal. En zelfs dan is het nog een hele kunst, want niet alle woorden kun je gemakkelijk van elkaar onderscheiden. Ga maar eens voor de spiegel staan en spreek de woorden “bier”, “mier” en “pier” uit. Je zult geen verschil zien!

Vergelijk onderstaande eens:
 Wnnr j slchthrnd bnt, vrst j vk d mdklnkrs nt
 -i- i- -a--i-e- -a- -e -aa----ij--ij- -ou -e--e-

De eerste zin kun je waarschijnlijk nog wel ontcijferen, maar de tweede? Dat is dus waarom je zoveel compensatievermogen nodig hebt.

Ik kan me de eerste nacht samen met Peter nog heel goed herinneren, de eerste nacht van ons samenwonen. We lagen in bed, het licht was uit, mijn hoorapparaatjes lagen op mijn nachtkastje. Peter begon aan een verhaal, en ik kon wel horen dat hij iets zei, maar ik kon hem niet verstaan. Ik: “Doe het licht eens aan, want ik kan je niet horen”. We lachen er tegenwoordig nog vaak om.

Ook mijn intelligentie is een belangrijke compensatie. Ik heb mezelf geleerd, al op heel vroege leeftijd, om spraak af te zien, nog voordat mijn omgeving doorhad dat ik zo zwaar slechthorend was. Instinctief heb ik gezocht naar een methode om te kunnen begrijpen wat er om mij heen gebeurde. Mijn oma heeft daarin ook een heel belangrijke rol gespeeld, door me te laten voelen en veel met mij te oefenen. Maar ook mijn karakter was daarin een belangrijke factor. Ik was leergierig en ik was nieuwsgierig. Bij de testen in het audiologisch centrum bleek dat ik er extreem goed in was, en dat zonder begeleiding. Ik ontketende een ware revolutie in de audiologie, ik was bijzonder.

Ook las ik als kind altijd heel graag, ik leerde mezelf lezen nog voordat ik naar de lagere school ging. Al in de tweede klas van de lagere school las ik op het hoogste niveau. Doordat ik zo graag las breidde ik mijn woordenschat onbewust uit, iets dat heel goed van pas kwam bij het kunnen verstaan. Door ervaring en uitbreiding van je woordenschat maak je namelijk gemakkelijker zelf combinaties van de klanken die je hoort, ik hoor namelijk alleen klanken. Door het combineren van klanken in een bepaald volgorde in relatie tot de context wordt het geluid tot een verhaal dat je daadwerkelijk kan verstaan. Maar mijn hersenen maken daarbij dus wel overuren!

Communicatie
Wanneer een verhaal “in de context” is, en aansluit bij datgene dat ik verwacht, kan ik aardig meekomen en kan ik goed verstaan, tenminste in een 1-op-1 situatie. Maar wanneer er iets uit de context gezegd wordt, duurt het langer of het lukt vaak helemaal niet om te verstaan wat er wordt gezegd. Ik moet daarom nogal eens opboksen tegen het vooroordeel dat ik geen humor zou hebben. Woorden die ik niet ken, of die ik nog niet eerder heb gelezen, kan ik moeilijk verstaan, weinig voorkomende namen zijn ook een enorm probleem, laat staan het leren van een vreemde taal.

Als ik iets niet heb verstaan vraag ik meestal om herhaling. Maar vaak duurt dat even. Mijn eigen radertjes proberen er eerst een goedlopend verhaal van te maken dat past in de context, en pas wanneer dat niet lukt zeg ik hardop dat ik het niet goed heb gehoord. Voor een onwetende gesprekspartner kan dat heel verwarrend zijn, omdat er vaak al seconden verstreken zijn en hij of zij dan al veel verder is in het verhaal.

Naarmate ik iemand langer ken, kan ik beter met hem of haar communiceren. Onbewust sla ik heel veel op van de manier waarop iemand communiceert, het soort woorden dat hij of zij daarbij gebruikt en de mimiek. Een telefoongesprek is heel erg lastig omdat ik dan mijn ogen niet kan gebruiken, maar het is gemakkelijker met iemand die ik ken en waarmee ik al vaak “live” heb gesproken, dan met iemand die ik helemaal niet ken. Mannenstemmen zijn voor mij over het algemeen wel gemakkelijker te verstaan dan vrouwenstemmen en door de verschillende toonhoogte. Een mannenstem zit meer in de lagere frequenties, de bastonen, en gelet op mijn audiogram heb ik daar minder gehoorverlies dan bij de (gemiddeld) hoge sopranen van de vrouwen. Nu is toonhoogte niet de enige factor die maakt dat een stem gemakkelijker te verstaan is, ook de articulatie van iemand is belangrijk. Er zijn mensen die praten en daarbij hun mond nauwelijks bewegen, dat is voor mij erg lastig. En mensen die hun mond verstoppen achter snorren en baarden maken het er voor mij ook niet gemakkelijker op.

Nu we 2 jaar geleden zijn verhuisd naar de Randstad, merk ik ook veel verschil in communicatie met zuiderlingen en noordelingen. De zuiderlingen (waarvan ik er zelf 1 ben) met hun zachte ‘g’ en zachte ‘r’ is lastiger te volgen dat een noorderling met een harde ‘g’ en een rollende ‘r’. Die klanken zijn harder en verdwijnen daardoor voor mij niet in de massa van andere klanken die allemaal op elkaar lijken. Vooral aan de telefoon merk ik dit verschil heel goed. Na 2 jaar hier te hebben vertoefd merk ik dat het mij meer moeite kost een telefoongesprek te voeren met mijn Limburgse vrienden en familie, ongemerkt ben ik me dus meer gaan richten op de “taal” die ik het meeste om me heen hoor.

Communicatie in een 1-op-1 situatie is al lastig, maar in een groep is het nog veel moeilijker. De gehoorapparaatjes maken namelijk geen selectie tussen het geluid dat wordt versterkt. Een goedhorende kan wel selectief horen, en geluiden uitschakelen. Wanneer je gehoorapparaatjes draagt zijn lawaaiige situaties dus helemaal een ramp, elk geluid wordt onverminderd versterkt en het is onmogelijk om een selectie te maken.

Hoewel het “technisch” dus eigenlijk onmogelijk is om een vreemde taal te leren is het mij wel gelukt. Ik versta redelijk Duits en ik spreek (en versta) heel goed Engels. Ook dat heb ik te danken aan mijn intelligentie, mijn vermogen om dingen te onthouden en “op te slaan” en om combinaties te maken. Het heeft ook zeker geholpen dat ik dol was op muziek en graag wilde meezingen met de populaire muziek. Ik verzamelde daarom in mijn tienerjaren songteksten, ik had er duizenden, en ik leerde ze allemaal uit mijn hoofd. Hele dagen zat ik naast de radio op mijn kamertje. Onbewust heb ik op die manier vooral de Engelse woordenschat uitgebreid en combinaties van klanken opgeslagen. Aan doorzettingsvermogen ontbreekt me ook zeker niet!

Volwassen worden
Mijn ouders hebben er bewust voor gekozen mij niet naar een speciale lagere school voor slechthorenden te laten gaan, ondanks mijn zware handicap. Dat ging niet vanzelf, in die tijd was het nogal omstreden om mij “zo voor de leeuwen te werpen”. Gelukkig werden ze ondersteund door de specialisten van het audiologisch centrum en kregen ze veel begeleiding. Ik werd op de voet gevolgd in mijn ontwikkeling. De belangrijkste reden om mij niet op te voeden in een beschermde wereld was dat mijn ouders wilden dat ik leerde zelfstandig te worden in een normale wereld. De wereld is nu eenmaal groter en ooit moest ik toch weer de overstap maken, want zo´n gesloten wereldje bestond toen alleen nog voor de lagere school. Een overstap van een school voor slechthorenden naar een normale middelbare school is des te moeilijker als je daarop niet bent voorbereid. Ook wilden ze niet dat ik zou opgroeien met een stigma, en dat mijn ontwikkeling zou achterblijven.

Mijn ouders leerden me assertief te zijn, en ze leerde me mezelf te weren in de buitenwereld. Zij behandelden mij niet anders, voedden me niet anders op. Of misschien onbewust toch juist wel, door me juist te leren mijn mannetje te staan. Dat ging niet van een leien dakje. Ik kwam vaak huilend thuis omdat iets niet goed ging, maar ik werd steevast teruggestuurd net zolang tot het goed ging. Ik moest leren mijn omgeving attent te maken op mijn probleem, en om te vragen aan mensen om er rekening mee te houden. En dat is niet gemakkelijk!

Ook stimuleerden mijn ouders me in mijn ontwikkeling en deden ze er alles aan om mij te laten genieten van de dingen die ik zo belangrijk vond. Gek genoeg was ik dol op muziek, van kleins af aan. Mijn moeder moest met mij tot in den treuren de kleuterliedjes zingen, en steeds weer opnieuw voorzeggen welke woorden ik moest gebruiken. Toen ik ouder werd vroeg ik haar om de teksten op te schrijven, samen hebben we vele teksten van Doe Maar uitgeschreven zodat ik ze kon meezingen. Later is dat overgegaan in het fanatiek verzamelen van songteksten. Ook leerde ik een muziekinstrument spelen. Bij mijn oom had ik ergens op een zolder een speelgoed orgel ontdekt, zo’n bontempi. Kennen jullie ze nog? Daar zaten boekjes bij en met behulp van nummertjes op de toetsen leerde ik mezelf melodietjes spelen. Het klonk natuurlijk voor geen meter op zo’n plastic geval, maar och, dat verschil hoorde ik toch niet! Ik vond het prachtig! Ik was er niet bij weg te slaan, en ik kon er uren mee bezig zijn. Mijn ouders vonden het zo belangrijk dat ik mezelf ook muzikaal kon ontwikkelen, dat ze mij met mijn 1e communie een professioneel elektronisch orgel hebben gekocht. Ik was zo blij! En toen ik op de muziekschool niet langer gewenst was omdat ik niet muzikaal genoeg was (ja, wat wil je ook), kreeg ik privé-lessen elke 2 weken bij ons thuis. Tot mijn 16e heb ik dat volgehouden, ik speelde altijd zo graag!

De overgang van de lagere school naar de middelbare school was lastig. Hoewel ik een Cito-toetsscore had die enorm goed was, en ik op elk rapport alleen maar 8-en en 9-ens had, werd mij geadviseerd om naar de Mavo te gaan. Maar dat wilde ik niet! Ik wilde het hoogst haalbare: het gymnasium. Mijn niveau was er hoog genoeg voor. Op de middelbare school leerde ik dat niet iedereen (lees vooral: docenten) bereidwillig is om te helpen. Ook was het moeilijk om duidelijk te maken wat de handicap eigenlijk betekende. Ik maakte het mezelf ook niet makkelijk. Ik wilde niet anders zijn dan anderen, ik wilde niet buiten de boot vallen, en ik was overmoedig. De stichting Studie en Handicap heeft toen bijgesprongen en op mijn school duidelijk gemaakt wat er aan de hand was, zij hebben de docenten laten horen wat het voor mij betekent.

Het was ook op de middelbare school dat ik voor het eerst echt begreep wat het slechthorend zijn precies betekende, in technisch opzicht. Toen pas begreep ik dat ik behoorlijk slechthorend was, dat heb ik eerder nooit door gehad. Mijn ouders hebben me ook niet grootgebracht met het idee dat ik anders was, en speciaal (gelukkig maar, daar ben ik ze heel dankbaar voor), ik wist gewoon niet beter. Die ontdekking had wel gevolgen, zeker in combinatie met al die puberale veranderingen in je lijf en je leven. Ik was aan het ontdekken wie ik nu eigenlijk was, en toen kreeg ik daar een verrassing bij waar ik niet op had gerekend. Het gevolg was dat ik keihard vluchtte in de ontkenning. Ik was normaal, ik was niet anders, er was niets aan de hand en “ik bepaal toch zeker mijn eigen leven!”. Ik werd er enorm dwars van. Ik kan toch zeker alles wat ik wil? Het is ook op die leeftijd dat je gaat nadenken wat je later wil worden, en dat deed ik dus ook. Ik wilde naar het conservatorium! Ik zou ze wel eens een poepie laten ruiken! Die droom werd al snel aan duigen geslagen, en toen besliste ik dat ik straaljagerpiloot wilde worden… Tja, pubers…

Ik heb de ontkenning van het “anders zijn” heel lang volgehouden en geleefd als ieder ander. Ik heb nooit stil gestaan bij de enorme energie die mijn handicap verbruikt. Pas toen ik in 2004 burn-out raakte, werd voor mij duidelijk dat ik mijn levensstijl wel degelijk moet aanpassen aan mijn beperkte vermogens. Een gezond leven is immers een gezonde balans tussen energie opladen en energie verbruiken. En wanneer je meer energie verbruikt dan een ander, moet je dus ook meer energie opladen. Dat betekent dus ook automatisch dat je niet in hetzelfde tempo kan leven als een goedhorende. Inmiddels heb ik dat aanvaard, maar dat is niet zonder slag of stoot gegaan.

Carrière
Ondanks, of is het misschien zelfs dankzij, mijn handicap heb ik een aardige carrière gemaakt. Na mijn middelbare schoolopleiding ben ik gaan werken, ik kwam terecht in een administratieve baan, en ik heb mezelf gaandeweg opgewerkt tot een manager op een behoorlijk niveau. Ik heb naast mijn werk gestudeerd in de avonduren en omdat ik lang heb volgehouden dat ik net zoveel kon bereiken als ieder ander heeft dat zijn vruchten afgeworpen. Toch komt er een moment van bezinning, tijdens mijn burn-out. Ik heb geleerd om mijn energieniveau beter te managen, en ik heb mijn leven anders ingericht. Ik heb geaccepteerd dat ik mijn leven anders moet inrichten en rekening moet houden met de energie die het kost om te kunnen meedraaien in deze maatschappij op dit niveau.

Maar ik ben natuurlijk meer dan mijn handicap, ik ben ook nog steeds gewoon Jasmino. En ik heb ook andere behoeften. Uitdaging is belangrijk voor mij, ik wil mijn hersens graag gebruiken en ik wil me graag ontwikkelen. Ik ben leergierig, en dat is misschien maar goed ook, anders had ik nooit kunnen bereiken wat ik heb bereikt met mijn handicap. Maar leergierig ben je natuurlijk op alle gebieden, ik heb een hekel aan stilstaan, ontwikkeling en vooruitgang is belangrijk. Studeren vind ik fijn, maar ik moet daarbij mijn handicap niet uit het oog verliezen.

Een manager kunnen zijn heeft ook beslist voordelen met deze handicap. Je kunt de dingen beter naar je hand zetten en doordat je meer macht hebt kun je ook meer afdwingen in de organisatie waar je werkt. Als ik een vergadering leid, komt het niet vaak voor dat mensen door elkaar praten. Ik raak op zo´n moment gelijk de draad kwijt, en dus kan ik dat niet tolereren. En ja, vaak hoor ik ook van andere deelnemers in de vergadering dat dat als prettig wordt ervaren.

Ondanks mijn handicap heb ik in een razend tempo carrière gemaakt. In 1989 kwam ik van de middelbare school en ben ik gelijk gaan werken. In 1996 kreeg ik mijn eerste leidinggevende functie en werd ik lid van een management team. Ik was toen 25 jaar. In 1992 ben ik SPD gaan studeren en in 1998 ben ik geswitcht naar post-HBO bedrijfskunde. Die opleiding heb ik cum laude afgesloten in 2001. Tja, ik was enorm ambitieus en ik had een doorzettingsvermogen van hier tot Tokyo. Je bent jong en je wilt wat…

Tijdens mijn carrière heb ik vooral gewerkt in de industriële sector, mannenbolwerken dus, in een internationale setting. Dat betekent dus vooral in het Engels communiceren, ook mondeling, ook aan de telefoon. Het is toch wel bijzonder dat ik dat kon, dat ik het voor elkaar kreeg me te redden in deze omgeving. Sterker nog, niet alleen redden, maar ik maakte ook nog carrière. En in mannenbolwerken heb je niet meteen te maken met de meest zorgzame en begripvolle omgeving. Niet dat alle mannen horken zijn, beslist niet, maar over het algemeen is de mentaliteit toch een stuk harder. Ik was een vechter, ik had geleerd te overleven, met dank aan mijn ouders! En ik had een sterke wil, al vanaf dat ik klein was. Een juf op de lagere school schreef daarover in 1979 dit passende versje in mijn poëziealbum:


Nu ik sinds een jaar niet meer werkzaam ben in een internationale industriële omgeving met een mannenbolwerk merk ik hoeveel anders het ook kan zijn. Ik werk nu in een heel sociale omgeving, een woningcorporatie, en ik kan gewoon communiceren in mijn moedertaal. Ik hoef geen werkweken te maken van 60-70 uur per week, en ik merk dat het veel meer rust brengt. Ik krijg beter de kans mijn batterij op te laden. Hoewel ik ook nu weer een veeleisende studie ga volgen in het najaar, kan ik dat voor een groot deel doen onder werktijd. Dat scheelt dus een heleboel extra energie die het zou kosten als ik dit in mijn eigen tijd moest doen. De switch naar dit bedrijf had vorig jaar niet op een beter moment kunnen komen, met alles dat we het afgelopen jaar weer in de persoonlijke sfeer hebben meegemaakt (lees daarover in mijn eerdere posts op dit blog), ik ben ervan overtuigd dat ik dit niet had kunnen “overleven” als ik nog steeds in mijn oude omgeving had gefunctioneerd.

Ik heb dus een heleboel geleerd. Met dank aan mijn burn-out en natuurlijk ook aan mijn eigen reflectievermogen. Maar toch merk ik dat ik het lastig vind om op het werk de balans goed te bewaren. Want met een functie op hoog niveau is ook de verantwoordelijkheid op een hoog niveau. Er zijn dagen dat ik veel overleg en vergaderingen heb, ik zit veel aan de telefoon met collega’s, er zijn deadlines en er is nog veel werk te verzetten. De verleiding om meer uren te maken is groot. Ik zal dus wel altijd, zolang als ik werk, mijn grenzen goed moeten bewaken!

Andere hulpmiddelen
Behalve mijn hoorapparaatjes gebruik ik nog een scala aan hulpmiddelen om goed te kunnen functioneren en dingen te kunnen doen (en horen) die anders niet mogelijk zouden zijn. TV kijken is zo’n voorbeeld. Het is enorm vermoeiend om tv te kijken (en te horen) zonder gebruik te maken van een ringleiding. Een ringleiding zendt het geluid van de TV rechtstreeks naar mijn hoorapparaatjes. Ik moet mijn hoorapparaatjes dan switchen naar de t-stand en ik heb geen last meer van andere geluiden uit mijn omgeving. Je kunt het vergelijken met het gebruiken van een koptelefoon voor goedhorenden. Toch is het volgen van een Nederlandstalig programma nog steeds heel lastig, omdat spraakafzien gewoon moeilijker is. Vooral een tv-serie of een film is moeilijk, want dat zijn geen programma’s waarin de spreker goed articuleert en in de camera kijkt. Een nieuwsprogramma of een praatprogramma (mits niet door elkaar wordt gepraat) gaat nog wel redelijk. Maar het liefst kijk ik een programma met ondertiteling, dat kost me de minste energie. Ik kan uit de ondertiteling de context halen, en dan versta ik de meeste gesproken woorden wel. Het liefst zijn dit dan Engelstalige programma’s, omdat ik die taal heel goed beheers. Duitse TV is onmogelijk. Ik versta de Duitse taal wel redelijk, maar ik kan het liplezen niet uitschakelen. En aangezien de Duitse TV nasynchroniseert, zie ik dus continu iets anders dan ik hoor, en daarvan raken mijn hersenen steevast in de knoop. Ondertiteling van Nederlandstalige tv met teletekst vind ik persoonlijk een ramp, omdat het gesprokene niet letterlijk wordt vertaald, er wordt een samenvatting gemaakt. Ik hoor dus andere klanken dan ik lees en ook daarvan raak ik danig in de war. Omdat TV kijken zoveel energie kost, is het niet mijn meest favoriete hobby. Het aantal uren dat ik tv kijk per week, kun je tellen op 2 handen.

Om te kunnen telefoneren heb ik een aangepaste telefoon in huis, speciaal voor slechthorenden. Deze telefoon, een prachtig design van B&O, heeft een ringleiding in de hoorn en het volume laat zich behoorlijk opschroeven. Een telefoongesprek is nu minder privé, omdat iedereen in mijn directe omgeving kan meeluisteren, maar dat is thuis niet zo’n groot probleem. Op het werk gebruik ik een digitale telefoon waarvan het volume ook kan worden aangepast, en ook daarmee kan ik redelijk goed telefoneren.

Tegenwoordig zijn er ook een aantal draadloze DECT telefoons op de markt speciaal voor slechthorenden, maar dat gemak is voor mij nog niet weggelegd. Helaas stoort deze frequentie nog erg op mijn hoorapparaten, waardoor telefoneren niet mogelijk is.

Een mobiele telefoon heb ik ook, dankzij de moderne technologie. Ik kan weliswaar niet op een normale manier telefoneren, ik heb altijd een headset nodig. Of eigenlijk is het geen headset maar een halslus. De kabel sluit ik aan op de mobiele telefoon, en de lus draag ik om mijn nek. Dit functioneert nu hetzelfde als een ringleiding. Door mijn apparaten op de t-stand om te zetten, kan ik nu het geluid van de telefoon rechtstreeks ontvangen. Handig, hè? Het levert wel hilarische situaties op, omdat niemand kan zien dat ik aan het telefoneren ben. Maar ik wil ook de kost niet geven aan (onwetende) mensen die denken “daar heb je weer zo’n idioot die in zichzelf praat”. Als ik publiekelijk telefoneer zie ik veel vreemde blikken.

Een gewone wekker voldoet in mijn situatie ook niet. Ik draag tijdens het slapen namelijk geen hoorapparaten (wel heerlijk rustig), en ik zou de wekker dan zo hard moeten zetten dat gelijk de hele straat wakker wordt. Dat kan niet de bedoeling zijn. Ik heb daarom een aangepaste wekker met een trilkussen. Als de wekker afgaat gaat het trilkussen, dat ik onder mijn hoofdkussen heb liggen, vibreren en zo wordt ik aangenaam rustig wakker getrild. Ook geeft de wekker een flitssignaal en door het felle flitslicht heb je nog een aanmoediging om wakker te worden.

De wekker trilt en flitst niet alleen als de wekker afgaat, maar ook als de deurbel gaat of de telefoon rinkelt. Hij maakt namelijk deel uit van het wek- en waarschuwingssysteem. Als nu ’s nachts de telefoon gaat (stel je voor dat er iets is met je familie) of de deurbel (de brandweer of de politie staat aan de deur), word je ook wakker gemaakt. Op dit systeem kan overigens ook een babyfoon worden aangesloten, dat is wel zo handig in de toekomst, en tegenwoordig zijn er zelfs systemen met brandmelders die hierop kunnen worden aangesloten.

Dit systeem gebruik ik overigens niet alleen ’s nachts, maar ook overdag als ik thuis ben. Daarvoor draag ik dan een pager bij me, die gaat trillen als de deurbel gaat of de telefoon (of in de toekomst de babyfoon). Aan het waarschuwingslampje kan ik dan zien waar ik op moet reageren. Wel zo handig!

Vroeger gebruikte ik ook nog soloapparatuur op school en bij conferenties. Deze set bestaat uit een zender (een soort microfoon) en een ontvanger. De zender wordt gedragen door de spreker en de ontvanger draag ik. De werking is vergelijkbaar met de halslus die ook op de mobiele telefoon wordt gebruikt en met de ringleiding. Door mijn apparaten te switchen naar een andere stand hoor ik alleen het geluid van de spreker en geen omgevingslawaai. Op de middelbare school is dat heel handig in gebruik, maar bij hogere opleidingen wordt het een stuk lastiger. Is het op de middelbare school nog vooral de docent die spreekt, het is vooral eenrichtingsverkeer, dat is bij het volwassen onderwijs wel anders. Er is dan veel interactie, en dat is een heel stuk lastiger! Je hebt er niet veel aan in zo’n situatie alleen de docent te kunnen verstaan. Dit soort lessen zijn dan ook altijd een enorme uitdaging waarbij ik veel hulp nodig heb van medestudenten. Ik kies daarom nu bij voorkeur kleine groepen uit.

Behalve apparatuur, heb je ook nog andere middelen en methodes om het jezelf gemakkelijker te maken, al lukt dat niet altijd. Zo zal ik in een vergadering altijd een strategische plek kiezen. Ik ga ergens zitten waar ik iedereen kan aankijken, een ronde tafel is daarbij het meest handig! Een lange rechthoekige tafel waarbij veel deelnemers naast mij zitten is rampzalig. In zo’n situatie moet ik assertief zijn en de andere deelnemers dirigeren naar een plek die voor mij handig is. Het komt wel eens voor dat ik een soort van tribunaalachtige opstelling kies, waarbij alle andere deelnemers tegenover mij zitten. Dat ziet er wel heel gek uit! Ook is het van belang dat ik met mijn rug naar het raam ga zitten, als er een raam aanwezig is. Tegen het licht inkijken maakt het liplezen namelijk een stuk lastiger.

Ook probeer ik altijd rekening te houden met de akoestiek van een ruimte, al is dat niet altijd mogelijk. Een ruimte met vloerbedekking en gordijnen is akoestisch een heel stuk rustiger, hier wordt lawaai namelijk gedempt. Een ruimte met veel galm, die door mijn apparaten ook nog eens wordt versterkt, maakt het mij onmogelijk te kunnen verstaan. Soms kom ik bij een conferentie in zo’n situatie. Ik maak dan altijd gebruik van de mogelijkheid om feedback te geven, om anderen erop te wijzen dat ze in de toekomst beter een andere ruimte kunnen kiezen.

Bijwerkingen
Behalve het hoge “energieverbruik” dat mijn handicap met zich meebrengt, zijn er ook nog andere “bijwerkingen”. Zo heb ik te maken met nogal wat vooroordelen in mijn (vaak onwetende) omgeving. Onbewust koppelen heel veel mensen een handicap aan het hebben van een lagere intelligentie. Iedereen kent wel die verhalen van mensen die in een rolstoel zitten en niet voor vol worden aangezien. Dat overkomt mij ook. Als ik in een winkel of een andere lawaaiige situatie iemand niet kan verstaan, houden ze vaak op met communiceren en praten verder tegen Peter, zelfs als ik ze uitleg wat er aan de hand is. Heel irritant kan dat zijn.

Wat ook heel vervelend is, dat iemand soms niet wil herhalen wat hij of zij heeft gezegd. Ze vonden het gezegde niet belangrijk genoeg, maar hebben vaak niet door dat ze mij daarmee wel iets onthouden. Ook gebeurt het vaak dat het gezegde in andere woorden wordt herhaald. “Ingewikkelde” woorden worden vaak vervangen door synoniemen, en daarmee krijg je snel het gevoel dom gevonden te worden.

Het vooroordeel dat ik geen humor heb vind ik ook enorm vervelend. Een grap is namelijk gewoon heel lastig om te verstaan. Je hebt dan niets aan je eigen “combinatiemogelijkheden” en context, en bij herhaling is de grap alweer eruit. Als ik maar de helft meekrijg van een grap, mis ik natuurlijk ook de clou, en daarom denken mensen vaak dat ik geen humor heb. Een heel irritant vooroordeel!

Maar de meest lastige bijwerking van allemaal is toch wel mijn continu werkende radar. Althans zo noem ik het bij mezelf. De radar die continu de omgeving scant en beoordeelt, en zo het gemiste geluid probeert te vervangen. Die radar maakt overuren! Je wordt in de loop der jaren heel handig in de interpretatie van alles dat je ziet, en onbedoeld zie je ook veel dat niet bedoeld was om te zien. Je leert mensen lezen, en je weet veel dingen die onuitgesproken blijven. Je ontwikkelt een enorme sensitiviteit en leert situaties aanvoelen. Dat lijkt wel gemakkelijk, maar dat is het bij lange na niet! Het leidt namelijk ook tot een vigilantie, een waakzaamheid die je niet meer kunt uitschakelen. Doordat ik die radar niet meer kan uitschakelen, heb ik last van een continue spanning in mijn lichaam die allerlei vervelende klachten met zich meebrengt. Je wordt er ook onzeker van, en het tast je spontaniteit aan. Tegenwoordig besteed ik daarom veel tijd aan ontspanningsoefeningen om de druk weer een beetje van de ketel te halen.

Sociale contacten
Communicatie is dus ronduit vermoeiend, het kost extra veel energie. En sociale contacten draaien toch meestal om communicatie. Ik heb genoeg vrienden hoor, daar niets over, en ze zijn ook allemaal enorm begripvol en behulpzaam, ze vinden me niet lastig en vervelend (gelukkig kun je je vrienden zelf kiezen ;-)), en mijn kring van contacten is beslist niet klein, maar ik moet er wel zuinig op zijn. Ik kies zorgvuldig de manier waarop ik sociaal actief ben. Ik mijd het liefst feestjes en groepen, vooral met veel onbekenden. In die situaties voel ik me namelijk altijd onzeker, omdat de communicatie nu eenmaal heel lastig gaat. En hoewel niemand bewust vooroordelen vormt, geef je toch altijd een eerste indruk weg bij een eerste contact. En in mijn situatie ben ik al snel bang dat die eerste indruk niet is wat die zou moeten zijn. Door de gespannen situatie en mijn eigen onzekerheid ben ik eigenlijk ook niet mezelf. Ik gruwel van grote groepen…

Ik kies het liefst voor een sociale omgeving met een klein groepje mensen, zodat de communicatie 1-op-1 gaat, er geen of heel weinig omgevingslawaai is en met mensen die ik ken, of waarmee ik iets gemeen heb. In deze situatie voel ik het meest zelfverzekerd en kan ik dus veel meer mezelf zijn. Automatisch hebben anderen dan ook een positiever beeld van mij, en eerlijk is eerlijk, dat vind ik toch belangrijk.

Ik ben wel een sociaal dier, dus sociale contacten zijn wel belangrijk. Ik ben ondanks mijn handicap toch redelijk extrovert, maar ook onzeker, en dat is soms een lastige combinatie. Ik moet het alleen wel doseren. Een werkweek met elke avond een sociaal event en een druk weekend erachteraan is niet handig, dan ben ik gegarandeerd op het einde van de week uitgeput en overmoe. Doseren dus!

Nawoord
Mijn verhaal is niet bedoeld als een klaagzang over hoe moeilijk het allemaal is, het is bedoeld om duidelijk te maken hoe het leven met een auditieve handicap is. Het is toch een heel onzichtbare handicap en daardoor stuit je nogal eens op (onbedoeld) onbegrip. Mensen weten vaak niet wat het betekent, en realiseren zich niet dat de hoorapparaatjes niet het probleem oplossen, maar slechts een beperkt hulpmiddel zijn. Ik hoop dat ik hiermee een heleboel onduidelijkheid heb weggenomen.

Vragen beantwoord ik graag!